EVENT/ STAD – “Met de pijp in de mond en de broek vol stront”


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

In de jaren huppeldepup was er een kort kinderrijmpje dat luidde: “Op de hoek van de straat stond een soldaat, met de pijp in de mond en de broek vol stront”.

Daar dachten we aan, toen we de geveltrap aan de trapgevel van het Huis van Alijn bestegen, alwaar de EXPO ROOK plaats vindt. Alvorens snel nog een brandende peuk in de goot te gooien.

 

EVENT/ STAD  19 januari 2019 – Dit verhaal gaat over roken. Soldaten komen er ook even in voor. En ook de stront die werd gekieperd over de roker, de horeca en de reclame. Maar bovenal: in dit verhaal schetsen we op anekdotische wijze, doorheen de geschiedenis, hoe men tegen roken aankijkt – vanuit het standpunt van de roker en de niet-roker. Je vindt er vele herkenbare voorbeelden in terug van mensen en situaties.

Toegegeven dat de niet-rokende medemens geen boodschap heeft aan de volgende ontboezeming: “Voor een rokende mens was het leven aangenamer toen hij in een horecazaak nog een sigaret mocht opsteken. De smaak van een pintje was beter in combinatie met de aroma van tabak. Lekker uit eten vroeg om een degustatie met behulp van een sigaret. Of voor de heren: een sigaar. Zelfs het simpelweg nuttigen van een koffie in een tearoom smeekt om tabakslucht.”

Roken op café – pic made in Vlaams Brabant

Dit alles is verleden tijd. Het is waar: niet-rokende mensen vinden bovengestelde beschouwingen getuigen van het egoïsme van de roker. Er werd inderdaad geen rekening gehouden met de niet-rokende medemens. Niet in openbare gebouwen, niet in de huiskamer, niet in de auto.

Treinen en vliegtuigen voorzagen nog in aparte zitplaatsen voor rokers. In de treinen waren dat de rokerscoupés – de ‘groene pluche‘ in eerste klas. Die rokerscoupés besloegen ongeveer de helft van het volledige treinstel. In het vliegtuig mocht je achteraan zitten roken. Tot ergens eind de jaren ’90. En er werd daar op het vliegtuig met fardes sigaretten geleurd. Taksvrij dan nog.

Roken in vliegtuig – pic zoover.nl

Het is vandaag ondenkbaar dat je in de huiskamer de tv aanzet en er rokende mannetjes ziet op het scherm tijdens een politiek of cultureel debat. Nochtans was dit de gewoonste zaak tot in de vroege jaren tachtig. Waren we dat niet gewoon sinds premier Paul Vanden Boeynants met de pijp en de mond  in beeld kwam sinds de jaren ’60.

Paul Vanden Boeynant – pic hln
‘Ieder zijn Waarheid’

In de voorloper van ‘De Zevende Dag‘ – ‘Ieder zijn Waarheid‘ – deden politici, journalisten en studiogasten daar nog een schep bovenop: ze rookten lustig boven grote vazen gevuld met bier. Ook dit is ondenkbaar geworden: in de tv-studio bier drinken, it’s not done.

In deze puriteinse antitabak- en antialcoholtijden vloekt dit met de perceptie van degelijkheid. Dat Hein Vanhaezbrouck zeer recent met een pintje op de desk in beeld kwam tijdens een perssessie om zijn nood over Anderlecht te klagen, leek ontegensprekelijk te willen zeggen: “ik geef er de brui aan”. Mocht hij een sigaret opgestoken hebben in het oog van de camera: idem dito.

In het eigen pluche in de woonkamer gezeten, hielden vele ouders zich ook niet in voor de kinderen. Sommigen ook niet tijdens autoritten. De roker was koning! Dit (a)sociaal gedrag stond mettertijd onder vuur. Een eerste publiek debat richtte zich op de straatreclame voor sigaretten en de tabakssponsor van evenementen die daar overigens, in tijden van reclamearme tv, nog een keer barnumreclame voor kreeg…

Reclame op tv was er in Vlaanderen nog niet in 1983 – het jaar van de onsterfelijke Marlboro-affiche. VTM was nog niet eens verwekt.

