VERHALEN – Hoe zou het nog met Herwig Braeckevelt zijn?


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

VERHALEN  21 januari 2017 –   Vorig jaar, meer precies op 23 februari 2017, publiceerde persblog.be een bloemlezing van eigen werk onder de titel: Saint-Amour met Herwig Braeckevelt.   De bloemlezing bracht passages uit het door scribent neergepende manuscript Volop bezig met geen boek te schrijven’, een verhaal over een fictief Gents schrijver: Herwig Braeckevelt.

Het verhaal dat vooraf ging speelt zich af in Gent en bevat de volgende passages:

  • Restaurant Valentijn in het Patershol; De eerste ontmoeting tussen de protagonisten Herwig Braeckevelt en Jeroen Bosschaert gaat over schrijverschap en over wijven 
  • Café Aba-Jour in Oudburg. Herwig vertelt over zijn jeugd tussen fremdkörper met Miaatje
  • Café Bentos, Wondelgemstraat. Jeroen ‘betrapt’ Herwig op overspel jegens Anoushka

Lees eerst dit oudere verhaal op deze blog: Saint-Amour met Herwig Braeckevelt

of

Lees het vervolg op deze pagina →

pic demorgen.be

Eigenlijk had de titel van deze bloemlezing moeten luiden: ‘Hoe zou het nog met Jeroen Bosschaert zijn?’ Protagonist Jeroen Bosschaert, in het manuscript zelf een schrijver, deed er eerst alles aan om bevriend te worden met ‘De Grote Schrijver’ Herwig Braeckevelt, waar hij zo naar op keek.

Jeroen en Herwig ontmoetten elkaar geregeld. Toch bleef Jeroen kritisch over Herwig en zijn oeuvre. Op gegeven ogenblik valt Jeroen uit de gratie van ‘De Grote Schrijver’. Sinds dan benoemt Jeroen hem nog slechts met ‘Schrijver’ en ontwikkelt hij een haat jegens Herwig.

Er staat nog veel meer in het manuscript!

Na een echtelijke ruzie trekt Herwig’s vrouw Anoushka in bij het koppel Jeroen & Jelle. Jeroen raakt eerst heel opgewonden over deze gebeurtenis , daarna geërgerd.

Terwijl de eega’s, Anoushka en Jelle, gaan shoppen zijn, gedraagt Jeroen zich als een idioot aan de telefoon. Uiteindelijk belt Herwig, De Grote Schrijver, op zoek naar zijn weggelopen vrouw.

Lees het hier ↓

Opgepast: Straffe en gore taal wordt niet geschuwd!

De komst van A

Anoushka was aan de telefoon. Als bij donderslag bij heldere hemel kondigde ze aan dat ze Herwig de vorige avond definitief verlaten had. “Dat laatste boek van hem deed de deur dicht” zei ze ferm. “Hij had gewild of ongewild een spreekwoordelijke kroniek van een spreekwoordelijk aangekondigde dood geschreven over onze liefde of wat er nog van restte.” Jelle bracht tegen dat Anoushka toch altijd inzage kreeg in zijn manuscripten. Ze antwoordde dat dit voor het laatste boek niet het geval was geweest. “Ik wist niet eens dat hij, parallel met ‘De biografie van Jan Hoedemaekers’, ook aan het schrijven was aan ‘Watervrees tijdens een verdrinking’. Hij moet het onafwendbare van onze breuk ingezien hebben als gevolg van onze polarisatie over kinderen krijgen. Toen het boek ineens in de winkelrekken lag, had hij mij nog steeds niets verteld. Ik heb het gekocht, in vette letters ‘Salut en de kost’ op de flap geschreven, en het naar zijn kop gegooid. Dat was het einde.”    

