STAD – Kozakken bezorgden Gentenaars bange maanden

header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

STAD – 30 mei 2019 – Zo goed als 200 jaar geleden bivakkeerden Russische Kozakken op de Dries in Ledeberg en later op Ter Heide in Gentbrugge. Die laatste plek dankt er haar huidige naam aan: “Moscou”. De Kozakken bestreden Napoleon, waren hier als “bevrijders”, maar bakten het bruin door zich als beesten te gedragen en door de bevolking te terroriseren. Hun aanvoerder kolonel Bygaloff, bijgenaamd “Peetje Kozak”, was een 80-jarige sabelslijper en smulpaap.

Ugent-vorser Roger Van Aerde publiceerde op 18 december 2017 een werk getiteld ‘Kozakken te Gent – De geschiedenis van Peetje Kozak’, gebaseerd op een dagboek dat stadsbibliothecaris J.F. de Laval bijhield in de Napoleontische periode. persblog.be maakte een samenvatting. Her en der voegden we elementen toe.

Kozak – pic Koninklijk Legermuseum

Van de ene bevrijder naar de andere bezetter. Overzicht: ♦ januari 1814: Napoleontische Fransen verlaten Gent ♦ februari 1814: Kozakken o.l.v. kolonel Novosinowitz-Menchikoff verblijven in Gent  ♦  februari 1814: Kozakken o.l.v. kolonel Bygaloff bivakkeren op de Dries in Ledeberg ♦  begin maart 1814: Fransen nemen Gent weer in. Kozakken vluchten ♦  eind maart 1814: Kozakken veroveren opnieuw de stad ♦  1815, na ‘Waterloo’: Kozakken verblijven op Ter Heide – “Moscou” – in Gentbrugge

Kozakkenleger – pic Omroep Gelderland

De bevrijder gedroeg zich nog erger dan de bezetter

Na de aftocht in Rusland in januari 1812 zetten geallieerde strijdkrachten een offensief in tegen de troepen van Napoleon. Rusland, Engeland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden hadden een verbond gesloten om Napoleon te verslaan. In 1813 en 1814 werden veldslagen geleverd. De Russen zetten hiervoor Kozakken in. Ze gingen bezette gebieden ontzetten van het Franse Bewind.

Midden januari 1814 noteerde de stadsbibliothecaris in zijn dagboek dat Franse notabelen in Gent de stad begonnen te verlaten. De Franse troepen vertrokken op 1 februari uit Gent om Brussel tegen het Russische Kozakkenleger te gaan verdedigen. Ze lieten de stad onbeschermd achter. De volgende dag verliet de door Napoleon aangestelde burgemeester de stad.

Kozakkenkrijger – pic cinecrowd.com

Op 4 februari verschenen de eerste Kozakken voor de Keizerpoort. Volgens de stadsbibliothecaris waren ze met 50 tot 60 ruiters. Een aantal kwamen via de poort de stad binnen en vervolgden hun weg naar de Brabantdam. Vier onder hen reden naar het stadhuis. De stadsbibliothecaris schreef: “… alwaer eene zoo groote menigte volk verzaemelt was, dat men niet eenen appel ter aerde konde werpen … ”

Kort na de middag arriveerde kolonel Novosinowitz-Menchikoff. Hij was commandant van Russische Kozakken en van een compagnie Pruisische ruiters. Hij haastte zich naar de rijk gedekte tafel van de weduwe Van den Hecke, die hem logement had aangeboden in haar woning aan de Kouter. Intussen hadden zijn troepen een kamp opgeslagen buiten de Brusselse Poort, [Op de Dries in Ledeberg. Voorheen was daar een weide en een vijver. Dit is nu Ledebergplein] De stad bezorgde de 200 tot 300 Kozakkenkrijgers voedsel voor henzelf en voor hun paarden. Alsook kookgerei en veel meer.

