GENTSE ZOMER 2020 28 april 2020  ‘Bij gebrek aan het ruime  sop‘ is de titel van deze vierde editie, van deze rubriek ‘Gentse Zomer 2020’..

Herinner je je ‘Gentenaars uit hun stad weggelokt’ uit 2017? Jan Matthys lokte je toen naar Oostende. Zal het hem dit jaar ook lukken?
Ga je deze zomer in Oostende op een-vierkante-meter handdoek liggen, anderhalve meter ver van je buur? En ga je roerloos stil liggen – ook de kinderen – zodat er geen chaos wordt veroorzaakt en het COVID-19-virus toeslaat ? 😀
Oude Vismijn – Voor jou ligt de Leie en links loopt de Lieve. Hoewel, van ‘lopen’ of ‘stromen’ is geen sprake want het water is stil en het oppervlak zo glad als een spiegel. Je zou denken: de foto is onlangs genomen, want er varen geen boten meer wegens de COVID-19-crisis. Neen. de foto dateert van 2016, genomen tijdens een vroege zomerochtend.
Kunstgalerij aan de Kraanlei – Staat in de etalage: een boksende furie in topless outfit. Gaat de man er van zweven of kiest hij – zij het in een symbool gevat – het luchtruim om te ontsnappen, bij gebrek aan het ruime (zee)sop? Of is hij het lijdend voorwerp van huiselijk geweld in deze opgefokte COVID-19-tijden? Of is het Delfine Persoon die ze ziet vliegen, omdat ook zij wordt opgehokt?
Aan de achterkant van Onderbergen, met de achtergevel naar de Predikherenlei langsheen de Leie, zat op het dak van Het Pand: een aalscholver
Jos Billen, ‘Gent 1913‘: “In 1923 kocht Fernand Hanus het Flandria Palace Hotel, dat gebouwd was in het teken van de Wereldtentoonstelling van Gent. (…). Op 11 januari 1924 bezweek Fernand Hanus op 43-jarige leeftijd aan de gevolgen van een bloedvergiftiging. Hij liet een vrouw en drie zonen na (…). Zodra het bericht van zijn overlijden bekend was, eisten de banken de terugbetaling van de hoge investeringskredieten. Zijn erfgenamen zagen zich gedwongen het Flandria Palace en de landgoederen in Frankrijk te verkopen om de torenhoge erfeniskosten en de terugbetaling van de kredieten te bekostigen.
In de historie van UCO zijn Fernand en zijn zus Aline Hanus allicht de meest onderbelichte onder de textielondernemers in Gent. Lees erover op deze blog

De Gentse familie Brasseur had succes met katoenspinnerij La Nouvelle Orléans aan de Nieuwevaart. In 1972 werd ze deel van UCO. Robert Brasseur was ook sociaal bewogen. Lees erover op deze blog

Bruno Steyaert bracht in de facebookgroep ‘Ge zijt van Gent als…’ een belangrijke aanvulling op het verhaal over Mahymobiles. Meer bepaald: wat er gebeurde vooraleer de oldtimercollectie de wijk nam van het Wintercircus aan de Krook naar Wallonië. Bruno Steyaert: “Mahy wou de collectie aan de stad schenken, uiteraard onder voorwaarden, een piste was een gebouw aan de Watersportbaan, waar dat niet kon/mocht omdat het museum niet sport-gelieerd was. Wel kwam er enige tijd later een meubelwinkel waar ook voetballen verkocht werden!”
Bruno Steyaert: “Gent is door het vertrek van de collectie een opportuniteit kwijt! In het artikel staat ook dat Mahy Renault verdeelde. Dat kwam pas later,hij was eerst merkverdeler voor Fiat. De toonzaal was toen in de Lammerstraat en was verbonden met de garage. De oprijbaan in het Wintercircus (zie foto) trouwens denken aan de Fiat fabriek in Turijn…” Op de foto: De Belgische Minerva Torpedo uit 1926 in het museum – Gent’s verloren erfgoed: Mahymobiles

Er staan meerdere pergola’s langsheen de rechter Leie-oever: achter Kortrijksepoortstraat en achter Nederkouter. Hier: op de oever aan de Kortrijksepoortstraat – pic Gert Defever
Tussen Tiebaertsteeg en Zoutstraat – Pergola achter Nederkouter. Lees op deze blog: Van de pollepelstraat naar achter IBIS hotel/ Leie
Pergola achter de Nederkouter, dichtbij Verlorenkost – pic 2016

 

Vorig jaar rond deze tijd… Van de Sint-Pietersnieuwstraat naar de Stadshal: Sikh’s hielden een optocht op zaterdagnamiddag. Ze vierden de geboorte van de Khalsa, een soort belichaming van hun goeroe. Onder de stadshal werden hongerigen gespijzigd, ongeacht hun ras of geloof – zoals de traditie van het Sikhisme dit wil naar aanleiding van het feest. Dit is nog eens wat anders dan een gratis nieuwjaarsdrink van de Stad! 😀 Uit: GENTSE ZOMER 2019 – “Vlak voor mei raapt iedereen een ei” 

Koningin Maria Hendrikaplein – Gent-Sint-Pieters – Ook hier: uitgestorven! Gent zonder drukte. Hoe zalig is het om in een stad rond te lopen met de drukte van een dorp? Heel zalig! 😀
Lezer Jo Veldeman: “Die rust ! Die ruimte ! Die stilte ! Men hoort nauwelijks het gevloek van de middenstand en het gesakker van de. werklozen.” persblog.be: “Noch het tandengeknars van de haastige forens die tijdig tram en trein dient te halen! De haast is weg… en wij wensen dat dit zo blijven zou.” Bekijk onze reportage op deze blog: Fietstocht doorheen het COVID-19-geteisterde Gent

Stadszicht: Gouvernementstraat met entrée Provinciehuis. Zolang de verbouwingen in de Leopoldskazerne niet af zijn, blijft “het Gouvernement” hier.
Stadszicht: Zuivelbrug met zicht op Souplounge en restaurant ‘De Acht Zaligheden’.
Houtdoklaan – Koopvaardijlaan – De transformatie van het Houtdok naar ‘Kapitein Zeppospark’ is maar inspiratieloos. Een opgespoten strandje in het dok, een aantal kale kooien met speel-of sporttuigen, geen groen lommer… Het biedt een troosteloze aanblik. Zo vond persblog.be bij haar laatste bezoek eerder deze week.
Toen Ugent drie jaar geleden haar honderdste verjaardag vierde herinnerde ze ons aan haar prestige. Zo ook het UZ dat lange tijd integraal deel uitmaakte van wat toen Rijksuniversiteit Gent heette. Middels een pancarte in haar tuin, wees ze de goegemeente er op dat ze ooit in de geneeskunde een Nobelprijswinnaar heeft gebaard: Corneel Heymans, die meteen ook zijn naam aan de belendende laan bezorgde.

Verfransingen van Vlaamse straatnamen in de Napoleontische Tijd leverden absurde namen op… Zo weet een lezer officieus: “Serpentstraat werd Rue de la belle-mère”. Allicht een grap van formaat. Andere vertalingen waren etymologische miskleunen. Maar rue du Paradis voor Donkersteeg? Aha. Deze vertaling slaat echter wel op een historische achtergrond. Inventaris Onroerend Erfgoed“Smal gebogen straatje dat uitmondt op de Koornmarkt [sic] waar de middeleeuwse graanmarkt plaats vond. De oude Franse benaming “rue du Paradis” zou ontleend zijn aan de herberg “Het Hemelrijck” of  Hotel du Paradis, het huidige nummer 2. Alhoewel dit straatje voornamelijk oude kernen bevat, die zelfs zouden opklimmen tot de de 11de eeuw (…)” En verder: “De toegang tot een doodlopend steegje met vervallen woningen en achterhuizen, genaamd de Paradijszak, wordt gevormd door een zeer verweerd poortje van circa 1500 (tussen nummer 22 en 24).” Dat poortje is intussen een hekken geworden.

Lezeres Anne de Wilde kaartte het aan op facebookgroep ‘Ge zijt van Gent, als ge: Franstalige Gentenaars spreken nu nog over ‘rue du Paradis’.

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook