STAD – Verdwenen en verminkte monumenten


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

STAD – 26 maart 2022 Ugent Professor emeritus Psychologie en Psychiatrie Alexander Karel Evrard overschouwde, een kleine twintig jaar geleden in een artikel in ‘Ghendtsche Tydinghen’, de verdwenen monumenten in Gent. Ook: de monumenten die onherroepelijk beschadigd werden.

De professor (die volgend jaar 100 jaar oud wordt) somt een vijftiental voorbeelden op.

Bij het realiseren in 1993 van de tentoonstelling ‘8 eeuwen Gentse ziekenhuizen‘  in het Museum Vander Haeghen en van de erbij horende catalogus, vonden wij een zestigtal godshuizen terug, en bleken wij achteraf er nog enkele over het hoofd te hebben gezien. (Bijna iedere gilde, nering of ambacht had zo’n sociale voorziening) 
De meeste van deze instellingen verdwenen weer in de loop der tijden (vooral onder invloed van de Franse Revolutie), enkele bleven gedeeltelijk of in gewijzigde vorm bestaan (zoals b.v. de oude Bijlokeziekenzaal die concertgebouw werd, of de Wolweverskapel die als bioscooplokaal en nu als mode-paleis wordt gebruikt).

Kortedagsteeg – Wolwerverskapel – winkel – voorheen cinema Savoye – Pathé

Van Gent wordt gezegd dat het de stad is met de meeste historische monumenten (hoewel men op het eerste gezicht zou geneigd zijn dit eerder aan Brugge toe te kennen; doch dit zal wel vooral aan de dichtere concentratie aldaar te wijten blijven).
Dat er nog tal van oude gebouwen te Gent zijn, is in zekere zin verwonderlijk, wanneer men bedenkt wat er niet allemaal reeds tegen de vlakte is gegooid geworden. In Vlaanderen’s oude hoofdstad moeten er dus wel zéér veel geweest zijn.

Sint-Baafsabdij
Sint-Pietersabdij. Zicht vanop de Muinkkaai

Naast een ganse reeks verdwenen godshuizen, is misschien wel de belangrijkste verloren instelling de machtige Sint-Baafsabdij (zoals door iedere Gentenaar terdege geweten, door de Spaanse Habsburger Carolus afgeschaft/ Keizer Karel); slechts de puinen van het ‘Museum voor Stenen Voorwerpen’ blijven er van over.
Maar ook van haar beroemde evenknie en tegenhanger, de Sint-Pietersabdij, is heel wat afgebroken geworden (zoals door de archeologische opgravingen op het Sint-Pietersplein aan het licht komt; naast de O.L.Vrouwparochiekerk verdwenen ook in het Frans tijdperk het abtspaleis en een reeks bijgebouwen van het weidse complex).

Gravensteen – François-Joseph Boulanger
Het Pand – aan de kant van de Predikherenlei

Het unieke Gravensteen ontsnapte tenauwernood aan afbraak. Ook Het Pand van Onderbergen werd slechts op het nippertje (door Universiteits-Rector Jean-Jacques Bouckaert) gered.
De merkwaardige Dominicanenkerk ernaast, viel nog in de 19e eeuw onder de slopershamer (huidige Jakobijnenstraat); slechts één Doornikse muur (van Onderbergen naar Leie) blijft er van over …

Rest van de Dominicanenkerk – aan de kant van de Jacobijnenstraat

Rechtover het Gravensteen sneuvelde de Sint-Veerlekerk.

Op de plek waar vroeger de Sint-Veerlekerk of Pharaïldiskerk stond, is vanop het Sint-Veerleplein niets meer te merken. Bekeken vanop de Grasbrug, zie je nog een rechtopstaande kolom staan die bij die kerk behoorde…

Op de Vrijdagmarkt verdween het prachtige Utenhovesteen. Aan de Korenmarkt werden de Châtelet-gevangenis en nadien het Pakhuis gesloopt. Langs de Coupure moest het Rasphuis van Vilain XIIII eraan geloven.

Panoramisch gezicht op Gent’ van 1534 – STAM (pic uitklikbaar)

Op het ‘Panoramisch Zicht’ van Gent anno 1534 ziet men de stad omgeven door een reeks poorten waarvan sommige reeds op zichzelf er als een kasteel uitzagen; ze moesten wijken voor de uitbreiding, er blijft niets van over; hoewel men in verscheidene steden er toch wel een of meer als reliek heeft weten te bewaren.

Het Zuidstation verdween aan, wat nu door sommigen, “het Rode Plein” wordt genoemd.

Het fraaie ‘Botanisch Instituut‘ van architect Louis Cloquet moest de plaats ruimen voor een meer-functionele wolkenkrabber.

Het enige Moorse huis van Gent, aan de Fortlaan, ging tegen de vlakte voor het
zoveelste volkomen karakterloze appartementsblok.

Het huis van Karel van Lerberghe aan de Rooseveltlaan (vroeger Dierentuinlaan) verdween met zijn kunstvol interieur.

