VOLK – Oud en grijs en afgedaan? Zeker niet!


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

De Inzichten van Van Bendegem

VOLK – 02 januri 2021Gelukkig Nieuwjaar. Als toetje op het oudejaarsfestijn serveren we ‘Nic Balthazar interviewt Jean Paul Van Bendegem’. Dit was namelijk het geval op Eén, op vorige zondag. Van Bendegem expliceert en illustreert zeven inzichten in zijn kleurrijkste taal. Zo bv.: “Iedereen zou eigenlijk twee maal drie relaties moeten gehad hebben om de ware te kunnen vinden!”

Jean Paul Van Bendegem, de geïnterviewde. Geboren in Gent, en bovenop zijn VUB-prof carrière als wiskundige en filosoof, ook nog gastprofessor aan Ugent.
Nic Balthazar, de interviewer. Gentenaar, televisiemaker en filmregisseur

Op de intro-opmerking “bijzondere tijden toch” repliceert Van Bendegem dat hij ontdekt heeft dat er toch wel een kluizenaar in hem huist. “Bijzondere tijden” brengt hem bij Wuhan, waar één vleermuis voor een “Vleermuiseffect” op de mens heeft gezorgd. Naar analogie met het “Vlindereffect“.

Van Bendegem heeft een zevental wijsheden ter ontluistering “meegebracht”. Baltazar geeft die aan.

Op één: ‘Alles is met alles verbonden’ – en omdat het filosofisch moet – ‘tot het tegendeel bewezen is’.
Van Bendegem legt uit dat de redenering start met ‘six degrees of separation.
De afstand tot twee mensen die elkaar kennen, is één. Twee wordt de afstand tot mensen die jij niet kent, maar die je kennis wél kent… Wat blijkt: om van de ene persoon in de hoeddanigheid van persoonlijke kennis, naar de andere te komen, zijn nooit meer dan vijf tussenpersonen nodig.
Zou dit ook van toepassing zijn op ideeën” vraagt hij zich af? “Hoe komt het nu dat dezelfde ideeën op hetzelfde ogenblik verspreid over de aardbol ontstaan?”. De auteurs van de ideeën hebben, waarschijnlijk een gemeenschappelijk element. Aan de hand daarvan kan dit toeval worden aangetoond.
Psycholoog Carl Gustav Jung beschreef dit fenomeen al en heette het ‘synchroniciteit‘. Alles en iedereen is dus met elkaar verbonden. Volgens een bepaalde logica.

“Je moet 2 maal 3 relaties gehad hebben…”

Van Bendegem is ook wiskundige. Hij is ervan overtuigd dat er een patroon bestaat dat, mocht je het volgen als strategie, de kans groter wordt dat je de, voor jou, ideale partner te pakken krijgt.
Hij geeft ook de vuistregel mee: “Je moet drie relaties gehad hebben. Je breekt die af en onthoudt welke de beste van de drie was. Daarna heb je opnieuw drie relaties. De eerset die langskomt en die je herinnert aan de beste van de vorige drie is de ware!”
Zo zie je maar dat je partnerkeuze toch tot wiskunde te herleiden valt.
Wat is nu de uitdaging? Antwoord: “Vandaag kan je dit gewoon uittesten in de vorm van speed dating”.

Tweede inzicht: ‘Denken en voelen vormen één geheel’.
We botsen meteen op een probleem: het hele streven van de Westerse filosofie is er net op gericht om ‘denken’ en ‘voelen’ uit elkaar te halen. En toch zouden beide verbonden zijn.
Van Bendegem maakte zelf de fout door zichzelf ooit te omschrijven als “een brein op pootjes“. Doordat het lichaam gammeler wordt, denkt hij er meer over na. Zelfs over het effect dat een lichaam met mankementen zou kunnen hebben op zijn denken.
Zijn lichaamsbeleving had hij als het ware achtergesteld. Hij beschrijft zichzelf vroeger als een kluizenaar, eentje dat ergens in het autismespectrum te vinden was.

“Beeld je in dat iemand anders dan je partner naast je in bed ligt…”

Bijgevolg ervoer hij de medemens als bijzonder complex in de benadering ervan.
Hij heeft moeten leren dat de interactie tussen mensen een discipline is die je moet proberen te beheersen. Vroeger beheerste hij dit niet en drukte hij zich dan ook soms onbetamelijk uit. “Het meest genante voorbeeld?” vraagt interviewer Balthazar. Van Bendegem: “Gevraagd naar het geheim van een lange relatie, wou ik meegeven dat je in de loop van de tijd gezamenlijk moet evolueren. Maar het kwam er enigszins anders uit. Ik zei: elke ochtend moet je na het ontwaken kijken naar je partner en je inbeelden dat je naast iemand anders ligt.”. [hilariteit]

Derde filosofische doordenker: ‘Ik zou iemand anders kunnen geweest zijn’.
Het komt erop neer dat je jezelf en je leven niet kunt plannen. Er gebeuren teveel toevalligheden. Je kan terugblikken en overpeinzen: mocht ik die of die niet hebben ontmoet, welke kant zou mijn leven dan uitgegaan zijn?
Van mensen in de rand van de maatschappij denkt hij, kan hij voor zichzelf een aantal scenario’s bedenken waardoor hij over een paar maanden of jaren ook tot die groep zou kunnen behoren.