Marlboro 1983 – pic etsy

Cowboys en indianen

In dat jaar 1983 verscheen een ,op een schuimbekkend raspaard gezeten, stoere cowboy in het straatbeeld op honderdvierkante-meter-borden. Zijn roepnaam was ‘Marlboro‘. De binnenkant van zijn broekspijpen waren van lederen lappen voorzien, tussen welke hij, ter hoogte van de eigen billen, zijn raspaard in bedwang kneep. Hij scheen te willen vertellen dat échte mannen rokende mannen zijn. Een geréchte, onwankelbare eigen rug op de paardenrug, en een brandende sigaret onder de rand van de cowboyhoed, moesten dit bewijzen. Terloops wou hij ook vrouwen tot roken verleiden.

De anti-tabakslobby steigerde. Het beeld deed het discours over hun stokpaardje ontvlammen. Als het ware vochten de indianen terug. Het kon niet dat roken als dusdanig werd verheerlijkt. Niemand had het over de schadelijke effecten voor de roker, ook niet over de dito neveneffecten: het vergassen van de niet-rokende medemens in diens buurt. Ook niet over de perceptie van dit beeld door kinderen en tieners.

Reclame op luciferdoosjes

Als gevolg mochten in de reclamebeelden geen afbeeldingen van mensen en sfeerbeelden meer in combinatie met sigaretten. De tabaksindustrie omzeilde de wetgeving door dan maar reclame te maken voor aanstekers en lucifers van het eigen merk. Later werd reclame voor tabak en aanverwante producten tout-court verboden. Kinderen mochten op een bepaald ogenblik zelfs niet meer van die chocoladesigaretten meer kunnen kopen. Zo had vice-premier Magda Aelvoet beslist in de regering Verhofstadt I.

Reclameland moest rekening houden met de nieuwe tijden, vol bewustzijn over de nieuwe maatschappelijke hygiëne. Het fenomeen ‘roken’ moest fors ingedijkt worden. Het duurde echter nog een kleine twee decennia vooraleer de anti-tabakslobby er, middels de politiek, in slaagde om een volledige rookstop in te voeren in de horeca.

In 2010 mocht eerst niet meer gerookt worden daar waar gegeten werd. Rooklucht en vuile asbakken op tafel werden uit restaurants gebannen. Het is waar: de gevulde asbak stond er op tafel als evenwaardig aan de met lekkernijen gevulde borden. Dat was érover. Een jaar later mocht ook roken op café en in de discotheek niet meer. De Vlaamse Liga tegen Kanker – de voorloper van Kom Op Tegen Kanker – wreef zich in de pollen, want zij had dit bij het Grondwettelijk Hof bekomen.

Horeca-uitbaters waren not amused met dit verbod. Sommige cafébazen voorzagen in aparte rookkamertjes. Dit mocht. Sommigen omzeilden de wetgeving door het café te combineren met bv. … een tabakshandel, waar de klant naar een publiek achterafzaaltje geleid werd, waar hij/zij bij een drankje zijn/haar rookstokje kon opsteken.

Het savoureren van tabak, gestoken in een sigarettenhuls, gewikkeld in een veredeld bananenblad, gepropt in het kopje van een pijp … was een ingeburgerde gewoonte sinds decennia, zelfs sinds eeuwen.

Sinds Christoffel Columbus op Amerikaanse bodem de tabaksplant ontdekte en hij, en zijn navolgers, die op schepen meenam naar Europa – samen met de patat, de coloradokever en de muskusrat – was het hek van de dam.

In hoge kringen ging men al in de 16e eeuw vermaalde tabak snuiven. Twee eeuwen later werd dit gebruik wijd verbreid. In de lagere kringen ging men tabak pruimen, zijnde: kauwen of sjieken. Laatst genoemde volksgewoonte was een taaie overlever.

