VOLK – Volksfiguur Aimé “de zierluuper”


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

VOLK – 10 augustus 2021De voorzitter van de Gentsche Sosseteit, Eddy Levis, maakte een portret van een volksfiguur die vele Gentenaars misschien vergeten zullen zijn: Aimé Termont, “de zierluuper”.

Hij was een hardloper, maar ook een ‘ultraloper’, aangezien hij soms langere afstanden liep dan in de marathon. Maar bovenal was hij een volksfiguur. En hij zamelde geld voor het goede doel, met behulp van zijn onafscheidelijke collectebus.

Aimé de zierluuper – pic via Eddy Levis

Daar doet zich in de straat een gerinkel van bellen horen. “Ter es doar ne ziereluuper!” Iedereen loopt buiten om het wonder te aanschouwen. De ziereluuper is een speciaal soort schooier. De man heeft een vaag soort sportpak aangetrokken, draagt een gordel behangen met bellen, en houdt een bus in de hand. Om zijn uithoudingsvermogen te bewijzen, loopt hij altijd maar door, straat in, straat uit en zelfs wanneer hij in een herberg binnenloopt, blijft hij ter plaatse ‘trampelen’. De bus dient tot het vergaren van centen. Uit: J. Boes, ‘Folklore van de Volksbuurt’, p. 43

Eddy Levis: “Een hardloper heet men in het Gentse dialect “ne zîerluuper”. Gents bekendste ‘zîerluuper’ was zeker Aimé Termont. Hij werd in 1906 te Eeklo geboren, maar kort nadien verlieten zijn ouders het Meetjesland en vestigden zich te Sint-Amandsberg. Daar bracht Aimé zijn jeugd door. Zijn vrienden ondervonden al snel dat zijn benen vlugger waren dan de hunne. Hij onderscheidde zich in loopwedstrijden. Als “stroatkoerser” wist hij als jongeling veel prijzen in natura weg te kapen: koffie, vlees, drank, kledingstukken, en andere nuttige voorwerpen. Hij beoefende ook voetbal en bokssport.

Op zijn twintigste werd hij in het ‘zîerluupe’ aangemoedigd door liefdadige instellingen. Zo deed het Belgische Rode Kruis op hem beroep om, al lopend, geld in te zamelen. Ook voor andere liefdadige instellingen bracht hij “zaad in ‘t bakje”. Op 20-jarige leeftijd trok hij terug naar Eeklo. Hij werkte er als handarbeider en bleef liefhebber-zîerluuper.

Aimé de zierluuper – pic via Etienne Fornier

In 1959 keerde hij naar Gent terug en woonde toen in de Nodenaysteeg nr. 7. Hij zou er een plaats veroveren tussen de zeldzaam wordende volkstypes. Termont begon zijn eerste openbaar optreden tijdens de kermis te Ertvelde-Rieme. Nadien doorkruistte hij de straten van talloze steden en gemeenten. Oost-Vlaanderen was zijn geliefkoosd werkterrein, zoals het carnaval te Aalst, Eeklo, Maldegem, ‘Zotte Maandag’ te Ronse, Sint-Niklaas, de ‘Ronde van Vlaanderen’, de kermisdagen te Wetteren, Zottegem, en nog veel meer.
In Gent liet hij zich graag zien tijdens de Gentse Feesten, op braderijen en buurtfeesten en op het voetbalplein van de ‘Gantoise’.

Buiten de provincie trok hij ook naar ‘de Vetten Os’ te Anderlecht, het Sint-Barbarafeest van de mijnwerkers te Genk, Waregem Koerse, en de steenbakkersstreek van Boom en Niel. Korte verplaatsingen deed hij per fiets, langere per bus of trein. (…)

In al deze gemeenten kende hij iemand waar hij zich als ‘zîerluuper’ kon uitdossen. Hij droeg een onderlijfje, een korte broek, witte kousen en zwarte schoenen. Hij was blootshoofds en had in beide handen een metalen collectebus. Daarmee liep hij winter en zomer de straten en café’s af. Na 2 à 3 uur lopen keerde hij even terug naar zijn stek, at en dronk er wat, rustte er een tiental minuten uit en begon dan opnieuw. Zo legde hij tijdens de Gentse feesten van 1962 het equivalent van de afstand Gent – Parijs af!”

In 1968 schonk Geo Langie (1906 – 1982) het Museum voor Volkskunde, nu ‘Huis van Alijn‘, een met krijt ingekleurde tekening die hij speciaal voor de tentoonstelling ‘150 jaar Gentse Feesten’ maakte. Vooraan zien we zîerluuper Aimé Termont in aktie met zijn collectebus, in korte broek, wit-blauw(!) hemdje, witte sokken en zwarte pantoffels. Om de lenden hangt de riem met paardebellen.

Aimé de Zierluuper – pic potloodtekening door Geo Langie

Op de achtergrond twee volkstypes: een dronken arbeider en een vrouw, blijkbaar met een groen hoedje met pluim, zoals Hélène Maréchal het in één van haar succesnummers bezong. Boven hun hoofden: feestverlichting.

Langie heeft geen karikatuur gemaakt van Termont. Integendeel. Het is de afbeelding van en krachtige, goedgespierde man. Termont was een geliefde verschijning in het Gentse. Iedereen wist voor welk goed doel de ‘zîerluuper’ rondliep. Men vond hem wel een beetje bizar, maar men had eerbied voor de volkse goedgeefsheid van de man.
De achtergrondfiguren zijn vrij karikaturaal, misvormd, ruw, afgestompt, uitgeleefd, twee volksmensen die als het ware loskwamen uit een van de vele tekeningen van Langie, zoals ‘Fîeste in ‘t Poatershol’, een bekend werk, waarin hij dergelijke sukkels situeert bij karakteristieke geveltjes en verloren gewaande achterbuurten. (…). Uit: Lode Hoste: Gent – ‘De zeerloper Aimé Termont’, Oostvlaamse Zanten, jg. 1968, pp. 135-136

Lees ook op deze blog:

“Slosse”, een volksfiguur die tot de verbeelding sprak

 

 

John Massis: “openbaar kunstbezit” middels zijn gebit

 

 

De patser in de Cadillac. Excentriek, toch haast vergeten

 

 

‘De Roste Wasser’ waste wasgoed van hoertjes

 

 

Zotte Frans

 

 

Walter De Buck: Trefpunt

 

 

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook

 

Lees ook op deze blog:

VOLK – ARTIKELOVERZICHT 2019-2020-2021