VOLK – Gent’s kantwerk voor de keizerin en de koningin


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

Gent’s kant ouder dan ‘Blèwe Meiskes’…

VOLK/ STAD  19 mei 2020 – Gent’s kantwerk voor de keizerin en de koningin. Alles begon met het meisjesweeshuis ‘de Blèwe Meiskes‘ die werkte volgens het procédé van Zuster Virginie van O. L. V. Visitatie. Hoewel, ook in de 18e eeuw werd kant gemaakt in Gent en voor niemand minder dan de keizerin!

In de weekendeditie 17-18 februari 1968 van dagblad Het Volk hadden we gelezen: “Het lijkt vergeten, maar ook Gent was, net zoals Brugge en Brussel, ooit voor haar fijne naaldkant beroemd. Alles begon met het meisjesweeshuis ‘de Blèwe Meiskes‘ ofte ‘de Blauwe Meisjes’, opgericht in 1800 door de Zusters van O. L. V. Visitatie uit de Onderstraat – thans in Sint-Amandsberg. Daaruit ontstond een kantschool in 1832, die vanaf 1852 houder was van een uitvindersbrevet.”

Een ‘Blauw Meisje’ in de kantschool – pic Albert Sugg – gentblogt.be

Lezers reageerden n.a.v. ons bericht over kantwerk uit Gent.

Beroemd kantwerk Blauwe Meisjes

Auteur Guido Deseyn schrijft in zijn ‘Gids voor Oud Gent’ dat de Werregarenstraathet graffitistraatje – ook de “Blauw Meyskenshuysstraetjen” werd genoemd. Dit komt omdat de weesmeisjes sinds 1800 in het Wulfaert Vilainsteen en het belendende Hof van Schardau verbleven.

Dit was aan je linkerkant als je uit het Werregarenstraatje in de Onderstraat stapt. Thans staat daar het Laurent Instituut. Lees op deze blog over de Onderstraat

De weesmeisjes verbleven er onder de rokken van de Zusters van O. L. V. van Visitatie. De congregatie werd in Gent op het einde van de 17e eeuw gesticht.

Onderstraat – zicht op voormalige kantschool, later stedelijke school Laurent Instituut

Hun patroonheilige was Franciscus van Sales, Hun aandacht ging vooral uit naar de opvoeding van arme kinderen. Hun school was achtereenvolgens in de Hoofdkerkstraat, op de Brabantdam en in de Onderstraat gevestigd. Van de 19e eeuw af behoorden het klooster en de school tot de Visitatieorde. De orde is later uitgeweken naar Sint-Amandsberg.

Kantwerksters – pic Albert Sugg – gentblogt.be

Ons verhaal brachten we nog eens in verkorte vorm op facebookHet was al eerder verschenen op de blog in de editie ‘Het Jaar van de Hond’ van Gentse Winter 2017-2018. We ontvingen reacties met belangrijke bemerkingen. 

Bij dagblad Het Volk hadden ze meer dan een eeuw teruggeblikt op het thema van de Gentse kant: tot in de 19e eeuw. Maar dit volstond blijkbaar niet. De Gentse kant is ouder. Er mocht nog een eeuw bij: de 18e eeuw. Of was het toen Brusselse kant dat alhier gemaakt werd? What’s in a word? Gentse kant volgens een Gent’s procédé of Gent’s kant: in Gent gemaakt kant. Feit is dat (Brusselse?) kant in de 18e eeuw in Gent gemaakt werd. Zeker is dat het 19e eeuwse kant alhier vervaardigd, volgens een Gent’s procédé werd gemaakt.

De eerste reactie kwam van ‘Dat és mijn Gentfacebookbeheerder VD William: “Een kleine correctie. Het Gentse kant is al veel ouder dan dat, een zeer beroemd schilderij dat in het Gentse stadhuis hangt, stelt [aartshertogin, ook keizerin] Maria Theresia Van Oostenrijk, landvoogdes van de Nederlanden voor in een kleed afgeborduurd met Gentse kant, de exacte datum van het schilderij is me niet bekend maar ze staat er op afgebeeld als keizerin dus ergens rond 1740.”

Keizerin Maria Theresia door schilder Martin van Meytens – pic Wikipedia / noot: het is niet zeker of dit het schilderij is dat in het stadhuis hangt

Daarna kwam een reactie van lezeres Bea Lisa. Zij preciseert in dezelfde facebookgroep over het kanten kleed dat keizerin Maria Theresia zo graag wou hebben: “De gravin van Arenberg die belast werd met deze opdracht, wendde zich tot de Gentse weesmeisjes, gezegd ‘de Rode Lijvekens’, voor het maken van deze kant. Dit kleed dat zeer kunstzinnig uitgevoerd werd, werd naar Wenen gestuurd in 1743. De keizerin moet zeer ingenomen geweest zijn met dit geschenk, want in de bedankingsbrief die zij de Voorzitter van de Opperste Raad der Nederlanden liet sturen naar de Staten van Vlaanderen, wordt er gezegd:

Zijne Majesteit geeft mij de toelating een levensgroot portret te laten maken door de knapste schilder van het Hof om het u op te sturen. Zij heeft mij tevens bevolen dat de aankleding de exacte kopie moet zijn van het kanten kleed dat u Hare Majesteit aangeboden hebt.” Maar de invasie van ons land door het Frans leger in 1745 liet de Oostenrijkse regering niet toe het schilderij op te sturen. De Stad Gent ontving het pas in 1749 bij de terugkeer van de Oostenrijkse troepen. Het portret reproduceert de tekening van de kant met een uiterste nauwkeurigheid.”
Meer op deze pdf