Jelle wou weten waar Anoushka nu verbleef. “Ik wil zeker niet meer in zijn loft in Oudburg wonen. Ik ben nu eventjes dakloos” zei ze. “Kom jij dan maar snel hierheen” besloot Jelle. Jeroen die het gesprek over de speaker had kunnen volgen, was verbluft. “Komt Anoushka hier bivakkeren?” kuchte hij zenuwachtig. “Ja, en jij houdt zo lang op met je bitsigheden over Herwig in de huiskamer te debiteren” zei Jelle streng. Jeroen knikte. Hij lachte in zijn vuistje over het noodlottige gevolg van Herwig’s laatste roman. “Zijn wijf was weg. Wat had hij anders kunnen verwachten na de publicatie van dergelijke roman waarin hij de situatie voorstelt alsof ze al weg is, en dit tegen het licht van het echtelijke dispuut over kinderen krijgen? Wat een dommekloot! Wat wou hij met die roman bereiken? Anoushka laten zien hoe hij zou lijden als ze mocht weggaan? Hij had het omgekeerde bereikt. En, zijn wijf zou nu bij hém komen inwonen, uitgerekend zijn literaire vijand! De ironie van het lot!

Wat een rare hersenkronkel van malloot Herwig: aantonen hoeveel je zou lijden als iemand je niet van je wil houden.” Het deed Jeroen denken aan een lang vervlogen tijd, waarin hij een kennis had die ooit in een danszaal een bierglas op zijn eigen hoofd kapot sloeg, omdat hij op die manier wou aantonen aan de gade die hij wou veroveren, dat het hem menens was. Dat hij zichzelf iets ging aandoen, mocht ze niet op zijn avances ingaan. Dat hij dan ontiegelijk zou lijden. Herwig was van hetzelfde dubieus romantische allooi. Een onbeholpen kluns. Een asperge.

Terug naar hoofdpagina

Toen Anoushka gepakt de huiskamer kwam naar binnen gestruind, zat Jeroen ostentatief in ‘Het Schaamhaarboek’ van Kaat Bollen te bladeren. Hij wou zich hiermee een pikante pose aanmeten om haar lichtjes te provoceren. Hij zou haar immers druppelsgewijs moeten diets maken dat zij nu, althans in zijn verbeelding, deel zou uitmaken van zijn territorium. De Orang-oetang had nu twee apinnetjes en het zou heel aardig wat seksuele spanning mogen opleveren. Twee apinnetjes, en dit alles dankzij het feit dat Braeckevelt geen spoor verraadde van verlichting als het op emotionele intelligentie aan kwam . De intrede van de tweede concubine was nog maar een begin, en niets in vergelijking met zijn fantasie. (…) 

Anoushka zou intrekken in de slaapkamer naast de hunne. Deze beslissing van Jelle leverde weer wat extra stof voor prikkelende gedachten bij Jeroen. Hij dacht aan het kot bij een van zijn grootouderparen waar ze chinchilla’s kweekten. De vrouwtjes verbleven in aparte hokken naast elkaar, verbonden met een loopgang waar ze niet op konden omdat ze een ring rond nek droegen. Enkel het mannetje zonder nekring had de vrijheid om via de loopgang alle hokken te bezoeken in verband met de voortplanting. (…) 

Jelle rukte Jeroen bruusk uit zijn dagdroom door hem Anoushka’s valies in handen te duwen en hem te bevelen die naar de logeerkamer te brengen. Boven gekomen, kon hij het niet laten om die snel even open te ritsen om een glimp op te vangen van de inhoud. Hij opende een twintig centimeter, waar doorheen hij met zijn hand woelde in de textiel van Anoushka. Hij voelde naar behaatjes en strings. Strings, die zou ze zeker dragen! Of was het weerom zijn ziekelijke fantasie die hem parten speelde?

Toen hij de vrouwenstemmen in de trappenhal hoorde, ritste hij snel de klep van het valies weer dicht. Fluitend kruiste hij de dames op de trap en ging in de woonkamer weer in ‘Het Schaamhaarboek’ zitten lezen. Er stonden leuke prentjes in, zoals een afbeelding van het schilderij van Gustave Courbet: ‘L’Origine du Monde’, de voorloper van de harde pornografie. Hij liet het boek geopend op die pagina, gemaakt argeloos, op het salontafeltje achter om te gaan plassen. In de hoop dat Anoushka het te zien kreeg.

