persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina
GENTSE ZOMER 2017 – 07 augustus 2017 – Stad Gent is verzusterd, verbroederd of gejumeleerd met zeven buitenlandse steden. De allereerste verzustering dateert al van 1958: met het Franse Saint-Raphaël aan de Azurenkust. Meer.
Vlaamse Kaai – Boven ooghoogte, hangt zij dit popje, voorzien van een zuurstofmaskertje en oorbeschermers. C’est une poupée qui fait non, zoals die van Michel Polnareff? Een gebroken been en een strop om de hals zeggen de rest. Een stil protest tegen het overdadige verkeer.
Forelstraat – Snoekstraat en omliggende – In de straten achter de Lousbergskaai vond afgelopen weekend de jaarlijkse rommelmarkt plaats. Van ‘rommelwater‘ heeft vandaag niemand last. Dat was een dikke 200 jaar geleden anders. (Lees op deze blog: Waarom het Visserijkanaal naast de Nederschelde?)
Kortrijksesteenweg – Ze zijn zeldzaam geworden in het stadsbeeld, de Vespaciennes – ook wel “pissijn” genoemd in ’t Schoon Vlaams. Hier staat nog eentje, dat nota bene met zijn front gericht staat naar het zogenaamde, onofficiële Delphine Boëlpark, waarover we al meldden (in de editie ‘Sterfgevallen en kiekens-zonder-kop’)
Vlasmarkt – “Gentse Feesten in de Charlatan? Nee, ‘k zie dat niet zitten“, alzo sprak Freddy De Vadder in een rechttoe rechtaan promofilmpje uit 2008 voor het bekende café voor youngsters – ooit voor alternativos.
Isabellakaai – Eerder schreven we al over De Peperbus. Het is een stadsversterking uit de Laat Spaanse Tijd. Het machtscentrum ligt dan al lang in Brussel. Een tweede torentje werd afgebroken. De Peperbus lag waarschijnlijk aan de splitsing van Muinkschelde en (thans gedempte) Oude Schelde.
De Oostenrijkers behielden de toren als tolpoort en bouwden de Keizerpoort als militaire versterking.
Saint-Raphaël, France – Reisseizoen! Oudste – want sinds 1958 – zusterstad van Gent! Afgelopen zaterdag was er een Défilé d’élégance automobile. De daarop volgende dag stond op het programma: fête de la Saint-Pierre avec procession en ville et sur l’eau. Op het water, ja, want Saint-Raphaël ligt aan de Côte d’Azur, n’est-ce pas.
Het weer vorige zaterdag: 31 °C, wind ZO met 16 km/h, 60% luchtvochtigheid.
Biarritz, France – Reisseizoen! “Ca avance un peu ici? J’ai faim!” riep jouw scribent door het luik dat hem scheidde van de chef in zijn frietkotkelder. Dit wou zo veel zeggen als “is ’t eten nog nie gereed?“. Voor de grap natuurlijk. Toch was de man een beetje geschrokken van zoveel assertivité belge.
Burggravenlaan – “Geen Dienst” staat op het bestemmingsbord van de bus. Na 23u is het kwaad kersen eten met De Lijn als je nog vervoer zoekt. Wie buiten de stad wil geraken, kijkt na 20u al op zijn neus.
Ga ten laatste om respectievelijk 22u en 19u een bus zoeken!
Robert Rinskopflaan, Gentbrugge – Actie-comité ‘Wijk Zonder Trein‘ krijgt een Sinterklaascadeau van de NMBS. Vanaf december stoppen er meer treinen in het Gentbrugse station, dat gelegen is aan de straat genoemd naar de, ooit in de gemeente gevestigde, schoenblinkfabricant.
Zeven treinen zullen dagelijks in Gentbrugge stoppen. Tot hiertoe is dit drie … Het heuglijke nieuws voor het actie-comité werd eerder op Radio2 aangekondigd.
Jakob Van Caeneghemstraat – De man naar wie de straat werd genoemd, is één van de pioniers van de Gentse textielnijverheid. Samen met Félix-Joseph de Hemtpinne – peetvader van de textielfamilie – richtte Jakob Van Caeneghem de vlasfabriek La Linière La Lys op, met hoofdzetel aan de Groene Vallei.
We vermeldden hem al in een eerdere rubriek van Gentse Zomer.
Minnemeers – Oudevest – ‘Het Manchester van het Vasteland’ – Het MIAT-gebouw. Pieter Van Huffel was de eerste die op die locatie een onderneming startte: een katoenspinnerij. In 1830 kwam daar een katoenweverij bij. Pierre Guéquier en Ferdinand Dierman namen het bedrijf over in 1845.
Sint-Veerleplein – Fratersplein – Het is nog niet zo gek lang geleden dat fabrieken hun stek hadden in het stadscentrum. Tot en met de jaren 1970… De meeste verlaten industriële sites krijgen ofwel een herbestemming of werden gesloopt. Toen in 1860 het poortgeld werd opgeheven, trokken meer fabrieken buiten de stad. Voorheen deden ze dit niet omdat ze aan de stadspoorten verbruikersbelasting zouden moeten betalen om hun waren binnen de stadsmuren te brengen. Aan het begin van de industriële revolutie had dit tot gevolg dat fabrieken onderdak zochten in verlaten kloosters en in – of tegenaan – monumenten handelszaken optrokken. Zo was bv. aan het begin van de 19e eeuw een katoenspinnerij gevestigd in het Gravensteen, alsook in het Kartuizerklooster aan het Fratersplein – Groene Briel. Onder Napoleon Bonaparte werden nog een tolhekken opgetrokken aan de Brusselsepoort. De oude tolpoorten waren al verdwenen aan het eind van het Oostenrijks Bewind.
Lambert Queteletstraat – Korenmarkt – Nooit gedacht dat ik op die straatnaam zou botsen. Dit Meneerke Kotelet of Vuil Adolfken – zijn tweede voornaam genoot meer bekendheid – zou generaties studenten menswetenschappen kloten met zijn vondst: de statistiek. Alle gekheid op een stokje. Lambert Adolphe Quetelet was een beroemd wis- en sterrekundige uit de 19e eeuw. Hij richtte in Brussel het eerste grote openbare statistische instituut ter wereld op. De straat die naar hem werd genoemd, ligt tussen Tolpoort en Jozef Van Crommbrugghestraat. Zijn geboortehuis staat aan de Korenmarkt. Onder invloed van de commerce onderging de gevel een aantal metamorfoses. F.D.
Lees ook op deze blog: