CURSIEF – Het Gentse “weekblad” dat decennia op zich liet wachten


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

Embryo van persblog.be: ‘Het Buurtblad.com’

‘CURSIEF’  11 januari 2022 – Een idee dat decennia geleden in mijn hoofd ontsproot, popte ca. 20 jaar daarna weer op, en nog een keer ca. 15 jaar later, om in 2015 te resulteren in een blog over Gent.
Lees hierna hoe de hazen toen liepen.

Voorjaar 1983
Ik herinner me dat ik op mijn 24ste op een bankje zat in de buurt van de Bijloke, ter hoogte van waar ooit het standbeeld van Jan Palfijn heeft gestaan. Dit is gestolen, voor wie dit niet mocht weten. Het stond in zo’n perkje bij het oude moederhuis van de Bijloke aan de Bijlokekaai.

Ik woonde er toen schuin tegenover, in de Holdaal, een zijstraat van de Ijzerlaan.
Daar gezeten op een zaterdag, terwijl mijn toenmalige madam aan het werk was als verpleegster in het UZ, overpeinsde ik een oude wens in verband met Gent: méér kennen en begrijpen van de stad, waar ik had gestudeerd, hier en daar pinten was gaan pakken, maar eigenlijk niet veel, tot niets, wist over de geschiedenis, heemkunde, haar straten, haar feesten…

Er ontsproot bij mij het idee om een weekblad over de stad te maken. Gedrukt, weetjewel, want internet bestond niet in 1983. Ik maakte een ruwe ‘format‘ in mijn hoofd. Een journalistieke of uitgeversformat is voor mij een mix van inhoudelijke elementen, literaire stijlkenmerken, vormgeving en doelgroepdenken.
Ik vond dat de dorre manier waarop geschiedenis soms wordt geschreven best wat opgeleukt mocht worden zonder haar geweld aan te doen. Gevulgariseerd  eigenlijk. De gewone mens moest dat kunnen smaken.

Ook aan de financiering had ik gedacht: personeelsadvertenties van lokale bedrijven zouden voor de kosten van druk en distributie instaan.
Zo zou de modale Gentenaar – in tijden van grote werkloosheid – telkens gretig naar het blad grijpen om te zien welke jobaanbiedingen er zouden instaan. Zo hoopte ik.

Tegelijk zou die Gentenaar meteen ook de gevulgariseerde artikels over de Gentse geschiedenis – ‘van middeleeuwen tot gisteren’ – kunnen smaken. Dit was het idee. Er werd veel over nagedacht, bij grote kannen wijn en bier. Denk die personeelsadvertenties weg, en je hebt al een blauwdrukje van de inhoud van deze blog, die pas in 2015 ontstaan is – 32 jaar later.

Het was mijn uithuizigheid omwille van de job die er voor zorgde dat het idee stilletjes naar de achtergrond verschoof. Ik was toen professioneel druk-druk-druk bezig. Er was geen ruimte om er nog zo’n hobby bij te nemen. Maar toch… Ik wilde graag pionieren.

We arriveerden intussen in de beginjaren van 2000.
18 jaar na het ontspruiten van het idee, in het jaar 2001, kwam het bloed gekropen waar het niet gaan kon. Zou ik toch niet een gazet, of beter, weekblad,  maken over Gent?

Omdat zowel de te besteden tijd, als het te besteden budget klein waren, herdacht ik het concept van een stadskrant tot een wijkgazet. Die wijk, dat zou de wijde omgeving rond het Prinsenhof worden. Omdat ik daar intussen woonde. Dit zou het voordeel hebben, dat ik en mijn madam, de wijkgazet zelf zouden kunnen bussen, zodra die van de persen rolden.

Drukken… dat gebeurt op een drukpers… Je gelooft het nooit. Een straatloper met een drukkersdiploma op zak, die door mijn toenmalige madam uit de goot geholpen werd, en vriend aan huis werd, wist een oude Heidelberg drukpers te koop staan – “iets uit de jaren zeventig”. “Voor een prikje”. Zo verzekerde hij mij.
Nooit eerder had ik de kans om een gazet over Gent uit te geven van zo dichtbij geweten als toen. We zouden zelf drukken, en dusdanig op termijn kosten besparen.

