Studenten in Gent, “heerkens van goed leven”


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

STAD 22 mei 2016 – Als studenten vandaag uithangen in   de Overpoortstraat, in zaken als ‘Café Point Final’, was dit een kleine eeuw geleden helemaal anders. Anderhalve tot twee   eeuwen geleden zag het uitgangsleven van de student er dan weer nog anders uit.

Terug naar hoofdpagina

UGent zag het licht in 1817 en van toen af werd het Gentse stadsleven verrijkt met de aanwezigheid van studenten. Napoleon was net verslagen en we leefden onder het bewind van   de Hollandse koning Willem I.

Uilenspiegel tot na WOI. Elckerlyc in Interbellum. Roeland na WOII. Thans weer Uilenspiegel - Korte Kruisstraat
Uilenspiegel tot na WOI. Elckerlyc in Interbellum. Roeland na WOII. Thans weer Uilenspiegel – Korte Kruisstraat, hoek Mageleinstraat

Het had niet veel gescheeld of niet Gent, maar wel Brugge, had de universiteit onderdak geboden. Althans, sommige van Willem I’s adviseurs hadden daar voor gepleit. Die wijsheid en andere wijsheden plukten we uit het boek ‘Gent; Een geschiedenis van universiteit en stad 1817-1940’ van Ruben Mantels (Mercatorfonds/UGent Memorie, 2013).

Terug naar hoofdpagina

Op ruim een eeuw (1817-1940) steeg de studentenpopulatie met 800%. Dit had impact op Gent.

De eerste studenten vielen erg op in het straatbeeld, in een stad met vele arbeiders. Ze werden schamper de “heerkens van goed leven” genoemd. Los van het bijwonen van colleges, genoten zij immers van een grote graad van vrijheid. Overigens bestond de eerste studentengeneratie grotendeels uit telgen van de gegoede klasse van Franstalige bourgeois, wat zich uiterlijk vertaalde in het dragen van een kostuum, een hoed en een modieuze sjaal.

Terug naar hoofdpagina

Kouter Société Littéraire of Maison Falligan
Kouter: Société Littéraire of Maison Falligan

Deze 19e eeuwse heerkens – dames waren uiterst zeldzaam – kregen gemakkelijk toegang tot de herenclubs op de Kouter, zoals bv. de Katholieke ‘Société Littéraire’ (in Maison Falligan) of de Liberale ‘Concorde’.

Den uitgank heeft studenten altijd al bezig gehouden, zoals ook Ernest Staas, een fictief prototype van negentiende eeuwse student, ontsproten aan de pen van student van vlees en bloed Tony Bergmann.

Sint-Pietersnieuwstraat - Vooruit
Sint-Pietersnieuwstraat – Vooruit

Hij was ook “strijder voor Vlaams en Vrijzinnig”. Toch zou de 19e eeuwse student eerder een romantisch karakter gehad hebben, die zich in zijn vrije tijd eerder met roeien en schermen bezig hield, dan met activisme, wat eerder in de 20e eeuw naar boven kwam.

Terug naar hoofdpagina

Places to be Studenten groepeerden zich naar hun ideologie. Zo kwam de ‘Gé Catholique’ naast de ‘Gé Libérale’ te staan. (Gé was de afkorting voor ‘Société Générale des Etudiants…’) Al in 1882 verzamelden de Katholieke studenten zich in ‘Le Chapeau Rouge’ – u raadt het: de ‘Rooden Hoed’, aan Klein Turkije, in de schaduw van de Sint-Niklaaskerk.

Klein Turkije: Rooden Hoed in rood bakstenen gebouw
Klein Turkije: Rooden Hoed in rood bakstenen gebouw

Eerder hadden ze hun studentenvereniging boven het doopvont gehouden in ‘Café Nouveau Sint-Luc’ aan de Paddenhoek, een steeg in de vorm van een winkelhaak die de Volderstraat met de Kalandestraat/Lange Kruisstraat verbindt. Studentenhuizen uit de 19e eeuw waren niet zomaar achterafzaaltjes. Wel: herenhuizen met bibliotheek en restaurant. En studentencafés waren ook niet zomaar cafés, maar chique zaken.

La Concorde - pic beeldbank.gent.be
La Concorde – pic beeldbank.gent.be

Katholieken waren er weinig in de beginjaren van de Gentse universiteit, tot het tij begon te keren in 1884, datum waarop de eerste schoolstrijd werd beslecht.

