VOLK – Kraanmannen uit de Voorhavenkaai vertellen


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

VOLK/ STAD  16 mei 2020 – Oude kraanmannen praten honderduit over hun vroegere werk. Over het aan wal hijsen van oude paarden bestemd voor salami, als over het dragen van velouren kousen over de handen om geen snokken te krijgen in de cabine. 

Voorhavenkaai – “Titaantje” – pic Raconteurs, Stad Gent

Het verhaal van Ferdinand Tange, kraanman van 1970 – 1984 aan de Gentse Voorhaven. “Het schip brak middendoor, onze kranen zakten weg…” 

Kraanman Ferdinand Tange – pic Raconteurs, Stad Gent

Ferdinand Tange: “Als kraanman moest je rendabel zijn, want we werkten voor een stuk op basis van drinkgeld. De stevedoor wist wel wie hij moest hebben als het werk vooruit moest gaan. Sommige kraanmannen deden hun werk echt graag. Bij hen stond het zweet op hun voorhoofd als ze hun dubbel briefke kregen. Maar er zaten ook leeggangers tussen. Zij werkten altijd even traag, of ze nu veel of weinig drinkgeld kregen.

Je mocht toch rekenen op drie jaar eer je met al die verschillende soorten kranen vlot overweg kon. Van die moderne kranen terug gaan naar die ouwere types is precies of je vandaag in een auto van de jaren ’20-’30 stapt, met dubbele koppeling, met tussengas en zonder servostuur.

Schipperskaai

We hebben vanalles gelost en geladen: Audi’s, patatten, spiritus, wijnvaten. Die werden in de loodsen wel serieus vergrendeld.

‘Den Yzer’ was een boot speciaal gebouwd voor het transport van koeien, schapen, paarden. De paarden kwamen meestal uit Polen en waren bestemd om er salami van te maken. De beesten werden via de gangway in de loodsen gejaagd. op een keer riepen de dokwerkers dat ze het niet konden houden van de stank. Bleek dat er onderweg een hele hoop beesten vertrappeld waren. Die moesten wij er dan met de kraan uithalen.

Op een dag waren we Saharazand aan het lossen uit een grote, oude Rijnkast van 3 à 4.000 ton. Ineens klonk een luide knal en brak dat schip middendoor. Ik zat juist in een van die twee vlotkranen die met stalen kabels aan die vloten vast lagen.

Dok Noord – Muidelaan

Die vloten namen subiet één, twee meter water, waardoor de kranen schuin kwamen te staan. Het schip trok ons naar beneden. De vlotkranen waar wij in zaten, waren met nylonkabels verbonden met die Rijnkast. Die begonnen serieus uit te rekken tot de kabels krak zeiden. Toen was het lopen voor ons leven naar het klimtouw. Uiteindelijk is het nog goed afgelopen. Een geluk, want ik kan niet zwemmen.”

Origineel verschenen bij de Gentse Raconteurs onder de titel: ‘Verhalen uit de Hoogte – kraanman Ferdinand Tange‘, op 19 maart 2018, en geplaatst door de Dienst Beleidsparticipatie Stad Gent. Door Walter Ertvelt.

Het verhaal van Frans – ‘Boeboe’ – De Backer, gewezen kraanman van 1955 tot 1990 aan de Gentse Voorhaven. “We hadden Lourdeshoek zonder tv gezet…”

Kraanman Frans De Backer – pic Raconteurs, Stad Gent

Frans De Backer: “Mijn eerste werkdag? Henri en ik moesten mee met schele Van Damme, de meestergast, op zo’n kraantje van 2,5 ton. Hij vroeg aan Henri om de sleutel in het contact te steken. Ineens hoorden we “PATAT”, de ganse bazaar was weg. Kortsluiting! De controle stond niet op nul! Dat was onze entree.

Op een dag kwam ik hier toe en zag ik een stoommachientje dat verbonden was met een generator dat heel uiteen lag. De meestergast vroeg mij om de boel weer ineen te steken. Gelukkig kreeg ik de hulp van Jan Danneels die daar meer verstand van had.

Zicht op Voorhavenkaai vanaf Meulestedekaai

Toen het machientje uiteindelijk weer draaide, moest Henri de generatrice weer aansluiten. Twee dagen later kregen we ineens het onverwachte bezoek vanuit Brussel. We mochten de boel direct stil leggen, want heel Lourdeshoek zat zonder tv-aansluiting. We hadden zo een klein beetje storing veroorzaakt.

Soms werd er wel eens gevochten. Zo had ik eens boel met een foreman, gewoon omdat ik de orders van mijn meestergast wilde opvolgen en hij daar niet akkoord mee was. Toen hij “jonge leegganger” naar mij riep, was voor mij de maat vol.

Voorhaven – Kanaal De Lieve

In die dagen werd ik niet voor niets “Boeboe” genoemd op de dokken. Ik ging nogal gemakkelijk een discussietje aan en kon nogal goed uit de voeten. Het mocht gerust een dokwerker zijn die voor mij stond.

In de winter moesten we een zakske met kolen op onze rug en wat stoofhout en olie naar boven trekken om ons kachelke, zo’n rond duvelke, te doen branden. En kreeg je in de namiddag een andere kraan, dan mocht je weer naar boven.

Handelsdokkaai – zicht op Nieuwe Dokken

Bij vochtig weer was je ook gezien in die oude kraantjes. Ik kan niet tellen hoeveel snokken ik gekregen heb, met al dat ijzer. En ik kan u verzekeren dat het serieuze pletsen waren. Ik was daar met mijn wakke handen nogal gevoelig aan. Zeker bij het aanraken van de rem bij het ophalen had ik haast altijd prijs. Je kunt dat vergelijken met die controlebars bij de trams van vroeger. Mijn vrouw heeft mij nog van die velouren kousen gemaakt die ik dan over mijn handen trok.”

Origineel verschenen bij de Gentse Raconteurs onder de titel: ‘Verhalen uit de Hoogte – kraanman Frans – ‘Boeboe’ – De Backer, 28 november 2018, en geplaatst door de Dienst Beleidsparticipatie Stad Gent. Door Walter Ertvelt.

 

Lees ook op deze blog:

Nicolaï Kossikoff en de Gentse haven

 

 

Bootje varen tijdens Gentse havendag

 

 

Over schippers, feestgedruis en huwelijksbootjes

 

 

 

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook

Lees ook op deze blog:

VOLK – ARTIKELOVERZICHT 2019-2020
STAD – ARTIKELOVERZICHT 2019-2020