Ik zal de straatloper hier voor het gemak Julien noemen.
Julien en ik overlegden vele avonden na mekaar over hoe onze samenwerking er zou uitzien. Ikke de redacteur, hij de drukker. Julien verzekerde mij dat hij de pers zou kunnen terug verdienen door er – tussen de gazetten in – drukwerk voor huiselijk gebruik op te drukken: voor communies, huwelijken, overlijdens. De hele reutemeteut.
Maar waar moesten we dat monster neerpoten?

Ik weet niet of jij, lezer, al een oude Heidelberg hebt gezien? En of jij, lezer, al het lawaai hebt gehoord die zo’n drukpers tijdens het drukken maakt? Het lawaai is oorverdovend. En het ding is omvangrijk. Alsof je een junior jumbo in de kamer zou houden. Want, ja daar zou hij moeten staan: in de woonkamer.
Daar aan het Prinsenhof hadden we geen garage, niks… Vele beraadslagingen en vele six packs later veegde mijn madam het euvele plan van tafel. Wat had je gedacht?

‘Het Buurtblad.com’

Nog voor het verdict van mijn toenmalige madam viel, had ik mij dus al ledig gehouden met het bedenken van een eersteling of – in het jargon – een dummy.
Ik heb hem nog netjes in een plastic mapje bewaard, die dummy.
Voor deze gelegenheid diepte ik hem nog eens op uit één van mijn plastic archiefdozen.

Project buurtkrant‘ staat er op het omslagblad van het mapje, gevolgd door ‘Noord Gent‘. De wijkgazet had al ook een titel, namelijk: ‘Het Buurtblad.com‘.
Vanwaar die ‘com’, zul je denken, als er nog geen sprake was van een weblog? Inderdaad. Met Internet had het niets te maken. De ‘com’ in de titel van de buurtkrant was die van ‘communicatie’.

Voluit luidde de titel en ondertitel: ‘Het Buurtblad.com‘; Het Buurtblad voor Communicatie Onder Mensen’. Zo kreeg die ‘com’ nog een dubbele betekenis!
Er was over nagedacht 😀

Ik had per buurt aparte edities voorzien. Op mijn dummy lees ik: ‘Editie De Lieve -Phoenix-Rabot. Nr. 1 – 1 mei 2001 – 1e jaargang.’
Met de hand had ik er nog bijgeschreven: ‘veertiendaags gratis’.

En de inhoud? Ik zou per buurt mensen van vlees en bloed laten vertellen.
Zo had ik onder de rubriekDe Vaart van de Lieve‘ ingeplakt: ‘Jeanine (55) verpleegde Gentse B.V.’s.

Het verhaal begon zo: ‘Jeanine Vermeersch (55) werkte haar halve leven als verpleegster in De Volkskliniek. Daar heeft zij heel wat B.V.’s uit Gent opgevangen.’ Zo’n Jeanine zou veel meegemaakt hebben in haar leven, en ze zou daarover vertellen in mijn blad. De lezers zouden aan  haar lippen hangen. Hoopte ik.

Een ander verhaal  in de dummy werd gelabeld onder ‘De Vroede Vaders‘ en luidde: ‘Gent maakt zich op voor sanering Rabotwijk‘.
Het zou – in mijn fantasie althans – een interview met Frank Beke worden.
Een andere rubriek heette ‘De Cafébaas vertelt‘. Overtuigd van het feit dat cafébazen alles zien en alles weten in de stad… ‘Georges van café Obelisk‘ zou als eerste aan het woord komen om zijn relaas te doen over het carnaval in Ledeberg.

