VERHALEN – Saint-Amour met Herwig Braeckevelt


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

pic demorgen.be
pic demorgen.be

VERHALEN  23 februari 2017 – Ter gelegenheid van Saint-Amour diepen we een manuscript op uit één van onze vele lades. Vijf jaar geleden penden we ‘Volop bezig met geen boek te schrijven’, een fictief verhaal over Herwig Braeckevelt, zijnde Herman Brusselmans. Het verhaal gaat niet enkel over ‘De Grote Schrijver’ zoals hij erin wordt betiteld, het is ook nog neergepend in onvervalste Herman Brusselmans-stijl.

Terug naar hoofdpagina

Passages uit het manuscript ‘Volop bezig met geen boek te schrijven’ door Frank Depreitere

Protagonist Jeroen, zelf een schrijver, doet er alles aan om bevriend te worden en te blijven met ‘De Grote Schrijver’. Jeroen en Herwig ontmoeten elkaar geregeld. Toch blijft Jeroen kritisch over Herwig Braeckevelt en zijn oeuvre. Hij typeert Herwig als volgt, in een passage van het manuscript, na een voorafgaande beschouwing over het fenomeen ‘humor’:

(…) “De Grote Schrijver mag dit alles misschien wel weten, maar hij had helemaal geen uitstraling van humor en goede luim. Zij het hooguit: droge, zwarte en absurde humor, en onderkoelde luim. Waar haalde Herwig zijn sexappeal dan vandaan? Puur en alleen uit de schrijverij? Dat kon allicht. Een aantal schoonheden zullen wellicht vallen voor zijn cynische humor. Op het gebied van luim vertoonde hij enkel het beeld van de zielenpoot. Ook voor intrieste jongetjes bestond allicht vrouwelijke fans, die van de moederlijke types” mijmerde Jeroen. Ach, wat kon het hem uiteindelijk schelen hoe Herwig aan de bak kwam.

Terug naar hoofdpagina

Jeroen ontmoet Herwig voor het eerst in restaurant Valentijn in het Patershol, net nadat Herwig’s partner Anoushka hem voor de eerste keer verlaten heeft. Herwig vertelt over zichzelf, nadat hij aandachtig had geluisterd naar Jeroen’s betoog over zijn seksleven.

Herwig luisterde met aandacht, aangezien hij zichzelf in deze materie herkende. “Ja, zo was het ook met Anoushka”, zuchtte hij. “Een hoer in de keuken en een prinses in bed. Dat is nu verleden tijd.” Hij zakte wat voorover in de richting van zijn bord asperges en slaakte een stille zucht.

Hij herpakte zich meteen daarna met: “Het enige voordeel van geen wijf te hebben, is dat ik meer dan vroeger schrijf. Ik ben een nachtschrijver, weet je wel.” Jeroen antwoordde: “Ik heb het schrijven van ernstiger werk ook even opzij geschoven voor de passie, maar nu kan ik verder gaan, aangezien ik tijdens mijn werkuren kan schrijven. Ik kan nu dus twee passies tegelijk beleven.”

Jij boft” zei Herwig, terwijl hij zijn vingers aflikte. Tafelmanieren had hij niet in huis. Hij had net niet zijn servet rond zijn nek geknoopt, zoals de proleten die chique uit eten gaan dat plegen te doen. Herwig had in de mot dat Jeroen hem spottend aankeek. “Ja, ik kom van eenvoudige huize, waar communicatie herleid wordt tot een snak en een beet, humor per definitie vettig is, en tafelmanieren gepaard gaan met scheten laten en boeren. ‘Ik kom uit het vlees’.”

Herwig ging er prat op dat hij ‘uit het vlees’ kwam – zijn ouders waren vleeshandelaren – en had ten gepaste en ten ongepaste tijde overal verkondigd dat hij nog liever zou verhongeren dan nooit meer vlees te eten. Een ‘veggie’ was hij duidelijk niet, ook al zat hij hier bij Jeroen op asperges in de lookboter te kauwen. Door het liberale nest waar hij uit ontsproot, kon men Herwig niet gemakkelijk, of helemaal niet, een groen of rood etiket opplakken. Ook al zou men geneigd zijn om dat te doen omwille van zijn fysionomie. Zijn imago bleef daardoor hangen in het etherische, wat weer goed was voor de boekenverkoop.