Maria Theresia 1749 – door schilder Matthias de Visch – pic Wikipedia

De lezeres vervolgt: “Was het geen kloskant i.p.v. naaldkant? Hertogin (later koningin) Maria-Hendrika van Hongarije/ België was zo geïnteresseerd in kloskant, dat er een soort naar haar genoemd is: ‘Duchesse-kant’. Daarvan zal in Gent wel veel gemaakt zijn, en van goede kwaliteit – vermits Maria-Hendrika naar daar kwam. Maar Gentse kant is het bij mijn weten niet echt. “In de streek ten zuiden van Aalst werd sinds de tweede helft van de 19e eeuw tot circa 1950 deze ‘Duchesse de Bruxelles‘ geklost.”

“Mijn grootmoeder (°1894) maakte ook duchesse-kant, evenals mijn groottante en nogal wat vrouwen uit het dorp van Sint-Lievens-Esse. In de kerk staat een Mariabeeld met een prachtig kleed in duchessekant. Bij iemand in het dorp kon je kantpatronen gaan halen en je werk afleveren. Ik heb nog een en ander: een kraagje in duchesse-kant van mijn grootmoeder, haar kantkussen en een verzameling patronen. 🙂 Ik vraag mij af waar deze kantsoort ontstaan is. Misschien wel in Sint-Amandsberg, wegens de combinatie van een vernieuwende kantschool (…)”

kantwerkster – pic Albert Sugg – gentblogt.be

Ons verhaal, gebracht in het voorjaar van 2018 focuste op de Zusters van O. L. V. Visitatie en ‘De Blèwe Meiskes’. Dit ging als volgt:

“In het dagblad Het Volk van de weekendeditie van 17-18 februari 1968 blikte men terug op de teloorgang van de kantnijverheid in Gent – van honderd jaar eerder. Zo stond er: Het lijkt vergeten, maar ook Gent was, net zoals Brugge en Brussel, ooit voor haar fijne naaldkant beroemd. Alles begon met het meisjesweeshuis ‘de Blèwe Meiskes‘ ofte ‘de Blauwe Meisjes’, opgericht in 1800 door de Zusters van O. L. V. Visitatie uit de Onderstraat – thans in Sint-Amandsberg. Daaruit ontstond een kantschool in 1832, die vanaf 1852 houder was van een uitvindersbrevet.

Het was zuster-directrice Virginie Vrancken dat het Gentse procédé op punt stelde. De ‘dentelle‘ had haar weg naar de internationale roem gevonden. In 1855 vielen de Blauwe Meisjes in de prijzen tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs.

Intussen was koning Leopold II op bezoek gekomen in de school. Hij was vergezeld van zijn verloofde aartshertogin Maria-Hendrika van Hongarije. Zij bestelde er haar bruidstooi in kant. Vanaf dan plaatste de hoge Belgische adel bestelling na bestelling.

Maria-Hendrika van Belgiê – pic Wikipedia

In 1864 besloot het stadsbestuur echter om de Blauwe Meisjes weg te halen van onder de Zusters uldere paraplu. Ze wilden een a-religieuze kantschool. We zaten in volle “oorlog” tussen liberalen en katholieken. Hierdoor kwamen minder en minder leerlingen naar de kantschool. Toen Zuster Virginie in 1870 overleed, bleek niemand nog vaardig genoeg om haar procédé van a tot z uit te voeren. De teloorgang was ingezet.

Buste Leopold II in Zuidpark

Een historische schets over Oostenrijk en de Zuidelijke Nederlanden. Uit: Gandavum2. “Het Oostenrijkse Huis betreurt in 1740 de dood van keizer Karel VI. Hij werd opgevolgd door zijn dochter Maria-Theresia. Tijdens haar troonsbestijging te Wenen had ze haar bewondering uitgesproken voor de kanten kleding der aanwezige dames uit de Zuidelijke Nederlanden en het verlangen uitgedrukt zelf zo’n kleed te bezitten. Dadelijk worden de weesmeisjes van de Gentse Blauwe Meisjesschool aan het werk gezet en het resultaat kennen we dankzij een olieverfschilderij dat in opdracht van de keizerin als wedergift geschilderd is door haar hofschilder Martin von Meytens.

Korte tijd na haar troonsbestijging breekt een opvolgingsoorlog uit, waarbij zowat gans Europa zich tegen de nieuwe keizerin keert. Enkel Engeland en de Verenigde Provinciën staan aan haar kant. Ooit hadden ze in ruil voor deze steun de afschaffing van de Oostendse Compagnie bekomen. Lees hierover in het Archief van deze blog
In deze penibele omstandigheden overlijdt eind augustus 1741 landvoogdes Maria-Elisabeth. Met de aanstelling van Maria-Theresia tot keizerin was ze reeds op een zijspoor geschoven wegens haar eigenzinnig optreden en vervangen door haar schoonbroer Karel van Lotharingen (1712-1780). De politieke en militaire situatie verlaat deze benoeming echter met enkele jaren; pas op 8 januari 1744 wordt hij officieel benoemd tot landvoogd der Oostenrijkse Nederlanden.”

Noot: Zowel Blèwe Meiskes als Rode Lijvekens waren weeskinderen

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook

Lees ook op deze blog:

VOLK – ARTIKELOVERZICHT 2019-2020
STAD – ARTIKELOVERZICHT 2019-2020