Fortlaan – Adriaan Linters op zijn facebookpagina over het jaar 1975: “Bij de inventarisatie van Gent stootte men op een prachtig Moors huis in de Fortlaan. Exterieur en interieur intact, een uniek voorbeeld van het exotisme in de stad. Er werd dan ook een beschermingsvoorstel opgemaakt, maar al vlug bleek dat zulks een brug te ver was. Het dossier kwam er niet – dank zij politieke en andere druk achter de schermen. En plots verschenen er borden aan de gevel die afbraak en bouw van appartementen aankondigden.”

Twee typische oude gebouwen van de Drabstraat moesten snel weg voor zgn. uitbreiding van het Museum voor Sierkunst [Design Museum]; de gapende wonde in het stadsbeeld ligt er nog altijd open. [Recent werd aangekondigd dat er op die plek een uitbreiding van het museum komt]. Aan de overkant van dezelfde straat sneuvelden een aantal huizen voor een “dringend-nodig” hotel); na jaren is het een overwoekerde wildernis + vuilnisbelt.

Het nieuwe gebouw zal o.m. een alternatieve ingang zijn. Het Design Museum is gevestigd in Hotel De Coninck in de Jan Breydelstraat. De ‘WC-rol’ verhuist naar Kemzeke.

Het interieur van de gewezen Bank van de Arbeid (met ontwerpen van kunstenaar-beeldhouwer Geo Verbanck) werd in klaarlichte dag leeggeplunderd.

Het Hospice van de Hundelgemsesteenweg moest ook plots weg; het dak was nog maar gerestaureerd, en vensters en deuren vernieuwd; het terrein ligt er nog altijd triest en desolaat.

En onze opsomming is verre van volledig …
Van zovele merkwaardige oude wijken – die wegens urbanisatie of sanering moesten verdwijnen – heeft men na optreden van kranen en bulldozers geen enkele herinnering, hoe klein ook, nagelaten; het moest alles uitgewist en vergeten worden.
En nu weten wij natuurlijk ook wel dat men niet alles wat oud is kan bewaren of behouden; zoals wij ook weten in welke buurten van stegen en krotwoningen, vroeger cholera of tyfus bij voorkeur uitbraken.

Maar architecturale of archeologische parels zou men toch dienen te respecteren. Noemde men bv. de oude Dominicanenkerk niet “één der mooiste tempelinterieurs” van Gent, ze sneuvelde voor een urbanisatieplan dat nooit werd doorgetrokken.

De verdwenen Dominicanenkerk – pic Gendtsche Tydinghen

Sprak [hoogleraar] Paul De Keyser niet i.v.m. het Utenhove-slot (aan de Vrijdagmarkt; in oude teksten ook wel “den Grooten” of “den Hoogen Steen” genoemd  van “een parel van burgerlijke middeleeuwse bouwkunst”; het werd opgeofferd om er een paar herbergen voor in de plaats te zetten.

Hoevele stadsbeelden en gebouwen kennen wij nog alleen uit de schetsen van [kunstenaar tweede helft 19de – eerste helft 20ste eeuw] Armand Heins of de aquarellen van soldaat [Jean-Baptist] Wynants? [omstreeks 1820]

Vrijdagmarkt – Utenhovesteen – pic Gendtsche Tydinghen

Als Gentenaar denkt men met een zekere weemoed terug aan het vele dat Vlaanderen’s oude hoofdstad heeft reeds moeten zien verloren gaan, het woord van Baron [Goswin] Stassart indachtig: “Les démolisseurs sont nombreux, les bons architectes sont rares.

Alexander-Karel Evrard
in GHENDTSCHE TYDINGHEN in 2004

Biografie. Alexander Karel Evrard werd geboren in 1923. [Hij wordt dit jaar 99] Hij doctoreerde in 1950 in Gent en in 1953 in Leiden tot zenuwarts. In 1954 schreef hij ‘Geschiedenis der Psychiatrie’ voor de Wereldbibliotheek in Amsterdam.
Als hoogleraar psychologie en psychiatrie aan de Universiteit Gent, onderwees hij ook geschiedenis van de geneeskunde. Zijn psychiatrische en historische publicaties zijn talloos. Daarnaast was hij ook medeoprichter van de Jan Palfijn-stichting en van het museum Dr. Guislain.

Van professor Evrard is ook bekend dat hij orangist is en dat hij bijgevolg ijverde voor het oprichten van het standbeeld van Willem I op de Bisdomkaai.
Lees op deze blog: Orangisten, Willem I is weer in de stad!

In onze blog brachten we al een bijdrage van professor Evrard: De Citadellaan, 1930: burgerij én armoe

Memoires. “Op 98-jarige leeftijd biedt professor Evrard als een soort afscheid een bundel herinneringen aan, die ons met verwondering laten vaststellen hoeveel er tijdens één mensenleven is veranderd op het vlak van levenswijze, mentaliteit, godsdienst en nog veel meer. Zijn memoires – onder de titel ‘Ik was een zoekende – vormen tegelijkertijd een uniek tijdsdocument.
In het bijzonder voor zijn vijf achterkleinkinderen ijvert Alexander Karel Evrard nog steeds voor een beter milieu en een gegarandeerde levenstoekomst.”
Uitgeverij Skribis, 2021

Terug naar hoofdpagina

 

Naar Facebook

Lees ook op deze blog:

STAD – ARTIKELOVERZICHT 2022-2023-2024