Jeroen lachte: “Vleeswaren… Als ik een appetijtelijke vrouw zie, denk ik ook aan welke fijne vleeswaren ze in haar ondergoed zou bewaren.” Herwig deed alsof hij niets gehoord had. Toch zag Jeroen even wat kwijl in een mondhoek opwellen en langs zijn kin wegsijpelen.”

Terug naar hoofdpagina

Tijdens een ontmoeting tussen Jeroen en Herwig in café Aba-Jour in Oudburg, vertelt Herwig over zijn jeugd. Hij doet dit in zijn eigen onvervalste stijl.

Nadat hij zich nog eens flink had laten pijpen door Jelle, vond Jeroen Herwig later terug in het café Abajour. Hij zat er eenzaam en zielig voor zich uit te staren. Jeroen wou weten wat hem zo droevig maakte. “Ik ben helemaal niet droevig” repliceerde De Grote Schrijver. “Het ligt in mijn natuur om nostalgisch te zijn. De zwarte zijde van mijn persoon domineert over de zorgeloze jongensnatuur die ik ooit was. Toen ik nog in vaders slagerij rond sjokte in lange shorts, kniekousen en een blauwwit gestreept T-shirt als van een gevangene, was ik een olijke en vrolijke knaap. Mijn toenmalig vriendinnetje, een veertienjarig meisje met blonde vlechten en sproeten op de wipneus, steeds gehuld in hetzelfde grauwwitte kleedje met rode stippen, dat slechts een beetje van haar bovenbillen bedekte, was mijn beste maatje. Met dat Miaatje speelde ik verstoppertje in vaders atelier, tussen de, aan vleeshaken opgehangen, achterkwartieren, runderlappen en varkenskoppen. We konden onze pret niet op. Miaatje raakte steeds opgewonden van al die fremdkörper in het atelier, zodat ze op een keer van mij een medisch onderzoek wou, zodra ik haar in haar schuilplaats had ontdekt. De vreemde omgeving had haar prikkende tepeltjes bezorgd, giechelde ze, en ook een jeukend gevoel in haar onderbroek. “Zo heb ik als vijftienjarige het vrouwelijke lichaam leren kennen” gnuifde Herwig. “Ze liet het toe dat ik ervan smikkelde!”. Ineens zat een andere Herwig achter het cafétafeltje. Hij glom van trots over die jeugdige indianendaad. De komst van Jeroen en zijn empathie, had De Grote Schrijver blijkbaar deugd gedaan. “Ze heeft zelf ook wel enig experiment op mij gedaan” vervolgde hij. “Als er weer eens een stier aan de haak hing, stond ze telkens vol bewondering voor de kolossale vleesballen en de gigantische frikadel, die door het hangen aan de vleeshaak ongewild manifest werden geëtaleerd. Ze had ontzaglijke bewondering voor die edele delen en wou weten of dat bij een mannetjesmens ook zoiets was. (…) Haar teleurstelling was groot. Elke vergelijking met het gerief van de stier was onmogelijk. Deze gebeurtenis luidde het einde van onze vriendschap in. Hoe langer hoe vaker verkoos ze om met het bakkerszoontje te gaan spelen. Ze liet me gefrustreerd en getraumatiseerd achter. Daar ligt de kiem van mijn schuchterheid ten aanzien van vrouwen” sprak Herwig getroebleerd. Zijn bleke gezicht vertoonde plotseling een blosje van schaamte. Hij pauzeerde even zijn betoog en stak een sigaret op. Het was nog de tijd dat in cafés mocht worden gerookt. “

Terug naar hoofdpagina

Nadat Jeroen en zijn partner Jelle, Herwig’s vrouw Anoushka thuis opgevangen hebben, na een vlammende ruzie tussen die twee, is er wrevel ontstaan tussen Jeroen en Herwig. Daarom noemt Jeroen hem niet meer ‘De Grote Schrijver’, maar simpelweg ‘De Schrijver’. Jeroen bespiedt vervolgens Herwig’s handel en wandel in de weerkaatsing van de ruit van café Bentos aan de Wondelgemstraat.