Terug naar hoofdpagina

Tussen bos en woestijn

Even later nestelden ze zich met zijn drieën gezellig op de bank voor de televisie met een bord Meusachtige kiek. Anoushka zat tussen Jeroen en Jelle in. Beide vrouwen hielden van misdaadseries, de zogenaamde ‘who’s done it? series’ à la Barnaby. Hij placht steeds grappen te maken met dit soort series door ze te betitelen als ‘who’s donut?’

Terwijl de vrouwen gespannen keken hoe inspecteur Barnaby hoffelijk een land lady op de fluwelen rooster legde over haar tijdsgebruik tijdens een moordpartij, had Jeroen weer het boek van Kaat Bollen ter hand genomen. Hij bladerde naar de afbeeldingen tot hij bij het hoofdstukje ‘Playboy’ kwam. Daarin stond een beeldband met foto’s van schaamstreken uit edities van het magazine van de jaren zeventig tot op vandaag. Het ging van bosrijk tot volledige kaalslag. Tussenin zag je landingsbanen in diverse vormen. Op het gebied van intieme begroeiing leek de vrouw, parallel met de opwarming van de aarde, te evolueren naar woestijnvorming. Jeroen hield het boek zo ostentatief hoog boven zijn schoot, zodat het in Anoushka’s gezichtsveld kwam. Zo ook de plaatjes.

Toen de pauze aanbrak, liet Anoushka haar blik voluit en ongegeneerd over de opengeslagen pagina’s van het boek glijden. Ze bleek niet gechoqueerd. Ze drukte haar verwondering uit voor de schaamhaarmode in de jaren zeventig en tachtig toen trimmen en kaal plukken nog niet aan de orde waren, wat bossen opleverde tot ver op de dijen en halverwege de buik. Dit vond ze afschuwelijk. Of er mannen waren die dit aantrekkelijk konden vinden, vroeg ze. “De toen geldende normen, smaken en modes waren niet vergelijkbaar met vandaag” doceerde Jeroen. Hij durfde het aan om haar schaamteloos te vragen of ze het plaatje wou aanwijzen dat op haar coupe leek. Ze stak haar wijsvinger uit naar het plaatje met de volledige kaalslag. Ze toonde geen schroom, ook niet als hij iets te lang naar het plaatje bleef kijken en het duidelijk was dat hij in gedachten haar hoofd bij het lichaam op het plaatje aan het verzinnen was. (…)

Terug naar hoofdpagina

De erotische prikkeling die hij eerst ervoer bij de vreemde gaste in huis, maakte snel plaats voor ingehouden ergernis. ’s Anderendaags ontwaakte hij in een zee van smartlappen – ofte levensliederen in het schoon Hollands – die afkomstig waren van de laptop die Anoushka mee in bad genomen had. “Jeminee” dacht hij. “Moet dit nu, dat kabaal?” en “Wie neemt nu in godsnaam een duur stuk elektronica mee in een kamer gevuld met stoom?” Ze was dus onnadenkend en geheel op haar zelf gefocust, anders had ze hem wel zijn ochtendrust gegund. Hij stapte dan maar uit bed, ging beneden koffie zetten, stak zijn eerste sigaret op en zapte ondertussen naar een ochtendprogramma op de televisie. (…)

Even later had Anoushka de badkamer verlaten en maakte haar entree in de woonkamer, gewapend met een haardroger. Niet gespeend van enige empathie ging ze ongegeneerd voor de woonkamerspiegel haar haren drogen met het lawaaierige apparaat. Jeroen vond het kras wat ze deed. Had ze dan helemaal geen greintje gevoel van respect voor wat een ander aan het doen was in zijn eigen woonkamer? Hij had zijn haar eens moeten staan drogen terwijl zij en Jelle naar hun ‘Who’s donut’ keken? Het kot zou te klein geweest zijn! Toen ze daarmee klaar was, ging ze op de hoek van de bank zitten met de laptop. Daarbij hinderde ze met het klapbeeldscherm zijn zicht op het televisiebeeldscherm. Zich van geen kwaad bewust en niet begiftigd met één grein tact. Vervolgens zette ze ook nog onnadenkend een grote fles frisdrank op het salontafeltje in het gezichtsveld van Jeroen. Was hij niet zo goed gehumeurd, die morgen, hij zou koken. “Hoe tolerant moet je zijn met gasten?” dacht hij. “Moest je wachten vooraleer in te grijpen in hun ongezonde mores tot ze op je schoot poepen?” Gelukkig wandelde Jelle op hetzelfde moment de kamer binnen. Haar stralende glimlach verdreef zijn ergernis.