Fluimenpot of kwispedoor

In afgelegen dorpjes in La Flandre profonde kon je in de jaren ’60-’70 nog sjiekende Oude Belgen aantreffen, die rochelend vanuit hun luie zetel hun tabakspuug mikten in een meters van hen verwijderde, op de vloer aanwezige, fluimenpot. Die pot heette officieel de ‘kwispedoor’. Dit hebben we in het Huis van Alijn geleerd.

Omdat het spuwen een kwalijke volkssport was, hingen in de jaren ’60 in de bussen nog opschriften met ‘Défense de crachez/ Verboden te spuwen

Tot voor de grote oorlogen werd de ene kring bediend met de sigaar, en de andere kring met toebak, voor het vullen van de neuswarmer zoals de pijp wordt genoemd, of voor het ambachtelijk vervaardigen van de zelf gerolde sigaret. Later kwam de sigaret in pakjes van de industrieband gerold.

Hoe belangrijk de sigaret in het naoorlogse maatschappelijk leven was, werd al duidelijk bij de bevrijding van onze contreien door Amerikanen en Canadezen. De soldaten beschikten over sigaretten, een goed waarvan de inwoners van de bezette gebieden van ontstoken waren geweest.

Het gerucht gaat dat vrouwen – die opkeken naar de schone militaire kostuums van de bevrijders en allicht ook naar wat eronder zat – zich zouden verhangen hebben voor het bemachtigen van een sigaret van die soldaten. Het werkwoord ‘verhangen’ kan hier een eufemisme zijn voor wat zich toen afspeelde bij schemerdonker aan de Bevrijdingslaan en daarbuiten.

pic TracesOfWar

Na de oorlog overspoelde de sigaret de maatschappij. Sigaretten in pakjes kenden vele merken die vandaag nog enkel door taartetende mensen in herinnering gebracht worden. Belga, Johnson, Gauloises, Groene Sint-Michel, Richmond, Zemir… om er een paar te noemen, al of niet mét filter.

Sigaretten in pakjes zijn consumptiegoederen en daar hoort een marketingmachine bij – niet in het minst – reclame om de doelgroep te bewerken. Die doelgroep was jan-modaal, maar snel kwam daar een nieuwe doelgroep bij: mieke-modaal.

Als we daarnet stelden dat vrouwen bij de bevrijding rond rokende soldaten zwermden en smachtten – het kan ook voor chocolade geweest zijn, want dit hadden de soldaten ook bij – dan was zeker in de tweede helft van de jaren zestig een nieuwe doelgroep geboren: de rokende vrouw. Een sigaret in de bek paste wonderwel bij het imago van contraire dat die jonge vrouwen zich wensten aan te meten in hun maatschappelijke ontvoogdingsstrijd.

De meesten herinneren zich de ‘Dolle Mina’s, en die lustten er pap van, zij het dat ze misschien niet altijd tabak rolden. Het duurde maar nauwelijks een decennium vooraleer de buitenhuis werkende vrouw en de huisvrouw hun vrijgevochten dochters volgden. Tot in de jaren ’70 was er nochtans nog steeds een zekere maatschappelijke weerstand tegen op straat rokende vrouwen in La Flandre profonde.

Eerst lapten fabrieksmeisjes dit taboe aan hun knielaarzen. Na hen: de secretaresses op weg naar huis na de kantooruren. En later: de huisvrouwen. Vooral tijdens familiefeesten, want die laatste groep was veeleer gelegenheidsroker. Er waren uitzonderingen.

Familiefeesten
Feesten allerhande

Je zag de huisvrouwen – tijdens bruiloften, oudejaarsfeesten en Eerste en Plechtige Communiefeesten – voorzichtig nippen aan de filter van hun sigaret, om dan vervolgens een hapje rook in de mond te nemen, dat ze snel weer uitbliezen alvorens die rook de longen zou bereiken.

Het blazen leek op oppervlakkig puffen. Ze schenen hun vingers aan de hand van de sigaret daar bij te willen strekken – gebaar, wat hen tot would-be mondaine dames moest verheffen, ook al hadden ze soms hun vettige keukenschort nog om.