Stelen en verkrachten op de Dries, Ledeberg

Zicht op Ledebergplein, voorheen ‘De Dries’

De Kozakken gedroegen zich als wilden. De stadsbibliothecaris: “…dit belette niet dat zy op de prochie van Ledebergh (…), de boeren steeds lastig vielen en alles afnamen wat hun aenstond”. “Koebeesten werden uit weiden en stallen gehaald, geslacht en in kwartieren verdeeld, en met huid en haar geroosterd. Grote ketels aardappelen overgoten met gesmolten boter en spek verdwenen in hun nooit verzadigde magen. Tijdens en na de maaltijden zopen ze ganse emmers jenever leeg alsof het water was.”

De Gentenaars, die eerst blij waren met de komst van deze bevrijders, hielden een paar uur later al hun hart vast. De stadsbibliothecaris: “Overvallen, diefstal, beroving, verkrachting, zelfs van kinderen van 12 en 13 jaar, waren schering en inslag. De soldaten vielen de huizen binnen, waarvan de deuren niet op slot mochten, en brulden naar ‘snap’ voor Schnaps: jenever. “

Op zondag 6 februari reisde een Gentse deputatie naar Brussel om generaal Van Boosteil te vragen om de troepen uit en rond de stad te verwijderen. Op 7 februari verlieten de Kozakken Gent en werden ze vervangen door Pruisische troepen. Deze militairen die logement betrokken bij de burgers waren nog slechter dan de Russen.

De komst van “Peetje Kozak”

Kozak

Tijdens de ochtend van 14 februari kwam een voorwacht van een Donkozakkenregiment de stad binnenrijden en meldde dat rond de middag vijf eskadrons van hun metgezellen zouden arriveren. Dit regiment, maar vooral de aanvoerder, de tachtig jarige graaf en kolonel Bygaloff, zou nog lang na hun vertrek in het geheugen van de Gentenaars blijven hangen. [later bleek dat hij de adellijke titel verzonnen had. Hij werkte in opdracht van de Russische tsaar Alexander, die later ook nog persoonlijk naar Gent zou afzakken tijdens Napoleon’s ‘100 dagen’: periode na zijn eerste ballingschap in Elba.]

De Gentse stadsbibliotecaris typeert in zijn dagboek kolonel Bygaloff en zijn gevolg: “Een grijze krijger met lange witte baard, nog in goede gezondheid en van wie men zag dat zijn wieg, zoals bij alle kozakken, op de rug van een paard had gestaan. Uit een Aziatische stam komende, ongeletterd en geen enkele vreemde taal sprekend, had hij steeds een Poolse Jood aan zijn zijde die terzelfder tijd als tolk, secretaris en stafchef fungeerde. Hij had steeds 31 paarden in zijn gevolg. Een van zijn stokpaardjes was alle dagen van kwartier te veranderen om zo steeds aan een andere rijk gedekte dis te kunnen aanzitten. Het duurde niet lang of de Gentenaars, gekend om het geven van bijnamen, noemden de vinnige oude commandant “Peetje Kozak”.”

Van de regen in de drop

Sint-Pietersplein – collectie Wynantz 1820 – pic sogent

De Kozakken van het nieuwe regiment waren niet beter dan hun voorgangers, misschien zelfs nog een tikje erger. Er kwamen opnieuw een massa klachten van de bevolking, waarop Bygaloff besloot om zijn manschappen in de kazernes op het Sint-Pietersplein onder te brengen. Maar van zodra zijn mannen zagen dat hun tafel en bed niet meer waren gedekt, keerden ze nog dezelfde avond bij hun oude gastgevers terug, Vele burgers verlieten de stad om van de lastige bevrijders verlost te zijn.

Napoleon had zijn soldaten geboden om Antwerpen in te nemen. De Fransen trokken vanuit Rijsel met 8.000 tot 9.000 soldaten naar Kortrijk om hun weg aldaar te vervolgen naar Antwerpen over Gent. Toen de Kozakken ineens de stad verlieten, en pas op 9 maart terug naar Gent kwamen, bleek dat de kolonel met zijn troepen het Franse leger in Harelbeke bij Kortrijk had verslagen.