De studentenbevolking groeide niet enkel aan omdat Katholieken hun intrede deden. De universiteit begon vanaf 1860 ook vele buitenlanders aan te trekken, dankzij de renommé van haar ingenieursopleiding. Vanaf een dikke halve eeuw na de oprichting van de universiteit waren ongeveer een derde van de studenten van buitenlandse afkomst. In 1930 waren het er 600.

Sint-Jansvest "Alma Mater" vandaag
Sint-Jansvest “Alma Mater” vandaag

Nog vermeldenswaardig: na 1930 – met de vernederlandsing van de universiteit – kwam de communautaire kwestie op de proppen. Daarmee veranderde ook het profiel van de student. “De heerkens van goed leven” – vaak romantici – ruimden de plaats voor de ‘student-activist’.

"Alma Mater" Sint-Jansvest
“Alma Mater” Sint-Jansvest

In 1924 al werd een Algemeen Studentenhuis geopend, bestuurd door de universiteit zelf, met de bedoeling om de wrijvingen onder de studentengemeenschappen, als gevolg van de strijd om de vernederlandsing, te temperen.  In deze “Alma Mater” aan de Sint-Jansvest konden alle studenten goedkoop eten, sigaren roken en kaart   spelen.

 

Mocht Gent de universiteit   aan Brugge gelaten hebben,   dan hadden beide steden vandaag   allicht een andere ontwikkeling gekend. Studenten drukken nu eenmaal een stevige stempel op het stadsleven. Hoewel dit laatste in den beginne wel meeviel. Bij de oprichting van de Gentse universiteit schreven zich slechts minder dan 200 studenten in. Een halve eeuw later waren er dit al 500, terwijl tijdens de Belle Epoque de duizend inschrijvingen werden   overschreden, en er aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog al 1.500 studenten aan UGent studeerden.

Terug naar hoofdpagina

Studentikoze omgeving in 1918 - pic Gent; Een geschiedenis van universiteit en stad
Toenmalig studentenhuis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 136

 

De stijgende populariteit van de universiteit zorgde ook nog voor een ander nieuw facet in de studentenpopulatie: de spoorstudent maakte zijn entrée, maar ook de ‘huisstudent’, dit wil zeggen: de Gentenaar die dus ook niet op kot zat. Deze categorieën kwamen samen in een eigen club, de ‘Gentsche Club’, in de Korte Kruisstraat in lokaal ‘Uilenspiegel*’. Deze plek mag niet worden verward met “Den Uil”, waarmee de plaatsen in de nok werden aangegeven van het ‘Grand Théâtre’ aan de Kouter.

Het vermoedelijke Lokaal Uilenspiegel, thans Café De Abt, vandaag
Café De Abt

Zo schrijft student van Haverbeke in zijn verhaal ‘De Jacht naar het Geluk’ in 1929: “Wij gaan eerst rolmops eten bij den Rik en dan kruipen we in den Uil.”

Cataloniëstraat hoek Heilige Geeststraat, vermoedelijk De Pluim
Cataloniëstraat hoek Heilige Geeststraat, vermoedelijk De Pluim

Geschriften. Meerdere studenten lieten geschriften achter over hun tijd aan de universiteit. Zo schreef student Alfons Prayon-Van Zuylen in 1873 ‘De Geboorte van het Zwijnschap’. In het etablissement ‘De Pluim’ – ook likeurhandel Plumet – op de hoek van de Cataloniëstraat en de Heilige Geeststraat viel

Zo zag de vermoedelijke De Pluim er uit in de jaren 50/60
Zo zag de vermoedelijke De Pluim er uit in de jaren 50/60

allerlei te beleven. Een fragment uit de geschriften van de student, toen die daar aanwezig was tijdens een woelige, en met drank overgoten, vergadering: “Toen men lang genoeg over die belangrijke quaestie [een uitstap naar de kermis] tamelijk verwarde gedachten al drinkende had gewisseld, zoo goed namelijk als het kon, onder het getier der menschen, het geblaf der honden, het geklank der glazen, en het gedurig slaan op tafels en vloer met vervaarlijke stokken (…).”

Anderhalve eeuw geleden verplaatste het epicentrum van UGent zich van de Kuip, de Zuid en de Vlaanderenstraat naar de buurt van het Sint-Pietersplein. Dit was het gevolg van het feit dat de universiteit, naast het gebouw aan de Volderstraat, een nieuwbouw optrok aan de Blandijnberg.

Volderstraat - hoek Paddenhoek
Volderstraat – hoek Paddenhoek

Ruben Mantels: “Op enkele honderden meter van het Instituut voor de Wetenschappen [Ledeganckstraat] lag bijvoorbeeld het ‘Café du Nouveau Théâtre’ (…).” De ‘Vooruit’ aan de Sint-Pieternieuwstraat was de stek van de socialistische studenten.