Vierde inzicht: ‘Zingeving begint vanaf twee’.
“Twee of meer” verduidelijkt Van Bendegem. Hij vindt de medemensen fascinerend, vooral omdat er zo veel verschillende persoonlijkheden in voor komen. Hij herkent zichzelf – zij het facetten ervan – in die medemensen. “Mijn eigen leven geeft geen zin” zegt hij, tenzij dat hij zichzelf in anderen herkent. Dan hebben beide levens iets aan elkaar.
Hij erkent geen hogere macht. Zijn ouders waren enerzijds katholiek en anderzijds protestants. Hij behield geen van de godsdiensten.
Hij ontdeed zich daarmee van dwangbuizen. Als “vrolijke atheïst” moet hij geen missies uitvoeren, hij doet gewoon mee met het leven.

Op vijf: ‘Wijsheid mag niet verward worden met kennis’.
Heeft voor de jonge Van Bendegem nieuw verworven kennis de wijsheid van de grijsaard weggeduwd?
Hij stelt dat, ondanks dat de Westerse filosofie ‘kennis’ tot uiterste verworvenheid heeft gepromoveerd, ze een zekere verpovering introduceerde ten aanzien van bv. Aristoteles die ook wijsheid en zelfs ambachten hoog inschatte.
Uiteraard zorgde wetenschappelijke kennis voor triomfen. Echter, die wetenschappelijke modellen zijn een verenging van de realiteit. Vaak moet rekening gehouden worden met realiteiten die in het labo niet voorkomen. Conclusie: die kennis moet een plaats krijgen in het grotere geheel van wijsheid.

“Oude wijsheid met pensioen, wordt dikwijls bij de vuilnis gezet”

In zijn jongste boek ‘Wijs, grijs en puber‘ wijst Van Bendegem op het reservoir aan wijsheid bij ouderen dat in de maatschappij niet meer gevalideerd wordt omdat de ouderling aan de kant moet gaan staan in het maatschappelijk proces. Dan sta je daar met je pensioen. De meeste reacties waren negatief geladen, zegt hij. “Geen schrik van het Zwarte Gat?” en “Ga je je dagen kunnen vullen?”. Als je ‘nut’ gelijkstelt aan economisch nut, dan krijg je dit. Je kan maatschappelijk nuttig zijn zonder dat het geld opbrengt.
‘Oude wijsheid met pensioen’ wordt dikwijls bij de vuilnis gezet. Het economische denken is in onze contreien zo sterk dat ze erin slaagt om de gepensioneerde zelf te laten geloven dat hij/zij nutteloos geworden is. Vroeger, en in andere culturen, zou men zich op zijn leeftijd beroepen, terwijl men zijn mening geeft.
[Mijn parenthese: Zou dit niet te maken hebben met de digitaliseringsgolf in onze maatschappij die een breuk slaat tussen oud en jong? Zou naar de volgende generatie ouderen niet meer geluisterd worden dan vandaag het geval is?]

Zesde inzicht: ‘Op alles zit ruis’.
Van Bendegem: “Mijn equivalente formulering luidt: ‘perfectie bestaat niet‘”.
Het kan ook de ‘Wet van Murphy
zijn: als iets verkeerd kan gaan, zal het verkeerd gaan.
Zekerheden vallen weg zodra er ruis op zit. We beheersen niet alles. Ruis was wat we buitensloten omdat het niet nuttig was. Maar dan blijkt het opeens wel nuttig. We moeten die imperfecties kunnen omarmen door er creatief mee om te gaan.
De hang naar perfectie in deze maatschappij is de basis voor veel burn-out‘s. We moeten leren ons Peter Principle te vermijden en bijgevolg om tijdig onze (cerebrale) grenzen te ontdekken. Het vermijdt dat we ongelukkig worden.

Zevende en laatste inzicht: ‘Onderschat de bevrijdende kracht van humor niet’.
Humor ontmijnt lastige parketten of zorgt voor een ontlading. Dit is juist.
“Maar humor maakt ook mogelijkheden die we anders niet zouden bekijken. De aankondiging dat je een mop gaat vertellen, houdt voor de tegenpartij in dat zij bereid zijn om mee te gaan in een absurdistisch scenario. Zonder de aankondiging dat het over humor zou gaan, zou de andere partij al meteen afhaken.” Humor veronderstelt verbeelding.
Je bent dus bereid om van de gekende realiteit afstand te nemen en – via humor – op onderzoek te gaan naar het onbekende.
Met geloofszaken is dit soms lastig. Alvast bij sommige gemeenschappen. Niettemin kunnen geloof en humor samengaan.
Van Bendegem: “Ik sluit lezingen soms af met een grap van Desmond Tutu,
aartsbisschop en sociaal activist in Zuid-Afrika. De grap luidt ingekort als volgt: Het is kerstavond. Jozef en Maria zijn op zoek naar een herberg om te overnachten. Ze kunnen nergens terecht. Jozef raakt in paniek en smeekt om geholpen te worden – “My wife is about to have a baby!” jammert Jozef alom. Hij en Maria krijgen soms negatieve reacties van herbergiers. Eén roept naar een klagende Jozef: “Wat heb ik hier mee te maken? Niets!” Daarop antwoordt Jozef: “maar ik ook niet!”

Grappen maken over het geloof moet weldegelijk kunnen, zonder afbreuk te doen aan Het Geloof. F.D.

 

Lees ook op deze blog:

Brusselmans legt ziel bloot

 

 

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook

 

Lees ook op deze blog:

VOLK – ARTIKELOVERZICHT 2019-2020-2021