Tijdens zijn afwezigheid in Gent hadden een paar achtergebleven Kozakken echter plunderingen gepleegd bij de bevolking. De daders werden gestraft, maar de onrust onder de bevolking bleef bestaan. Terecht: want berovingen en verkrachtingen waren schering en inslag. De mensen durfden ’s avonds niet meer buiten te komen.

De oude bezetter komt Gent “bevrijden” 

Soldaat van Napoleon – pic elzeluikens.wordpress.com

En dan ineens gebeurde dit: op 25 maart zat de kolonel aan de feestdis in het stadhuis, toen hij en zijn gezelschap rond 2u ’s nachts werd opgeschrikt door estafetten die de stad waren ingetrokken met de boodschap dat de Fransen opnieuw in aantocht waren. Het gros van het in Gent gelegerde Kozakkenleger was op dat moment met de zoon van de kolonel op een tocht naar Watervliet, waar nog Frans verzet actief was. Een ramp. Gent kon zich niet verdedigen. Er waren slechts 100 Kozakken in de stad, terwijl sprake was van een Franse overmacht van 7.000 soldaten. De stadsbibliothecaris: “… niemand konde gelooven dat het mogelyk zoude zyn dat de fransche tot hier zouden komen.” Reeds dezelfde dag hadden de Fransen Kortrijk ingenomen en op 26 maart rond de middag stonden de Franse voorposten opnieuw voor de Gentse poorten. Na de middag stormden de voorposten al in de Gentse straten. 

Brusselspoort of Keizerspoort met zicht op Visserij – collectie Wynantz – pic sogent

Kolonel Bygaloff ofte “Peetje Kozak” ofte de vermeende graaf, scheen geen haast te hebben. Hij werd in de· Zonnestraat verrast, terwijl hij op zijn paard wilde stijgen. Hij deed smalend ten aanzien van de Fransen en verdween met zijn gevolg via de Keizerpoort. De stadsbibliothecaris: ” … den graef dan, die blijven staen was, nam zyne mutse af, riep houra Kayser Alexander, en met zynen gezel stuerende de Keyzerpoorte uyten ontkwam het”. De meid van de kolonel werd gevangen genomen op de Kouter, waar ze gereed stond om te vertrekken. “Ze werd ‘naer de hoofdwagt geleyd, alwaer men haer afnam 150 Napoleons en 50 Louisen die zy by haer had.”

Ondertussen kwam het gros der Franse troepen de stad binnen en nam enkele gekwetste Kozakken gevangen. Kanonnen werden in stelling gebracht, de poorten werden bezet en ongeveer 4.200 man namen stelling en bivakkeerden buiten de Dampoort. De Franse generaal Maison en zijn staf verbleven in ‘Hotel des Pays-Bas’ op de Kouter. De stadstresorier, genaamd Papelen, die nagelaten had te vluchten met de stadskas, zag zich gedwongen een half miljoen frank aan Maison te overhandigen, met welke hij aan zijn soldaten achterstallige soldij uitbetaalde.

Kouter – pic beeldbank Stad Gent

Gentenaars waren “fransche van natie”

De snelheid waarmee de Fransen de stad hadden ingenomen werd toegeschreven aan verraad. Bygaloff had eerder bevolen om het ijzeren hekken van de Petercellepoort [‘Petri Cella’, de kluis van Sint-Pieter; Kortrijksepoort in ‘Sint-Pietersdorp’] te sluiten waarna de portier hem de sleutels persoonlijk moest komen overhandigen. “… ’t geen hy dede, maer hoe het is of niet, de grille bleef open en den graef had den sleutel in den zak, dus hadden de fransche geen den minsten tegenstand om in de stad te komen.”