Neringdoeners deden hun profijt met de studenten. Zo schrijft Ruben Mantels in het hierboven geciteerde boek: “Volgens een telling uitgevoerd in 1910 waren er 3.329 drankgelegenheden in Gent, dat wil zeggen: één voor elke 53 bewoners.”

Korte Dagsteeg 19: vermoedelijk 't Zwitschersch Hof nu winkel Xandres
Korte Dagsteeg 19: vermoedelijk ’t Zwitschersch Hof nu winkel Xandres

Terug naar hoofdpagina

Omdat vele cafébazen uit die tijd reclame maakten in de studentenpers, zijn enkele namen tot op vandaag nog gekend. Eén ervan is “’t Zwitschersch Hof’ aan de Korte Dagsteeg 19. Daar werd het vertier een handje geholpen door een accordeoniste-pianiste, en door een lilliputter-stepdanser. We schrijven 1937. In datzelfde jaar maakte “’t Voske” – dat uiteraard nog steeds bestaat – aan  het Sint-Baafsplein reclame voor zijn fijne bieren en zijn broodjes met hesp en kaas (voor 1 frank).

Terug naar hoofdpagina

Niet enkel cafés maakten van de studentenbevolking hun créneau, zo ook andere zelfstandigen. In 1936 wierp Leo Vandeghinste, gevestigd aan de Lange Violettestraat 26, zich op als dé apotheker voor de studenten. Wat hij dan in huis had wat collega’s niet aan studenten konden aanbieden, laat zich raden.

Lange Violettestraat 26 of 28al in 1936 apotheker voor studenten
Lange Violettestraat 26 (hier: 28) al in 1936 apotheker voor studenten

Vanaf de vroeg 20e eeuw waren er ook de studentenboekhandels, annex drukkerijen en uitgeverijen, zoals: ‘Van Goethem’ op de Vogelmarkt bij de Kouter, ‘Herckenrath’ op de hoek van de Volderstraat en de Veldstraat. Ook in de buurt van de Aula: ‘Snoeck-Ducaju’ en ‘Dubrulle’. En voor de papierwaren en schrijfbenodigdheden: ‘Huis Tack’ aan het Sint-Baafsplein en ‘Huis Dewolf’ aan de Mageleinstraat.

Terug naar hoofdpagina

Sint-Baafsplein; 't Voske
Sint-Baafsplein; ’t Voske

Meisjes. Het overgrote deel van de studenten waren mannelijk, en die hadden oog voor de meisjes in de stad. Niemand minder dan Karel Van de Woestijne beschrijft in een brief, aan een zekere Herman, een volksbal op de Kouter in 1928. “De meisjes-van-den-winkelstand, – zij zijn mooi Herman! – wachten op de ooglonken der studenten; intussen kussen zij elkander.”

Terug naar hoofdpagina

Alvorens den blok. Op het einde van het academiejaar vond in de jaren 1800 traditioneel het ‘fête champêtre’ plaats in Heusden, Destelbergen of Laarne. Deze traditie werd in 1930 overgenomen door het Gentsch Studentenkorps (GSC) en werd het ‘Roelandtfeest’ in het Kasteel van Mariakerke – een semi-officieel feest met toespraken van professoren en oud-studenten. F.D.

 

Naar Facebook

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN


Uilenspiegel tot na WOI. Elckerlyc in Interbellum. Roeland na WOII. Thans weer Uilenspiegel - Korte Kruisstraat
Uilenspiegel tot na WOI. Elckerlyc in Interbellum. Roeland na WOII. Thans weer Uilenspiegel – Korte Kruisstraat, hoek Mageleinstraat

 

*UPDATE 

Lezer Dirk Pille: Wat betreft café Uilenspiegel, die was in de Korte Kruisstraat, niet in de Lange Kruisstraat. Het verenigingsleven van de Gentse Vlaams-Nationalisten vond er plaats. Vanaf 1919 heette het Uilenspiegel, na 1934 Elckerlyc en na de Tweede Wereldoorlog Roeland. Nu is op die plaats weer eetcafé Uilenspiegel.

 

Lees ook op deze blog:

STAD in 2016 - ARTIKELOVERZICHT
STAD in 2016-2017 – ARTIKELOVERZICHT

 

Lees ook in het Archief 2015 deze blog:

Tijd verglijdt; Ook in Gent

De pioniersvrouwen van UGent