Karnaval was vriet!‘ schreeuwt hij uit over de bladspiegel.
Let op de ‘K’ in carnaval. Die van Ledeberg spellen ‘m nog altijd zoals in de jaren zeventig. En hij vervolgde: ’t was hier nog erger dan in Aalst!‘, wat pure bluf moet geweest zijn, want erger dan in Aalst kan het nooit worden. Nergens ter wereld! 😉

Zijn relaas over carnaval kwam redelijk laat, zo bedenk ik me nu. ’t Was tenslotte al 1 mei in mijn dummy. Maar goed. 

Er zou ook plaats zijn voor de gewone, anonieme man/vrouw in de straat. In mijn dummy was dit een jongeman. Stijn heette hij. Ik kopte: ‘Stijn (15) vindt dat zijn straat schoner kan.‘ Om een spanningsveld te creëren had ik een foto uit een krant ingeplakt waarop een gastje te zien is dat aan het skateboard-en is.

Achteraf bekeken, zou je denken dat zo’n puber het geen moer kan schelen of zijn straat er al of niet schoon bij ligt.

Er zouden ook kleine rubriekjes komen. Eén ervan zou gevuld worden met weetjes over andere Gentse wijken. In mijn dummy vond je mijn correspondent voor de Brugse Poort: ‘Nonkel Guust‘. Guust bestond écht.
Mijn madam en ik hadden Guust leren kennen in café Bentos in de Wondelgemstraat, toen we in die tijd er een gewoonte van maakten om daar elke zondag te gaan aperitieven.
Guust woonde niet meer in de Brugse Poort. Hij was er wél geboren. In mijn dummy zou hij vertellen over ‘Mijn jeugd aan De Brugsepuurte‘. Daar zouden indianenverhalen bij horen. Ik stond al te popelen…

‘Het Buurtblad.com’ zou een gratis blad worden. Net zoals in mijn ontwerpen-in-gedachten van 1983, had ik onder meer een pagina of twee advertenties voorzien. Dit keer was er één bladzijde voor vacatures en één bladzijde voor advertenties van zondagwinkels en cafés. Achteraf bekeken, zou die advertentiewerving voor geen meter gemarcheerd hebben.

Ha, hier nog een mooie rubriektitel die ik had verzonnen voor het brengen van gezondheidstips, etc.: ‘Dr. Jacob Kreutzfeldt‘.

Aan fantasie heeft het nooit ontbroken. Fantasie laat zich echter niet altijd (gemakkelijk) omzetten in een tastbare werkelijkheid. En ook: er moet eerst brood op de plank komen alvorens je je ten volle met spielerei kunt bezig houden. Komt daar bij dat het eerste decennium van 2000 privé en professioneel heel boulverserend was. Daar wrong het schoentje. Maar goed.

Even recapituleren: een idee voor het maken van een stadsgazet, ontstaan in 1983, flakkerde in mijn hoofd na 18 jaar, in 2001, nog eens in alle hevigheid op.
Vervolgens heeft het nog 14 jaar geduurd alvorens het idee realisatie werd. Tot er tijd voor was…

The real thing begon in 2015 met frankpersblog.blogspot.com. Deze voorloper van de Gentse blog duiden we vandaag aan met ‘Archief 2015’.
Een jaar later was er persblog.be.

Een blog is een fantastisch medium als je het vergelijkt met een klassiek magazine: je hebt geen drukpers nodig en geen loopjongens/ meisjes om je produkt te bussen…

persblog.be is niet geworden wat ‘Het Buurtblad.com‘ had willen zijn. De geesten zijn gerijpt. Het ‘format‘ ook. 1983 en 2001 liggen al  heel ver achter ons.

Ainsi-soit-il

De Blogman

Hierboven maakte ik abstractie van een Engelse versie van persblog.be waarop ik eigenlijk proefdraaide van 2013 tot en met 2015.

 

Lees ook op deze blog:

Blog in 2021 – Cijfers, lezers en letters

 

 

Hoe het jaareinde tegelijk hartverwarmend en troublerend werd

 

 

In ‘De Calcoenschen Haene’

 

 

Terug naar hoofdpagina

Naar Facebook

Lees ook op deze blog:

CURSIEF – ARTIKELOVERZICHT 2016-2017-2018-2019-2020-2021-2022