ENTREPRENEUR – Gentse brouwer van Celta pils behoorde tot de top


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

Brouwerij/ Brasserie A. Meiresonne

VOLK/ STAD/ ENTREPRENEUR – 24 september 2021 – Bij de Nederschelde, aan de Koepoortkaai  – en in de achterliggende straat, Apostelhuizen – stond vanaf het Interbellum tot een eind in de jaren zeventig, de grote bier- en limonadebrouwerij van Aimé Meiresonne. Aimé en zijn zus Céline stelden 600 personen tewerk.
De Meiresonne’s kregen alles gedaan en waren voortdurend succesvol, maar toen Céline stierf en Aimé oud werd, ging het bergaf.

In het Tijdschrift voor Volkscultuur in Vlaanderen – ‘Van mensen en dingen’ – ontdekten we het verhaal van de ondernemer en de onderneming. Wat hier volgt is een samenvatting van een zeer uitgebreide studie. De zwart-wit foto’s zijn eveneens afkomstig van dat tijdschrift. De auteur en de uitgever gaven persblog.be hun toestemming.

Koepoortkaai in 1966
Apostelhuizen

Hij stierf in 1966, kort nadat hij zijn verlieslatende brouwerij van de hand had gedaan aan brouwerij Artois uit Leuven. Aimé Meiresonne werd 78 jaar eerder geboren en was zijn hele leven lang nochtans een zeer succesvol brouwer geweest. Zijn vader had de basis gelegd in Landegem, waar hij brouwerij ‘De Hoprank‘ had gesticht. Aimé werkte er met broers en zussen.
Toen ze naar Gent verhuisden ging het de Meiresonne’s nog meer voor de wind. Op hun hoogtepunt stelden ze 600 mensen te werk in hun brouwerij aan de Koepoortkaai en in de achterliggende straat Apostelhuizen. Privé woonde Aimé met zijn Leentje ofte Léonie aan het de Smet de Naeyerplein in het “Miljoenenkwartier”.

Tijdens WOI hadden de bezetters de brouwerij opgeëist, en aan het einde ervan, hadden ze die verwoest.
Aimé Meiresonne wou die niet meer heroprichten in Landegem. Hij zag meer brood in een brouwerij in Gent. Hij kocht de brouwerij ‘Van Oostende-De Maerteleire’ aan Apostelhuizen en Koepoortkaai. Bij de aankoop hoorde ook het grote herenhuis van de brouwer op de hoek van Apostelhuizen en de ondertussen verdwenen Zakkebandstraat.
Zus Céline en broer Edgar, die vrijgezel zouden blijven, bleven in het huis wonen.

Aimé introduceerde een pilsbier. Hij bracht die op de markt in flessen en in persvaten. Hij deed ook flink wat investeringen. Zo bv. in stoommachines van de broers Mahy uit Wondelgem en van het bedrijf Van den Kerchove aan de Coupure Links.

In diezelfde periode werd ook de stroomvoorziening sterk verhoogd, door middel van een dynamo en een elektrogeengroep. Later kwamen daar hoogspanningsalternatoren bij.
De brouwerij kon industrieel ijs vervaardigen. Nieuwe koeltechnieken waren immers noodzakelijk voor de productie van bieren van lage gisting.
In de brouwerij waren er nog paardenstallen aanwezig. Aimé schakelde zo snel mogelijk over op vrachtwagens die tijdens de oorlog dienst hadden gedaan.

Vanaf 1926 kende de economie een heropleving. Eind 1927, begin 1928, werden er grote verbouwingswerken uitgevoerd. De fabriek bevatte toen: een gerstmaalmachine, twee brouwketels van 130 hl, twee bierfilters van 70 hl en 33 tanks voor de lagering van het bier. Quasi twintig pompen voor het overpompen van het mout, acht reservoirs van 250 hl, twaalf van 100 hl, een unit voor flessen- en vatenreiniging, een bottelarij, een ijsfabriek.
Het water werd uit artesische putten opgepompt. Eén ervan was 120 meter diep en daarmee, samen met een put van de Lousbergsfabriek aan de Reep, de diepste van Gent.

Einde van de Zakkebandstraat

Had Aimé al die tijd zijn fabriek kunnen uitbreiden door buren “uit hun huizen weg te jagen”. Door de hinder die het bedrijf veroorzaakte, verkochten de eigenaars hun woning aan de fabriekseigenaar, zodat ze de straat konden ontvluchten. Er was constant lawaai en de huizen kregen scheuren in de muren.