In de loop van de dag werd Anoushka neurotisch. Nagelbijtend vroeg ze zich hardop af of ze er wel goed aan had gedaan om Herwig in zijn sop te laten koken. Aan Jelle’s bevestigende mening hierover had ze plotseling niet meer genoeg. Ze belde nog een vriendin om haar verhaal van voor af aan over te doen. Dit leverde 55 minuten en 55 seconden pantomime op. De telefoonklok loog niet. Jeroen had zich gedurende de volle duurtijd van het gesprek achter zijn krant verscholen. Hij deed alsof hij zich op de artikels concentreerde, maar in werkelijkheid luisterde hij Anoushka platvloers af. Aan de reacties van Anoushka te horen, was die vriendin een even grote zeurkous als zijzelf als het over mannen ging. De clichés spatten in en uit de hoorn. Hij ving op: “grote kinderen”, “ze denken enkel aan zichzelf”, “geen verantwoordelijkheid” en meer van dat cliché taalgebruik. “Kinderpraat” vond Jeroen en hij dacht: “ik zou ze niet allemaal zaad willen geven, al die kutten van dit allooi”.

Terug naar hoofdpagina

Een doodgewone dag?

Na een tijd kon hij enkel nog maar hopen dat Anoushka en Jelle de wijk zouden nemen. Waarom zouden ze niet een  hele dag gaan shoppen? Kon hij hen niet een duwtje in de rug geven? Nadat Anoushka klaar was met haar omstandige en opgehitste uiteenzetting over de mening van die andere vriendin, zag Jeroen zijn kans. Hij merkte droogjes op dat Jelle toch wat beter aan haar voeten verdiende dan die afgelopen pumps. Tegelijk vroeg hij langs zijn neus weg aan Anoushka of ze al naar de solden was geweest? Zijn aanpak werkte. De wijven  zouden vertrekken, maar niet eerder dan dat ze de briefjes uit zijn portefeuille hadden gelicht.

Jeroen had dus tijd voor zichzelf moeten kopen. Hij knipte de televisie uit en ging in het boek zitten lezen dat hij eerder stiekem in de openbare bibliotheek had ontleend. ‘Stiekem’, omdat het een boek betrof van de Grote Schrijver – correctie: Schrijver – en hij niet wou dat Jelle noch Anoushka te weten kwamen dat hij stiekem nog een beetje opkeek naar de Schrijver, ook al wou hij hem tegelijk een pad in de korf zetten.

Hij genoot van de rust in de woonkamer. Het was inmiddels middag en hij stak zijn tiende sigaret op van die dag. Hij las op een boekenkaft: ‘Herwig Braeckevelt. Een dag in Gent’. Op de achterkaft stond te lezen dat het boek handelde over een doodgewone dag uit het leven van de schrijver, met als hoogtepunten: de hond, de apotheker, een depressieve dame, het theater en een meisje op haar flatje’. Vooral dit laatste interesseerde Jeroen.

