VOLK – Lappersfort-astronaut en Walhalla der ego’s


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

VOLK15 december 2018 Je krijgt thuis tijdens het weekend een telefoontje en voor je het weet zit je in een pop-up tv-studio in Sint-Denijs-Westrem. Een contact dat je daar opvist, voert je naar de Reyerslaan.

1987. Hoe de hazen liepen

It’s fun to be young. Twee maanden vooraleer ik voor het eerst vader zou worden, viel mij een enorme carrièrekans te beurt. En dan nog wel als gevolg van gehakketak tussen het Vlaams Economisch Verbond (thans VOKA) en de krant De Financieel Economische Tijd (thans De Tijd).

VEV, groot bezieler van de Gentse tech-beurs Flanders Technology,  had alles in gereedheid gebracht om non-stop interviews over technologie en wetenschap vanuit een pop-up tv-studio in het expogebouw uit te zenden tijdens de beurs, door middel van een intern tv-circuit.  Dagelijks zou de toenmalige BRT    (thans VRT) een flard  oppikken voor het avondjournaal. In de expohallen werden tv-toestellen opgehangen, zodat iedere bezoeker  de live-uitzendingen zou kunnen volgen.  Bovendien werd een massieve muur van tv-toestellen opgetrokken in de entree van Flanders Expo.  Elk toestel gaf een weergave  van een fragment – als puzzelstukken in een geheel – van de live-televisieBarco Data had toen nog niet haar reuzenscherm. We schrijven 1987.

Derbystraat

Meneer de Minister-President

Het VEV had kosten noch moeite gespaard. Ze had naast de hardware ook nog een BRT-team van technici ingehuurd om de tv-studio op professionele wijze te bestieren. Maar dan stond het VEV ineens spreekwoordelijk met de rug tegen de eigen televisiemuur. Enkele dagen vooraleer de beurs van start zou gaan, bleek ze niet over een studiopresentator te beschikken.

De-man-met-de-pantoffels-bij-de-Minister-President

Het VEV was er van uitgegaan dat De Financieel  Economische Tijd – die ze ooit zelf had opgericht maar inmiddels een zelfstandige NV was geworden – een journalist ter beschikking zou stellen.

Die moest dan gedurende de duur van de technologiebeurs interviews aan de lopende band afwerken. Om de beschikbaarheid van die journalist werd gebakkeleid.

Hij zou daar niet de hele tijd in die interviewstoel kunnen zitten. Per slot van rekening ging het over Tijd’s enige tech-journalist en die moest gewoon zijn werk kunnen doen voor de krant.

Uiteraard werd dit probleem niet op de straatkeien gegooid. Een directielid van mijn toenmalige uitgever kwam dit discreet aan de weet via zijn geëigende kanalen.

Jozef II-straat

Had hij opgevangen in het kabinet van de Minister-President. Het directielid was aldaar erg goed geïntroduceerd. Ik vermoed dat hij zijn pantoffels had staan in de Jozef II-straat (thans huist de Vlaamse Regering aan het Martelarenplein).

Zo kwam op zaterdag van hem een telefoontje. Of ik niet stante pede naar Expo kon komen om met iemand van het VEV te praten over tv-werk tijdens de nakende technologiebeurs. Wat ik stante pede deed. Omdat ik loyaal was, en omdat ik nieuwsgierig was, en omdat ik eager was.

Mijn opmerking dat ik nog nooit in een televisiestudio interviews had gehouden,  wuifde hij weg. “Je redt het wel”. Met dergelijk detail hield het directielid zich niet bezig.

Dat ik ook nog mijn studiogasten zélf moest zien te vinden en dat de vraagstelling ook aan mij werd overgelaten, had de-man-met-de-pantoffels-bij-de-Minister-President nagelaten te vermelden. “Zorg maar dat je er staat.” Hij had allicht allang, zonder mijn inspraak, mijn aanwezigheid toegezegd aan een acoliet van de Minister-President. Flanders Technology was een product van de Jozef II-straat.