Speciaal voor de geraffineerde vrouwen vond de productmarketingmachine de lange sigaret uit, en ook die met muntsmaak, om ze maar aan het roken te krijgen en om hen het gevoel te geven dat ze recht hadden op de eigen sigaret. Terwijl hun wilde dochters al baas waren in eigen buik, moesten de huismoeders nog baas in eigen longen worden, hoewel ze niet allen de nicotinedamp inhaleerden. Bepaalde merken werden als vrouwelijk gemarketeerd, zoals bv. Stuyvesant en Splendid.

Eddy Merckx met zijn ‘gezonde’ sigaret

Er was zelfs een merk in de jaren ’70 dat beweerde de gezonde sigaret op de markt te moeten brengen… Het merk R6 had voor de promotie niemand minder dan Eddy Merckx gestrikt! En dit terwijl zijn vrouw Claudine gezonde frietjes bakte in Resi-frituurvet ook geschikt voor het insmeren van Eddy’s fietsketting.

Er werd nogal wat gepaft in Vlaamse huiskamers. Tijdens feesten en partijen smoorden jan- en mieke-modaal sigaretten zonder rekening te houden met hun kroost. De grootvader zat heel zeker aan de pijp. Hij had daartoe meestal ook een pijpenrek ter beschikking die op een mooie plek aan de woonkamermuur hing. De grootmoeder was het gewoon om passief mee te roken. Ze onderging. Zo ook, dat geheelonthoudende tante nonneke, dat vanzeleven niets moest weten van om het even welke sigaar.

De ommekeer

Tijdens de jaren tachtig begon het te rommelen in tabaksland, of beter: bij de antirokers. Straatreclame voor sigaretten werd op de korrel genomen. Idem dito voor wat betreft de reclame in gazetten en tijdschriften.

Het protest tegen tabaksreclame en de druk op het beleid zorgde er uiteindelijk voor dat er een bij wet geregelde reclame-beperking kwam. Eerst mocht er geen afbeelding van een menselijk wezen meer op de reclamepanelen en in de advertenties. Later mocht er helemaal niets meer geadverteerd worden dat met tabak had te maken. De wetgever liet de bedrukking op de pakjes sigaretten eerst nog ongemoeid. Maar de tijden veranderden snel.

Afgrijselijke beelden – hln.be

Al geruime tijd moet de opdruk op elk pakje de meest afgrijselijke beelden laten zien: mensen met gezondheidsproblemen die mogelijks het gevolg zijn van hun rookgedrag.

Jacques Brel – pic fine art america

Rokende tv-presentators werden al in de loop van de jaren ’90 al van het scherm gebannen. Rokende acteurs in films zijn een zeldzaamheid geworden. Tenzij in uitzendingen van detective Maigret en consorten. En waar is de tijd dat kettingroker-zangers – al of niet op de platenhoes met een brandende peuk in de bek – bejubeld werden ? Charles AznavourJacques Brel… 

Bekende Vlamingen, à la Herman Brusselmans, die nog tijdens tv-uitzendingen one liners durven poneren als: “ik rook nog steeds en ik zou het iedereen aanraden” worden enkel nog gedoogd, omdat televisiemakers er van uitgaan dat de uitspraken humoristisch bedoeld zijn.

Met uitzondering van huiskamers en ruimtes van besloten gezelschappen, mag roken nergens meer in publieke ruimtes – de straat ter zijde gelaten. Niet meer in het station, de post, het stadhuis, kroegen, restaurants… Evenmin op de werkplek. Verstokte rokers onder de kantoor- en fabrieksmensen krijgen – om hen ter wille te zijn – rookpauzes toegestaan. In sommige gevallen worden die pauzes via de prikklok verrekend en afgetrokken van de gepresteerde werktijd.

Ook in ziekenhuizen regeert het rookverbod. Tot ergens in de jaren ’90 hadden vele ziekenhuizen nog een rookkamer op elke afdeling of op elke verdieping! Bij uitzondering werd door het ziekenhuispersoneel door de vingers gekeken als bezoekers in de kraamafdeling, de omstanders – incluis de pas bevallen mama en haar baby – verblijden middels het opsteken van een sigaar of een sigaret, hen hiermede in feestelijke kringelende, blauwwitte odeur hullend.