Onderaan de achterkaft stond nog een verwaande zelfgeschreven denominatie van de Schrijver, meer bepaald: ‘Herwig Braeckevelt is een zeer belangrijke schrijver in Vlaanderen’. “Als hij het al niet zelf geschreven heeft, dan moet de uitgeverij het in zijn plaats gedaan hebben, en dan nog getuigt het van een ongelofelijke idiotie” van de zelfverklaarde Grote Schrijver, vond Jeroen. Herwig had al eerder in kantschriftjes neuzenlippende opmerkingen geventileerd, als zou hij even miskend zijn tijdens leven als Hugo Claus. Zijn schrijverswijsheid was allicht geïnspireerd door de gedachte dat rebellen slechts postuum geëerd worden. Daar had hij natuurlijk een punt. Niet alleen schrijvers, alle artiesten en eigenlijk alle personen die in de belangstelling kwamen en die zich niet voegden naar de heersende moraal, waren dergelijk lot beschoren. Neem nu die schilder met zijn ‘L’Origine du Monde’…

Jeroen vond die gedachte heel erg interessant, ook al kwam ze van de Schrijver, maar het had hem wel afgeleid van het item van het meisje in haar flatje. “Wat deed Herwig bij een meisje in haar flatje, terwijl zijn vrouw uit werken was?” vroeg Jeroen zich af. “Zou hij haar bedrogen hebben? En was hij zo een grote kiwi dat hij dit ook nog eens te boek had gesteld?”

Op pagina 139 vond hij het antwoord op zijn prangende vraag. Het meisje heette Nathalie. Daar stond te lezen welke onwelvoeglijke vraag hij haar had gesteld. “Mag ik je tieten even zien? Verder ga ik niet, want ik ben getrouwd”. Jeroen kreeg gloeiende oren bij het vervolg: “Nathalie deed haar T-shirt uit, alsmede haar bh, en ik kon nu twee mooie, peervormige tieten bekijken”. Vervolgens beuzelt de Schrijver dat hij zich een beetje schuldig voelt. Al snel blijkt dit geveinsd, want vervolgens vraagt hij: “Nathalie, mag ik ook je kut zien? Maar dat is dan wel de uiterste limiet, want ik ben echt waar getrouwd”. Dan vertelt hij dat ze haar jeans en haar slip uittrekt en hem een uitzicht bood op haar kut, waarboven niet meer dan een toefje schaamhaar groeide. (…) Daarna zou hij in de hoek van haar kamer gescheten hebben en zijn reet met een kussen hebben afgeveegd. “De oen” besloot Jeroen.

Terug naar hoofdpagina

Papierhandel Vellekens

Een uur en zes sigaretten later, ging de telefoon. (…) 

Het ding was aan het morrelen, niet aan het bellen, omdat hij de bel stiller had gezet, gezien ze op zijn zenuwen werkte. “‘Bell’ en ‘bel’… zou het een toeval zijn?” overpeinsde hij toen hij afhaakte en meteen debiteerde: “Op de derde toon is het precies 13 uur 13 minuten en 13 seconden.” Hij feliciteerde zichzelf in gedachten, omdat het geen slechte vondst was voor een vrijdag, de dertiende. Aan de andere kant bleef het weer een secondelang stil. Jeroen vulde zijn boodschap aan met ‘bip, bip, bip’ en wachtte weer af. Hij hoorde een klik en haakte ook weer in.

Nu had hij het geluid van de telefoon helemaal afgezet, zodat enkel een lampje oplichtte toen hij alweer afging. Hij versmalde zijn stemgeluid tot een robotachtig gepiep en smaalde door de hoorn: “Fijne dag gewenst. U bent verbonden met Papiercentrale Vellekens. Voor technische ondersteuning, druk 1. Voor problemen met uw factuur, druk 2. Voor een vieze mop, druk 3.” Aan de andere kant van de lijn was de beller op een toets aan het drukken. Dat hoorde hij aan het piepen. Hij wist helaas niet op welke toets. Hij ging dus maar onverstoord verder met zijn opsomming: “Voor onze speciale aanbieding gerecycleerd toiletpapier, druk 4.” Daarna hoorde hij een langgerekt ‘tuut’. “Benieuwd wie het geweest is” dacht hij. Niettemin was hij ervan overtuigd dat het zijn schoonmoeder was die een derde poging om te bellen had gewaagd. “Een vierde keer zal ze niet gauw proberen” dacht hij malicieus. “Ze zal zeker eerst haar medicatiekastje raadplegen en minstens een vol uur platte rust nemen. Uit voorzorg, of uit wanhoop.” (…)

Jeroen ging genoegzaam in de zetel zitten. Ook al ergerde hij zich soms aan Anoushka, toch was hij blij dat ze er straks weer zou zijn, want nu zou hij eens de waarheid over haar ex, de literaire zwamneus, kunnen blootleggen.