Vooruit met de geit

Onmogelijk was het natuurlijk niet om voldoende studiogasten te vinden die over hun expertise wilden oreren. Sommigen kwamen zelfs orakelen.

Ik was redacteur bij een technologisch tijdschrift en hoofdredacteur van de managementbijlage. Eentje dat het kwaliteitslabel van de Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging

droeg. Bijgevolg: contacten zat. En die expertise kon ik halen ik uit eigen beroepservaring of uit de archieven van het tijdschrift.

Op maandagochtend had ik dan maar mijn haar netjes gekamd, mijn beste pak en mijn deftige das aangetrokken. Na het tanden poetsen, reed ik spoorslags naar het expogebouw aan de Derbystraat.

Werner J.

De kennismaking met de voltallige crew verliep uitstekend. Het grote geluk was de kundige aanwezigheid van een volbloed BRT-regisseur die de zaak netjes op de rails hielp en hield: Werner J.

De aspirant-astronaut leek op mij toen ik als scholier nog slecht aangeschreven jeugdkroegen frequenteerde

Er stond al wat volk te schuifelen bij de deur van de glazen pop-up studio. Die lieden waren van allerlei pluimage. Marketingmensen stonden nog het hardst te trappelen om geïnterviewd te mogen worden,

maar daar moest ik erg in doseren. Politici nodigden zichzelf uit in de studio. Voorts plukte ik uit mijn adressenboekje namen en telefoonnummers van bedrijfsleiders en researchers in technologiebedrijven. Voor de uitzendingen vermochten we ook professoren en universiteitsassistenten. Met dit totaalaanbod maakte ik, zo goed en zo kwaad het kon, een planning. Er moest immers de hele week worden uitgezonden.

Van haar noch van pluimen

Hém had ik niet zélf uitgenodigd, want ik kende hem van haar noch van pluimen, maar dan ineens stond hij daar:

Dirk Frimout –                                 Maroune Fellaini

Dirk Frimout. Qua pluimen zag hij er toen uit als een leptosome jongeling die maandenlang het Poperingebos had bezet, omdat dit met de kap was bedreigd – een Lappersfort avant-la-lettre. Zijn wollen truitje verried dat het ’s nachts in zo’n bos bijtend koud kon zijn. Bovendien zeulde hij een bos haar met zich mee, waarbij de wildste variant van dit van Marouane Fellaini verbleekt. Een haarbos als een maretak, als de ragebol van de schoorsteenveger. Zelfs als hij pas terug was van een kappersbeurt en de resterende lokken stijf onder de lak zaten, was deze jongeling allicht nog een bezienswaardigheid. Zo dacht ik.

In elk geval, zijn fysionomie maakte van hem een vreemde eend in de bijt. Ik herkende dat soort fysionomie. Ik had me die tien jaar eerder ook eigen gemaakt, toen ik als scholier, zonder Parka, slecht aangeschreven jeugdkroegen als ‘De Stovebuis‘ frequenteerde.

Voorzichtig en ietwat bedeesd nam hij plaats aan de interviewbank binnen de beglaasde muren van de popup studio. Permanent hing daar volk tegenaan geplakt. Achter het glas zag ik de verbazing en opborrelende frustratie bij de marketeers die ik geen kans achter de microfoon en voor de camera had gegund.

“Hij ziet er erg wereldvreemd uit”, dacht ik. Toen ik hem van wal hoorde steken over een astronautenopleiding en ruimtereizen, wist ik het zeker: “deze jongeling ijlt”. Hij was allicht een addict van de Atari computerspelletjes.

Dat hij, na het opstapelen van doctoraten, te maken had met Spacelab-1 van ESA, ging zelfs een beetje verloren in het gesprek. Ik liet hem eigenlijk in wezen een monoloog houden, omdat ik van ’s mans expertise geen kaas had gegeten. De studiotijd tikte weg, en vervolgens koos de aspirant-ruimtevaarder het ruime sop.

