VOLK – Rijke dames en arme sloren van 200j geleden


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

LIEFDADIGHEID IN DE 19e EEUW

VOLK/ ENTREPRENEUR08 juni 2019 – Deden rijke dames in de 19e eeuw aan liefdadigheid uit christelijk geloof, humanisme, narcisme of verveling? Er waren er van alle soorten, maar feit is dat ze door hun “oeuvres de charité” status verwierven, zowel in eigen midden, als bij de kerkelijke overheid. De jonge Marie de Hemptinne, dochter van een groot Gents textielondernemer, was echter uit ander hout gesneden.

Thuis ontsnappen” en status

Begin 19e eeuw. De vrouwen van stand waren gedoemd om hun leven “in de private sfeer” door te brengen. Ze namen in de regel geen deel aan het openbaar leven, het politieke noch het economisch leven… Niettemin hadden ze thuis alle mogelijke huishoudelijke ondersteuning en hadden ze er wel de tijd voor. Ze verveelden zich dus of waren gefrustreerd. Benefieten en weldadigheidswerk brachten een uitkomst. Dergelijke activiteiten maakten dat ze zich nuttig voelden en legitimeerde dat ze uithuizig waren. Van vrouwen van stand werd simpelweg niets minder verwacht dan dat ze zich met liefdadigheid zouden inlaten.

Journal des Dames et des Demoiselles et brodeuse illustrée réunies – 1891
Kortrijksesteenweg – Maaltekasteel van Felix-Joseph de Hemptinne

Gijs De Boeck schreef in zijn thesis met de titel ’19de -eeuwse liefdadigheid in de praktijk’, Academiejaar 2008-2009 Ugent: “De zorg voor de medemens werd ingebakken in de opvoeding van vrouwen van stand. Moeders namen hun dochters mee op huisbezoeken, en maanden ze aan om uit hun zakgeld een deel vrij te maken voor aalmoezen door zichzelf dingen te ontzeggen. Op termijn kregen ze zelfs armen toegewezen voor wie ze verantwoordelijk werden.”

De ‘dames d’oeuvres’ vonden in de liefdadigheid een manier om zich te laten gelden en waren zich maar al te goed bewust van hun belang. Ze kregen een voorbeeldfunctie, waar naar opgekeken kon worden”

Vrijdagmarkt – Schilderij in de hall van Bond Moyson
1856 – pic kb.nlblogs

Het gaf hen persoonlijke status en macht. Ze konden zoethoudertjes uitdelen aan de behoeftigen, die daar dankbaar voor moesten zijn. Het had iets neerbuigend, lag in het verlengde van het paternalisme van hun echtgenoten jegens hun arbeiders, en herinnerde aan een feodale maatschappij. Maar het botste niet met de katholieke moraal van de burgers en de geestelijken. Het katholicisme ondersteunde de bestaande maatschappelijke orde, omdat ze vond dat het kwaad van de armoede en de achterstelling niet uit te roeien viel. Onder de clerus waren het in hoofdzaak nonnen die “goede werken” deden. De rijke dames wedijverden zo een beetje met de nonnen. Maar die laatsten pakten de problemen echter veel structureler, grootschaliger en belangelozer aan, met bv. de oprichting van ziekenhuizen, etc.

De dames van adel keken eerder naar hun sociale status. Ze wilde de sociale verhoudingen helemaal niet veranderen

Kerkstraat, Gentbrugge – Arbed (verdwenen, pic uit 1986)
Oude Houtlei – pic aquarel J.J. Wynantz collectie, sogent

In de eerste helft van de 19e eeuw heerste nog een katholiek réveil onder de burgers. Men was er van overtuigd dat de oplossing van armoede lag in het herstel van morele en godsdienstige principes. De geestelijken prezen niet alleen het liefdadigheidswerk van de elitaire dames, ze gingen ook aan de bel met de vraag naar middelen. Als voorbeeld wordt een brief van de karmelietessen aan graaf d’Hane genoemd. Lees over de karmelietessen aan de Theresianenstraat  –  Lees over Hotel d’Hane in de Veldstraat

Dit réveil verdween. De geestelijken werden tijdens de tweede helft van de 19e eeuw door de liberale ondernemers en politici vaak met de nek bekeken en gepest.