De burgers leden weer erg onder de nieuwe bezetting. De overlast was zo groot, dat de Franse generaal Maison het nodig vond zijn soldaten persoonlijk toe te spreken en strenge straffen in het vooruitzicht te stellen voor al degenen die de burgers tiranniseerden. De generaal gaf ook een dagorder uit waarin hij benadrukte dat “de inwoners van Gent Fransen zijn, en dat men ze niet anders mag behandelen, eerder moet men ze beklagen, omdat ze onder de knoet van de vijand hebben moeten leven”.

De Kozakken hadden zich teruggetrokken op Melle, wachtend op geallieerde troepen. Toen ze in de tegenaanval gingen, had generaal Maison onvoldoende manschappen in stad [waren die door getrokken naar Antwerpen?] en kon de aanval niet afweren. In de nacht van 29 op 30 maart begonnen de Franse troepen Gent te verlaten. Niettegenstaande de bewering van de generaal dat Gentenaars Fransen waren, werd alles wat niet te heet of te zwaar was, gestolen.

Kortrijksepoort ofte Petercellepoort – collectie Jean-Baptiste Wynantz – pic sogent

De 30e ’s ochtends kwamen de Kozakken met ‘Peetje’ hun oude kwartieren innemen. Op 2 april vertrok de Kozakkenkolonel en zijn gevolg opnieuw. Nog voor zijn vertrek, op 31 maart, werden de portiers van de ‘Petercellepoort’ en van de Keizerpoort naar de gevangenis in Brussel overgebracht. De eerste om de Petercellepoort niet te hebben gesloten, de tweede om de Keizerpoort te vroeg te hebben gesloten, zodat de Kozakken niet konden vluchten, en zo door de Fransen gevangen genomen konden worden.

“Ze waeren fransche van natie” besloot stadsbibliothecaris de Laval, doelend op de gevangen gezette medeburgers met een knipoog naar de uitspraak van de Franse generaal Maison. Gaf de Laval hierbij zijn voorkeur te kennen voor het Franse Bewind?

Kozakken keren nog terug naar ‘Moscou’ in Gentbrugge

Tuinwijk Ter Heide – ‘Moscou’

Na in 1814 verbannen te zijn naar Elba, keerde Napoleon in maart 1815 naar Frankrijk terug, waar hij opnieuw een leger vormde. Vervolgens werd hij definitief door de geallieerde naties verslagen in de ‘Slag bij Waterloo’ op 18 juni 1815.  Naar verluidt bivakkeerden de Kozakken na die veldslag nog verschillende maanden op de heide in Gentbrugge. Terwijl “Peetje Kozak” in de stad verbleef, werden zijn troepen – voorheen op de Dries in Ledeberg – verder buiten de stad gestuurd. Grof geschetst lag de kampplaats van de Kozakken toen in de buurt van de huidige Peter Benoitlaan, Jules de Saint Genoisstraat en de Oefenpleinstraat. En anderzijds tussen de Brusselsesteenweg en de spoorlijn Gent-Merelbeke. Deze afgelegen plek werd sindsdien in de volksmond ‘Moscou‘ genoemd. Later werd het de officiële benaming. Op deze heide situeren zich vandaag, zowel de werkhuizen van de spoorwegen het ‘Arsenaal’, alsook de woonwijk ‘Ter Heide’.

Lees ook in het Archief van deze blog:

In ‘Moscou’ kennen ze nog altijd “Peetje Kozak”

 

 

Schoon volk in de Veldstraat (over de concentratie van buitenlandse edelen in Gent rond 1815)

 

Lees ook in deze blog:

Strijkangst en ‘Lowie-die-zwiet’ (over Louis XVIII in Hotel d’Hane Steenhuyse)

 

 

De Glorie van de Veldstraat

 

 

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

Naar Facebook

Lees ook op deze blog:

STAD – ARTIKELOVERZICHT 2019