En dan gebeurde het: het telefoonlampje ging weer branden. Aan en uit, aan en uit. Jeroen twijfelde eraan of hij dit keer zou opnemen. Hij liet het lampje zeker tien keer aan en uit floepen. Uiteindelijk besloot hij op te nemen en geen begroeting te formuleren. Hij nam op en luisterde ingespannen. Na een aarzeling aan de andere kant, hoorde hij warempel de stem van de Schrijver: “Euh, ben ik bij Bosschaert?” vroeg hij met een schraperig geluid, alsof hij zichzelf een deep throat had toegebracht. Jeroen besloot nog even om niets te zeggen. Dan ging het weer verder aan de andere kant: “Euh, ben jij het Jelle? Herwig hier.” Dat Schrijverke dacht dus hij Jeroen’s vrouw aan de lijn had. Jeroen imiteerde een truttige meisjesstem en antwoordde met: “Euh, u spreekt hier met de dienstmaagd des huizes” en zong vervolgens in de hoorn: “Wie heb ik aan de lijn, halo, halo?” Hij bootste hiermee het truttenlied van een meisjesgroep na. Aan de andere kant van de lijn scheen Herwig zijn geduld te verliezen. “U spreekt met Braeckevelt, Hérwig Braeckevélt” sprak de Schrijver streng en nadrukkelijk, en hij ging in één adem door met het debiteren van de tekst op de achterkaft van zijn nieuwste boek: “Herwig Braeckevelt – 1957 – de belangrijke schrijver die eerder meer dan 75 boeken publiceerde. Hij wordt zowel verguisd als verafgood”. Jeroen hield eerst een stilte aan. “Maar vooral verafgood” voegde de Schrijver er haastig aan toe.

Veur wa is ‘t?” vroeg Jeroen met de stem van een ka-drietje. (…) “Ik wou graag weten of mijn eega bij u verblijft?” vroeg Herwig formeel. “Eega? Heet zij zo, uw teefje?” repliceerde Jeroen’s typetje. De alias giechelde nog wat in de hoorn om haar vermeende authenticiteit te bewijzen. Nu werd Herwig geheel agressief. “Ik kom u persoonlijk bij uw kut grijpen als u mij nu niet een duidelijk antwoord geeft op mijn bloedernstige vraag” bulderde hij. “Dan had je wat vroeger moeten opstaan, want Eega is gaan wandelen met ons madam” kirde de alias. “Is Anoushka gaan wandelen met Jelle? Weet u waar naartoe?” zei de Schrijver enigszins opgelucht. “Ze gingen naar een optreden” loog de alias, “van de Chippendales.” Tijdens zijn korte adempauze hoorde Jeroen Herwig slikken. “Ze hadden een vrijkaart van De Bond voor Jonge Gezinnen en zouden na afloop een potje zaad van een Chippendale cadeau krijgen… Vooral Anoushka was geïnteresseerd”, aldus de alias die het weer op een giechelen zette. De Schrijver had het bedrog door, vloekte iets over god, en daarna hoorde Jeroen enkel nog de vertrouwde ‘tuut’. F.D.

Terug naar hoofdpagina

Volgende keer: De Grote Schrijver Herwig Braeckevelt komt op bezoek bij Jeroen en Jelle. Hij wil zijn wijf terug. Helaas mislukt de verzoeningspoging omdat Jeroen roet in het eten gooit. (Passages uit het 134 pagina’s tellende manuscript ‘Volop bezig met geen boek te schrijven’ van Frank Depreitere)

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook

 

Lees meer op deze blog:

VERHALEN & OPINIE in 2016 – ARTIKELOVERZICHT
VERHALEN EN OPINIE in 2016-2017-2018 – ARTIKELOVERZICHT