1856 – pic modemuze
Stationsplein, Zuidstation – tegenwoordig: Graaf van Vlaanderenplein

Hun hulp mocht de bestaande orde niet verstoren

Quote uit de site van Faro, Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoedTe grootschalige ellende was een potentieel gevaar voor de bestaande orde en er werd dan ook alles aan gedaan om deze orde in stand te houden. Ieder hoorde netjes op dezelfde plaats op de sociale ladder te blijven, zo ook schaamsarmen of pauvres honteux. Dit waren ‘waardige armen’ die omwille van tegenslag in een onfortuinlijke positie verzeild waren: ze kregen speciale hulp tegen betere voorwaarden en voor een hoger bedrag. Ook neerwaartse mobiliteit werd dus bestreden!”

Botermarkt – pic Waar is de tijd
Onderstraat – François Laurentinstituut

Welke hun motivatie ook was, de dames van stand brachten in elk geval nooit structurele oplossingen door hun liefdadigheid. Bij wijze van spreken: “ze zalfden maar genazen niet”. Hun activiteiten waren een druppel op een hete plaat. Her en der lenigden ze enige materiële nood, maar ten gronde werkten ze niet, ongelijk sommige van hun mannelijke evenknieën, zoals de sociaal geëngageerde liberale en antiklerikale professoren Gustave Callier en François LaurentDie laatste zette zich in om de arbeidersklasse te ondersteunen met spaarkassen en met onderwijs – het Laurentinstituut in de Onderstraat. Eerstgenoemde bewerkstelligde onder meer – als schepen van onderwijs – dat jongeren verplicht naar de basisschool werden gestuurd. Hij forceerde de doorbraak van het gemeentelijk onderwijs. (Lees verder onder de foto)

Korenmarkt begin 19e eeuw – pic aquarel J.J. Wynantz collectie, sogent

 

‘Moeders voor moeders’

Het is opmerkelijk dat hun initiatieven dikwijls de richting uitgingen van de ondersteuning van andere vrouwen of hun kroost. Konden ze zich goed inleven in de familiale noden? Beter dan hun mannen? Er hing ook het aspect aan van “het sussen van hun geweten”, want sommige dames hadden allicht een soort van schuldgevoel ten aanzien van de seksegenoten die in ellende leefden als gevolg van de uitbuiting op de fabriek van hun eigenste heren van stand?

Gijs De Boeck: “Gegoede vrouwen zochten arme moeders en hun pasgeboren kinderen op, en namen het kind op in de goede zorgen van de burgerij, soms tot weken na de geboorte. Zij stonden garant voor een degelijke verzorging en voeding van de baby in deze cruciale periode van zijn of haar leven. De comités zouden de basis vormen voor een latere ontwikkeling richting crèches van fabrieksarbeidsters en verkregen soms zelfs financiële steun van het gemeentebestuur.”

Noordstraat van toen – aan de voet van de Brugse Poort – pic aquarel J.J. Wynantz collectie, sogent
Marie de Hemptinne – pic geni.com

Marie de Hemptinne was uit ander hout gesneden

Maar er was dus ook de jonge Marie de Hemptinne. Zij was een dochter van een rijke industrieel, maar was toch uit een ander soort hout gesneden dan de doorsnee rijke dame die aan liefdadigheid deed uit een complex aan motivaties.

Annelies Hemelsoet schreef over haar in een tijdschriftartikel, getiteld: ‘Liefdadigheid als roeping van de dame: het sociaal engagement van de adellijke vrouw in het 19de-eeuwse Gent’. We leerden uit haar artikel dat Marie de Hemptinne – ondanks haar status als dochter van een fabriekseigenaar – zo sober leefde als ze kon, en haar spaargeld besteedde om materiële tekorten bij noodlijdende gezinnen te lenigen. Ze kwam gemakkelijk in contact met de families van haar vaders werknemers en bracht bezoeken bij hen thuis. De fabriek fabriceerde linnen uit vlas en stond aan de Leieoever bij de Groene Vallei, aan de voet van de Brugse Poort. Vader bezat het Maaltekasteel in Sint-Denijs-Westrem, maar zal zoals elke industrieel ook wel een stadswoning gehad hebben,.waardoor Marie in de buurt van de cités was?

Groene Vallei – op het terrein van deze woonblokken: voormalige vlasspinnerij Felix-Joseph de Hemptinne
Leiekaai tegenover Groene Vallei

Rond het midden van de 19e eeuw stichtte Marie de Hemptinne ook het ‘Oeuvre des Gardiennes‘ ofte de “bewaarscholen“. Ze was ook nog actief in andere liefdadigheidsinitiatieven.