Of ik mogelijks een schotelmannetje was wiens schietstoel per abuis was afgegaan

Tot mijn opluchting, want ik had dit personage niet kunnen kaderen in het opzet van de uitzendingen. Later zou ik – herinneringen uit die passage ophalend – nog grapjes maken in de zin van: “die astronaut uit Lappersfort was zeker de gekste vogel!

Meneer de burggraaf

Ik vergiste me schromelijk. Ik had de man volkomen verkeerd ingeschat. Engelsen hebben er het juiste spreekwoord voor: first impressions often lieVijf jaar later verbaasde deze jongeling iedereen,

 mezelf niet in het  minst. In 1992 werd hij de eerste Belgische astronaut. Hij cirkelde  zowat 140 keer rond de aarde in een Space Shuttle.

Sindsdien voert hij de adellijke titel van burggraaf. Dirk Dries David Damiaan burggraaf Frimout. In de jaren ’90 zag ik hem bij toeval uit een limousine stappen in de ondergrondse parkeergarage aan de Albert II-laan, bij Belgacom – thans Proximus, alwaar hij tot bestuurder was gebombardeerd. Ik trok mijn stoute schoenen aanik had er geen andere – en schoot als een pijl op hem af. Voor mij stond een heer in driedelig maatpak.

Hij was keurig gekapt. Zijn wilde haren van weleer was hij allicht in de ruimte kwijt geraakt. Toen ik hem aansprak over de tijd van Flanders Technology

Koning Albert II-laan

en het interview in ‘mijn’ studio, keek hij me aan of ik van outer-space kwam. Hoe hard zijn ogen ook onderzoekend naar me keken,

hij kon zich daarover niets herinneren. Ook het interview niet. Ik was niet verbaasd. Zijn passage in de pop-up studio was in zijn doctorshoofd begrijpelijkerwijze door de mazen van het net geglipt.

Zou hij door dat raampje van de Space Shutle op dezelfde wijze naar ruimtewezens hebben gekeken als toen hij mij daar aanstaarde? Onderzoekend en vol ongeloof? Er wordt beweerd dat astronauten vliegende schotels waarnemen, maar daarover niet mogen communiceren… Misschien onderzochten Frimout’s priemende ogen of ik mogelijks een schotelmannetje was wiens schietstoel per abuis was afgegaan.

Zijn, in een keurige plooi geplakte haren, schenen immuun tegen windstoten tot 11 beaufort

11 beaufort resistent haar

Zo een hele week van ’s ochtends tot ’s avonds om het uur een interview houden, woog wel wat zwaar. Midden in de week kon ik gelukkig ineens in een estafetteloop werken met de technologiejournalist van De Financieel Economische Tijd. Waren ze daar gezwicht voor het VEV?

Zijn naam was Frans G, het toonbeeld van dé economiejournalist: een fijnbesnaarde, stijf in het pak zittende professional. Zijn, in een keurige plooi geplakte haren, schenen immuun tegen windstoten tot 11 beaufort – een niveau waarbij grote schade aan bossen wordt aangericht . Dit geldt ook voor het Lappersfortbos…

pic animationmentor.com

Hij was een klassiek-deftige heerspersoon die zich uitte in afgemeten zinnen. Hij sprak met kennis van zaken. Integer van inborst ook. Dit alles maakte hem heel erg geliefd bij bedrijfsleiders tot ver buiten zijn eigen heidestreek.

Hij had ook nog ervaring met televisie-uitzendingen. Op de BRT presenteerde hij het programma ‘Televisie en onderneming‘, het VEV-tv-programma binnen het kader ‘uitzending door derden‘. Dankzij de regelmatige wissel van de wacht, kon ik me wat meer ontspannen. Want stressy was het werk zeker. Het vergde een maximaal aanpassings- en leervermogen voor een 28-jarige proleet in studiowerk. De interviewsessies volgden elkaar op met het debiet van de stroom van ’t stad. Tijdens de korte pauzes zat ik te researchen en contacten te bellen.

Toen de afgevaardigd bestuurder van het VEV besliste dat het zijn beurt was om voor de camera’s te verschijnen, leerde ik René D.F. kennen.