Op een andere keer zou Aimé een heel straatje van de kaart vegen…

Aimé Meiresonne kreeg alles voor mekaar

Aan de Zakkebandstraat lag een andere, middelgrote brouwerij. Aimé kocht het, maar besefte dat het straatje – dat tussen de twee bedrijven in lag – een hinderpaal was voor de volledige integratie van de twee bedrijfsgebouwen. Hij kreeg van het stadsbestuur gedaan dat het straatje werd geëlimineerd!

In 1929 behoorde Meiresonne al tot de grootste twintig brouwerijen van België. In 1930 maakte hij twee pilsbieren en drie donkere bieren. Hij lanceerde toen de (bier)merknamen: ‘Celta’, ‘Goliath’ en ‘Family’s ‘, ‘Imperial’ en de limonade ‘Golf’.

Het bedrijf bleef uitbreiden. Ook het bureau: het verhuisde naar een nieuw majestueus gebouw aan de Koepoortkaai.
De benaming ‘brasserie De Hoprank’, zoals die door vader Meiresonne in Landegem werd gebruikt, werd verlaten. Enkel ‘Brouwerij/ brasserie Meiresonne‘ bleef behouden.

Tijdens WOII overleefde de brouwerij, omdat hun toenmalige brouwmeester goede relaties onderhield met de bezetter. Dit had als gevolg dat het merk ‘Wehrmachtbier’ gebrouwen werd. Door gebrek aan grondstoffen werd echter veel “fluitjesbier” gebrouwen. In het laatste oorlogsjaar werkten er nog ongeveer zeventig personeelsleden.

In 1946 werd er een zaal ingericht voor nieuwe koelinstallaties. Het wagenpark werd uitgebreid met militaire vrachtwagens, en in 1950 met tien nieuwe Amerikaanse vrachtwagens.

In 1951, het jaar waarin Aimé zijn zus Céline en trouwe medewerkster van het eerste uur verloor, bereikte de brouwerij haar hoogste produktiecijfer: 5,2 miljoen kg (mout)storting.
Rond dezelfde tijd werd er een omzet van samen 430.000 hl bier en limonade gerealiseerd. De uitvoer naar Noord-Frankrijk, Nederland en Duitsland droeg bij tot dat succes, maar zeker ook de overname van enkele kleinere, minder of niet meer rendabele brouwerijen.

De brouwerij kende haar topjaren tussen 1951 en 1955. Ze was verworden tot één van de modernste brouwerijen van het land. Het succesverhaal ging begin jaren zestig nog even door. Met een nieuw bruin bier won Meiresonne het internationaal bierconcours van 1958.

Het aantal personeelsleden schommelde lange tijd rond de 600. Ook het toen nieuwe limonademerk ‘Colibri’ deed het goed. Er kwam nog een fabrieksuitbreiding in de Filips van Arteveldestraat, in het verlengde van de Koepoort.

 

De kentering

Vanaf 1962 raakte brouwerij Meiresonne in de financiële problemen. Volgens sommige oud-personeelsleden was algemeen manager Arthur Vande Winkele – poulain van de intussen overleden zus Céline – niet langer in staat om zijn functie uit te oefenen. Aimé zelf – ondertussen al meer dan zeventig – werd, op zijn beurt, zoveel mogelijk buiten de belangrijke beslissingen gehouden door de rest van het management. Allerlei investerings-, innovatie- en marktproblemen wurgden het bedrijf.

Op 1 januari 1964 vond de overname door brouwerij Artois plaats. Toen was brouwerij Meiresonne al licht verlieslatend. Aimé bedong dat de Gentse vestiging van Artois nog tien jaar verder zou werken onder zijn familienaam. Dit had echter als gevolg dat de Leuvense brouwerij er niet meer investeerde. Het bier van Meiresonne was in het Gentse immers de grootste concurrent van Artois. De brouwerij werd eerder een verkoopafdeling van Artois.

Een paar jaar na de overname, in 1966, overleed Aimé Meiresonne op 78 jarige leeftijd. Hij werd bijgezet in de familiekelder op de begraafplaats van Gentbrugge.