Toen ze op 28-jarige leeftijd stierf, was dit als gevolg van tyfus, een ziekte die ze had opgelopen tijdens haar talrijke bezoeken aan de arbeidershuisjes. De toenmalige bisschop Lodewijk-Jozef Delebecque – die aan het hoofd van de kerk stond in de periode dat de Sint-Annakerk werd gebouwd – prees haar en liet noteren dat haar dood een belangrijk verlies voor de armen betekende, en meer in het bijzonder voor de arbeiderskinderen.

De familie de Hemptinne

Marie de Hemptinne werd geboren in 1818 als dochter van Felix-Joseph de Hemptinne, een pionier onder de textielondernemers in Gent, en van Henriette-Adrienne LousbergsHaar moeder was de dochter van een ander groot textielpionier in Gent: Ferdinand Lousbergs, met fabriek aan de Reep – daar waar nu Sint-Bavo zit. Toen haar moeder vroegtijdig overleed, nam Marie de zorg voor haar zussen en haar broers op zich.

Opgeëistenlaan – de Hemptinne’s ‘Florida’ bij Rabot
Molenaarsstraat – achterkant Opgeëistenlaan – de Hemptinne

De broers van Marie – Charles, Jules en Joseph – stichtten in de tweede helft van de 19e eeuw een waar familiaal textielimperium in Gent. Hun vader had de basis gelegd aan de Groene Vallei, alwaar hij in 1938 het vlasverwerkend bedrijf ‘Société Linière La Lys’ had opgericht. De zonen zetten de textielactiviteit voort in de katoenverwerking, onder een nog in Gent klinkende bedrijfsnaam als bv. “de Florida” aan het Rabot.

Eugène, kleinzoon van Felix-Joseph en zoon van Charles de Hemptinne, richtte ook een fabriek op aan de Muinkschelde. Op zijn naam staat ook de ‘Cité de Hemptinne‘ bij de Muinkschelde, op wandelafstand van de fabriek – daar waar voorheen de dierentuin was. Toch stond hij niet erg bekend om zijn filantropie. In tegendeel zelfs. Hij toonde zich ook hautain ten aanzien van het stadsbestuur, van welke hij de grond voor zijn cité via een stroman had ingepikt. De stad wou op die plek burgerhuizen neerzetten. Als tegenreactie werd “de Cirk” opgericht, de huidige “Zebrastraat”.

Protestpamflet tegen Jules de Hemptinne
Ter Platen – Muikscheldeoever – Eugène de Hempdtinne – pic UGentMemorie

Marie’s broer Jules was evenmin geliefd bij het werkvolk. Zo illustreert een protestpamflet van ‘De van Gent’ uit 1897 (uit: ‘Gent/Rabot; “De teloorgang van de textielnijverheid”; Bart De Wilde, Lannoo) hoe Jules de Hemptinne bijzonder kwaad bloed zette door zijn arbeiders te dwingen om een document te tekenen, waarbij ze in de praktijk geen enkel verweer hadden tegen ontslag of willekeur bij het betalen van loon.

Marie’s broer Joseph, die in de Sint-Margrietstraat een katoendrukkerij, -spinnerij, -weverij bezat, en in het herenhuis van zijn grootvader aan moederszijde, Ferdinand Lousbergs, aan de Keizer Karelstraat woonde, was misschien eerder wel begaan met liefdadigheid. Hij co-bestierde in alle geval aan de Sint-Kwintensberg een kosteloze jongensschool, de Sint-Pietersschool.  F.D.

Tijdschrift ‘Handelingen…’

In het tijdschrift ‘Handelingen der Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent’ in de ‘Nieuwe reeks deel LVI, Gent 2002’ publiceerde Annelies Hemelsoet, journaliste bij VRT, een artikel, getiteld: ‘Liefdadigheid als roeping van de dame: het sociaal engagement van de adellijke vrouw in het 19de-eeuwse Gent’.

Onder de titel ‘19de -eeuwse liefdadigheid in de praktijk‘ maakte Gijs De Boeck een thesis voor het Academiejaar 2008-2009 aan Ugent.

Lees ook op deze blog:

(over strijd tussen liberalen en katholieken met o.a. als inzet de Sint-Annakerk) 

Het gaat dagen in het Oosten

 

 

Van Oud naar Groot Begijnhof

 

 

(over industrie en arbeiders)

 Meetje was conciërge in de fabrieke van d’Oude Vest

 

 

Het leven van toen in de cité

 

 

Familie de Hemptinne

 

 

Hoe de Gentse textielreus ontstond

 

 

 

 Naar Facebook

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Lees ook op deze blog:

VOLK – ARTIKELOVERZICHT 2019
OUDE GENTSE ENTREPRENEURS – ARTIKELOVERZICHT 2019