René D. F.

Een aimabel man op gevorderde leeftijd. Zelfverzekerd, zich bewust van zijn eigenwaarde. Een schalkse blik verried zijn ruimdenkendheid.

Een man van de wereld ook. Een man die gezag afdwong. En een man van de grootse aanpak: hij stond aan de wieg van de krant De Financieel Economische Tiid en was bezieler van de ‘derde industriële revolutie in Vlaanderen’ waar de tech-beurs Flanders Technology een exponent van was. De man is intussen al 7 jaar dood.

Naar de reyerslaan

Toen de afgevaardigd bestuurder na afloop van het interview vroeg of ik wilde meewerken aan het programma ‘Televisie en onderneming‘, kwam daar voor de tweede keer in diezelfde week weer zo’n buitenkans op de proppen. “Je moet met de helm geboren zijn”, dacht ik over mezelf.

Brouwersvliet
’t Scheld

En voor ik het besefte, zat ik op de bovenste verdieping van het witte kantoorgebouw aan de Brouwersvliet met weids uitzicht op de stroom die ’t Scheld daar is. Het klikte direct tussen ons. Zo ik had gewild, ik had mijn pantoffels kunnen laten staan in zijn bureau, tegen het volgende bezoek. Ook zonder dat dit het geval was, kwam ik vaak in zijn arendsnest.

Ik werd gebeten door het Yuppie-virus

Het echte werk moest echter in een BRT-televisiestudio aan de Reyerslaan gebeuren. De eerste met wie ik daar in de lift stond was presentatrice Regine C.

Regine C

van het programma ‘Kunstzaken‘. Ik schrok ervan hoe klein ze van gestalte was. Later leerde ik dat kleine mensen liever gezien worden door de camera.

Ze komen beter in beeld. Maar hoe klein ook, ze scheen daar in die lift boven alle hoofden heen te kijken. Zo vol van zichzelf als ze bleek. Ze blaakte van kunst en cultuur. Ik besefte: ik was hier het Walhalla der ego’s binnen getreden.

Het studiowerk liep vlot. Het interview werd enkele dagen later op prime time getoond. Rond de tijd dat iedereen de tv aanzet voor het avondjournaal. Een gouden uitzendtijdstip, waar ‘Blokken‘ nu van geniet.

Nog voor mijn 28e verjaardag kwam ik alzo op de Vlaamse televisie in het gezelschap van een éminence grise uit het bedrijfsleven. Vrienden, nonkels en tantes gingen uit de bol! En het was niet mijn laatste optreden op tv. Maar heel erg lang heeft die carrière ook niet geduurd. Intussen was ik mediaconsultant voor de bedrijfswereld geworden. Ik werd gebeten door het Yuppie-virus. Tijdgebrek was mijn deel. Andere wegen wenkten.

Later zou ik het Walhalla nog betreden in gezelschap van klanten uit de industrie. Omdat er geklaagd moest worden. Bijvoorbeeld: een lobby-groep die elektrische  verwarming promootte vond dat haar belangen

Emiel C

geschaad waren tijdens een uitzending van  Wikken  en Wegen.

Nadat hij mij en het gezelschap veel te lang had laten antichambreren, verscheen Emiel G. in het deurgat.

En vanuit dat deurgat aanhoorde hij de klacht. Vanuit hetzelfde deurgat, waar hij blijkbaar niet doorheen wenste te stappen, blafte hij als een buldog terug. Die klanten hadden een verfoeilijke naam voor de man bedacht, die niet strookt met ‘over de doden niets dan goeds‘. Ze noemden hem boos: “schieve muile!” Godbetert. Verfoeilijk! F.D.

Lees ook op deze blog:

De blogman geblogd

 

 

Bergougnan: veel voeten in de vervuilde aarde

 

 

Ze zijn zo creatief, meneer…

 Naar Facebook

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Lees ook op deze blog:

STAD in 2016 - ARTIKELOVERZICHT
VOLK in 2016-2017-2018 – ARTIKELOVERZICHT