Hij glipte het huis uit voor een avondwandelingetje in de stad. Het was halfdonker geworden. Allengs schreed hij binnen in Café Bentos nabij het Griendeplein, waar hij met Braeckevelt had afgesproken op nieuwjaarsdag. Hij hield het niet voor mogelijk. Braeckevelt zat in zijn uppie aan de toog een groot glas paterbier te hijsen. Hij had Jeroen niet in de mot, ook niet toen hij plaats nam aan een tafeltje bij het raam. De waardin voorzag hem aan zijn tafeltje in een te betalen, hete koffie, en in een gratis inblik in haar ruim bemeten decolleté die twee gezwollen watermeloenen herbergde, zij het van de vleeskleurige soort. Jeroen zat met zijn rug naar de plek aan de toog waar de Schrijver op een taboeret troonde. Door de reflectie in de ruit kon Jeroen hem gadeslaan. Toen de Schrijver een tweede paterbier bestelde, hoorde hij hem duidelijk articuleren. Misschien was het al zijn derde, want hij bestelde ‘Paaa Ter Bie’ De Schrijver was dus weer aan de drank, zoals toen al bleek tijdens hun ontmoeting in café Abajour, alwaar hij aan de Duvel had gezeten. De man die ooit poneerde dat ‘een drankprobleem, het probleem was dat er geen drank in huis was’, deed zijn grootspraak weer alle eer aan. Jeroen bedacht dat de omstandigheden om nuchter te blijven niet gunstig voor hem waren, dat hij dat sneu voor hem vond, en toch weer niet, want dat hij dat zelf gezocht had door zijn koppigheid. “Wie laat nu een wijf als Anoushka schieten, ook al heeft ze soms rare nukken, voor een principekwestie als kinderen krijgen? Alleen een oelewapper als Braeckevelt doet dit” was zijn conclusie. “Ook al schiet hij hierdoor in de eigen hand, hij bleef onwrikbaar op zijn standpunt staan”. In de weerspiegeling van de ruit kon Jeroen zien dat de Schrijver zijn ziekenfondsbrilletje had afgezet, zodat de kans klein was dat hij door hem zou opgemerkt worden, ook al zou hij toevallig in zijn richting kijken. Gelukkig zat er nogal wat volk in het café. “Een hond en haar eventuele nazaten kon hij wel nog aan, maar geen kind. Tot welke mensensoort behoort Braeckevelt eigenlijk? De laagvliegende strontbaviaan?” Tijdens deze overpeinzingen nipte Jeroen van zijn koffie. Het was nu volslagen donker buiten. Opeens zag hij een leuke jonge naturel blondine het café binnentreden. Ze had een frisse snoet met sproeten, bovenop een slank en katachtig lichaam met sportborstjes. Met haar korte laarzen trapte ze zich een weg naar de toog. Ze kuste Braeckevelt op de wang. Hij kuste haar op het voorhoofd. Jeroen schrok even. “Die vrouw moet een kwarteeuw jonger zijn dan hem” flitste het door zijn hoofd. “Dit moet die Nathalie zijn van in zijn roman. Die Nathalie met wie hij Anoushka bedrogen heeft.” Jeroen besefte dat dit een geheel voorbarige conclusie was, maar vond ze spannend genoeg om ze voor waar aan te nemen.“

Terug naar hoofdpagina

 

Herman Brusselmans - pic humo.be
Herman Brusselmans – pic humo.be
  • Op zaterdag staat Saint-Amour in de Vooruit. Herman Brusselmans staat in het voetlicht. Met zijn nakende 60 jaar en zijn meer dan 60 boeken mag hij dit jaar solo gaan.

Terug naar hoofdpagina

Sint-Pietersnieuwstraat - Vooruit
Sint-Pietersnieuwstraat – Vooruit
Sint-Pietersnieuwstraat - Vooruit
Sint-Pietersnieuwstraat – Vooruit

Terug naar hoofdpagina

Corduwaniersstraat - restaurant Valentijn
Patershol – restaurant Valentijn

Terug naar hoofdpagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oudburg - restaurant Aba-Jour - pic google.be
Oudburg – restaurant Aba-Jour – pic google.be

Terug naar hoofdpagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wondelgemstraat - café Bentos
Wondelgemstraat – café Bentos

Terug naar hoofdpagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Passages uit het 134 pagina’s tellende manuscript ‘Volop bezig met geen boek te schrijven’ van Frank Depreitere. ‘Volop bezig…’ is één van onze de verhalen wier pad met de tijd nog dit van een uitgever moeten kruisen.

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook

Lees meer op deze blog:

VERHALEN & OPINIE in 2016 – ARTIKELOVERZICHT
VERHALEN EN OPINIE in 2016-2017 – ARTIKELOVERZICHT