Na de dood van Aimé verkocht zijn weduwe Léonie, ofte “Leenjte”, ongeveer alles wat ze bezat, ook het huis aan het Paul De Smet De Naeyerplein. Ze zou berooid en door haar familie verlaten in 1982 overlijden. Ze werd nooit graag gezien door die aangetrouwde familie. Die vond dat Aimé “onder zijn stand” was gehuwd.

Aimé en Leonie (Leentje)

In 1969 vierde de brouwerij Meiresonne haar vijftigjarig bestaan. In de zomer van 1976 viel het doek. Even verhuisde het politiekorps, na de fusie der gemeenten, in 1977, naar de vroegere bureaus van de brouwerij Meiresonne. In 1979 waren die weer weg en stond het hele fabriekscomplex voor jaren leeg.

In 1983 werd het Ministerie van Openbare Werken door aankoop eigenaar van grond en gebouwen. Er waren plannen voor een administratief centrum, vervolgens voor Financiën, daarna voor een nieuw gerechtsgebouw, vervolgens een nieuw Rijksarchief… Niets van dit alles werd gerealiseerd.

In 1985 kwamen de gebouwen en het terrein in handen van bouwpromotoren. Een deel werd verkocht aan de Artevelde Hogeschool, die aan de Filips van Arteveldestraat een nieuwbouw zette.
Enkele jaren later volgden enkele grote nieuwbouwprojecten die dit stadsdeel verder zouden omvormen tot een aantrekkelijke woonbuurt met zicht
op de Nederschelde.

Koepoortkaai in 2020

Publiciteit & PR

Aimé Meiresonne dacht ook aan zijn prestige en aan naamsbekendheid. In de jaren dertig had de brouwerij daartoe een voetbalploeg opgericht, dat speelde onder het embleem van de reus ‘Goliath’, één van zijn biermerken. Dit stond symbool voor een sterk bier en een sterk bedrijf. Op de binnenplaats van de brouwerij stond er een groot beeld van de reus.

In 1946 opende de ‘Internationale Jaarbeurs der Vlaanderen’. Brouwerij Meiresonne had er een centrale stand en maakte publiciteit voor zijn bieren ‘Celta’ en ‘Goliath’. De beurs was een succes en werd een jaarlijks terugkerend evenement, waarop Meiresonne telkens aanwezig zou zijn. Hij sponsorde ook wielerwedstrijden en reed met een speciale wagen mee in de publiciteitskaravaan van bekende Vlaamse koersen.
Ook bij bloemencorso’s en –parades, folklore- en carnavalstoeten was de brouwerij present. Haar naam stond op affiches voor film- en theatervoorstellingen. Vanaf 1951 was de brouwerij ook aanwezig op het ‘Salon International de la Brasserie’ in Brussel.

De Gentse brouwerijen Meiresonne en Excelsior, en het stadsbestuur, besloten naast de ‘Floraliën’, de ‘Handelsbeurs’ en de ‘Gentse Feesten’ ook een breugeliaans bierfestival te organiseren. Het vond voor de eerste keer plaats 1957. Na het tweede festival in 1959 hield men er mee op, omdat er te veel baldadigheden waren gebeurd in het Citadelpark.

Tijdens de ‘Wereldtentoonstelling‘ van Brussel in 1958 stond de Belgische bierstand in het ‘Paleis van de Voeding’ helemaal in het teken van de bieren van Meiresonne.

Bron: Tijdschrift voor Volkscultuur in Vlaanderen, ‘Van Mensen en Dingen’  (Voorheen: Oost-Vlaamse Zanten (1926-2002); 16e jaargang nr jul-sep 2018; 
Uitgever: Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Volkskundigen v.z.w. (KBOV). De auteur en de uitgever gaven persblog.be hun toestemming voor de publicatie.

Lees ook op deze blog:

Onderbelichte gangmakers van UCO: Fernand en zus Aline

 

 

Woonproject Alsberghe-Van Oost liet vier decennia op zich wachten

 

Verffabriek Lippens nog vrij recent in hartje stad

 

 

Terug naar hoofdpagina

Naar Facebook

Lees ook op deze blog:

STAD – ARTIKELOVERZICHT 2019-2020-2021
VOLK – ARTIKELOVERZICHT 2019-2020-2021
OUDE GENTSE ENTREPRENEURS – ARTIKELOVERZICHT 2019-202-2021