In de kraamkliniek
In ziekenhuizen in ’t algemeen

Wie herinnert er zich nog het veel besproken incident in een Aalsters ziekenhuis, alwaar een minister het als zijn recht beschouwde om in zijn ziekenkamer dagelijks aan de sigaar te zitten? Hij heet Luc Vandenbossche, een man die nu allicht een pijpje stopt, wat past bij een teruggetrokken leven na een débâcle aan de Keizer Karelstraat.

Naast het laten opdrukken van afgrijselijke beelden op de sigarettenpakjes, zorgt de wetgever voor niet-aflatende prijsverhogingen om de mensen van hun kwalijke rookgedrag af te helpen.

Kinderen in de auto – pic petities.nl

En de wetgever voorziet ook in boetes voor wie het toch nog zou aandurven om een stinkstokje te roken in plaatsen waar een verbod geldt. Laatst kwam daar ook nog bij: voertuigen waar kinderen in vertoeven. Terecht. Iedereen herinnert zich nog de vrolijk dampende nonkel die je naar huis bracht in zijn auto, van welke de cabine was gehuld in verschroeiende rook. Had de auto dan al misschien nog geen geel-aangeslagen ruiten, dan zeker was hij ruim voorzien van overvolle of walmende asbakken.

De wetgever zal het allicht op papier goed menen, maar is toch ook hypocriet. Net zoals met heffingen op energie ten voordele van het klimaat, weet de goegemeente niet of die overdadige taksen op tabak ook dienen voor, zeg maar, weldadig preventiebeleid. De goegemeente denkt eigenlijk dat de taksen – die een veelvoud zijn in verhouding tot de economische waarde van de tabak – moeten dienen om de begroting in evenwicht te houden. En gelijk heeft ze.

Maggie De Block – zo lang de rekker rekt…

Beleidsmakers zouden zich een bult verschieten mochten alle rokers ineens de aanbevelingen van FOD Volksgezondheid volgen en terstond stoppen met roken. Dus berekenen Maggie De Block & co, met de precisie van een apothekers-weegschaaltje, de prijselasticiteit van het pakje sigaretten. In mensentaal: ze testen uit hoe lang de rekker rekt. “Stoppen ze niet bij €10 per pakje? Maak er dan maar €11 van”.

Jan en mieke-modaal zoeken naar kostenbesparende alternatieven en komen uit bij roltabak, al of niet met behulp van een machientje. Al of niet draaien ze hun tabak in korte of lange blaadjes. 😉 Maar écht stoppen met roken doen ze nauwelijks.

Althans niet de Mieke’s en de Marina’s, want, zo weet Volksgezondheid, roken de vrouwen weer méér! ‘Stoppen met roken’ hoort bij het snel vergeten van goede voornemens na nieuwjaarsdag. Gelukkig maar voor de minister van begroting, anders was de staat failliet en moest hij het geld wel halen waar het zit 🙂

Als rokers ziek worden, hoor je natuurlijk een ander verhaal. Over hen die de pijp aan maarten gaven, hoor je de verhalen dan weer van de nabestaanden.

Johnny en Marina grijpen soms naar trending e-sigaret, de elektronische sigaret. Maar hier eindigt dit verhaal, want straks zouden we het ook nog moeten hebben over de joint-rokende medemens en over waterpijprokers, en daar is geen ruimte meer voor in dit bestek. F.D.

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook

 

Lees ook op deze blog:

EVENT – ARTIKELOVERZICHT 2019
STAD in 2016 - ARTIKELOVERZICHT
EVENT– ARTIKELOVERZICHT 2016-2017-2018
STAD – ARTIKELOVERZICHT 2019
STAD in 2016 - ARTIKELOVERZICHT
STAD – ARTIKELOVERZICHT 2016-2017-2018