STAD – Het Patershol – Straks de feesten, maar de historie?


header copie - aangepast persblog.be - kopie (2)persblog.be – Verhalen uit en over Gent – naar hoofdpagina

STAD – 10 augustus 2018 – Het Patershol is niet groter dan dertien straatjes en een pleintje. De wijk wordt doormidden gesneden door de Plotersgracht, een voormalige waterloop. Het ‘hol’ wordt begrensd door de Geldmunt, de Lievestraat, de Lange Steenstraat, het Drongenhof , Oudburg en de Kraanlei.

Plotersgracht met zicht op Hertogstraat – Plotershuisje – Schilderij wijlen José Van Haelst

Lees elders op deze blog ook over: De grensstraten van Het Patershol

Lees verder op deze pagina over: Het Patershol

De cirkel is rond

In tegenstelling tot wat gemeenzaam bekend is – dat het Patershol een arbeiderswijk is geweest – was het Patershol lange tijd een buurt van rijkaards. Tijdens de middeleeuwen huisden er rijke patriciërs en later, in de 14e eeuw, kwamen de magistraten er wonen die verbonden waren aan de Raad van Vlaanderen, gevestigd in het nabijgelegen Gravensteen, dat toen zijn functie als grafelijke woonst had moeten afgeven aan het Prinsenhof. Die nieuwe bewoners bouwden er in de 17e en 18e eeuw, statige huizen en gaven de wijk de allure van een Miljoenenkwartier van zijn tijd.

Plotersgracht – restaurant Amadeus
Plotershuis – kant Hertogstraat – pic arconet vlaanderen

Haringsteeg – zicht op Hertogstraat
Café Philipine – pic Huis van Alijn
Zeugsteeg – restaurant De 3 Biggetjes

Met de industriële revolutie geraakte de wijk in verval en kwamen arbeiders er wonen. De slechte faam die de wijk kende, was te wijten aan de grote samenhorigheid van de volkse bewoners die pottenkijkers er uit gooiden. Tot voor WOII was het Patershol zelfs berucht als rosse buurt. Bv. de Rode Koningstraat was berucht om haar bordelen ofte ‘Cameliaatjes’. Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw stond het Patershol dan weer in de kijker vanwege zijn jeugdige artistieke en maatschappijkritische bewoners. Tegen het eind van de jaren ’80 gingen de laatste volkscafés – Bij Miele en Philipine – dicht. Het laatste werd later het café In de CarmelietDaarna begon de opmars van de horeca in de wijk, wat de inname van de huizen door rijke kooplui opleverde, waardoor de cirkel rond is.

Terug naar hoofdpagina

De lotgevallen van de Karmelieten

Aan de Kraanlei stap je in het Patershol via de Rodekoningstraat, Hertogstraat of Ballenstraat. Twee jaar voordat WOII losbarstte, vond in herberg Den Oyevaer aan de erg smalle Ballenstraat een gruwelijke moord plaats. De cafébaas, zijn vrouw en zijn meid werden er gewurgd. Een paar straten verder – in de Vrouwebroersstraat – ging het er honderd jaar eerder nog heviger aan toe: een hele familie werd uitgemoord. Dit gebeurde op de plek waar later het restaurant Karel de Stoute lag – thans verhuisd naar de overkant van de straat.

Aan de rand van het Patershol, op de hoek van de Langesteenstraat en de Vrouwebroersstraat, vind je het Caermersklooster ofte Karmelietenklooster uit 1287. Het was ook een ziekenhuis met brouwerij. Caermers, Karmelieten of Vrouwebroers betekent hetzelfde. Deze Geschoeide Karmelieten – er zijn ook de Ongeschoeide aan het Gewad en de Burgstraat – hadden minder impact op het stadsleven als bv. de Dominicanen in Het Pand aan de Leie of de Augustijnen aan de Lieve.

Ballenstraat – zicht vanuit de Kraanlei
Vrouwebroersstraat – pad of tuin van het nieuwe restaurant Karel De Stoute
Vrouwebroersstraat – restaurant Gado-Gado

Nadat de Beeldenstorm was gaan liggen en de monniken terug naar hun klooster afzakten, waaierden velen onder hen uit naar de omliggende parochies op het platteland, wat het kloosterleven aan de Vrouwebroersstraat niet ten goede kwam. Toch kozen de Gentse stadsbestuurders dit klooster om hun charta’s en privileges te bewaren.

Vrouwebroersstraat – hoek Lange Steenstraat – Caermersklooster
Caermerskloosterkerk

In 1796 – in de Franse Tijd – verdween de kloosterorde. Na de verdrijving van de geestelijken uit het klooster tijdens Franse Revolutie, en de openbare verkoop van het klooster, deden enkele monniken een mislukte poging om het her op te richten. Uiteindelijk stonden ze het af aan de parochie van het Heilig Kerst aan de Sleepstraat.

Net zoals in andere kloosters in Gent palmde in die tijd de nijverheid de kloosters in. Een lood- en tingieterij en een katoenspinnerij deden hun intrede binnen de gewijde muren.

Midden de 19e eeuw ontstonden er beluikhuisjes ofte cités in de gewezen kruisgang van het tweede pandhof. De nijverheid verhuisde pas buiten de stad toen in 1860 de octrooirechten aan de stadsgrenzen werden afgeschaft. Daardoor konden ze hun waren buiten de stad produceren en zonder belasting binnen de stad te koop stellen.

Later kwamen er twee musea in de gotische kerk, die later respectievelijk verhuisden naar de Bijloke en naar het Alijnhospitaal. Vervolgens werd de site eigendom van de stad.

De kerk werd tussen 1962 en 1978 een opslagplaats voor, onder meer, operadecors. Een jaar later verkocht de stad het klooster aan de provincie. Dit jaar verkocht de provincie het weer aan de stad, in een financieel akkoord met de Vlaamse Overheid. Men wil er een centrum van Vlaamse beeldende kunst van maken. In dit verband is het interessant om te weten dat zich in het klooster al in de vroege 19e eeuw kunstenaarsateliers waren ontstaan.

De beluikhuisjes zijn thans omgevormd tot sociale appartementen, maar waren tot begin de jaren ’80 nog bevolkt door jeugdige alternativo’s en kunstenaars. Lees op deze blog: ‘Minouche’ over haar bijzonder beroep

Het is ook daar dat aan het eind van de jaren ’70 Walter De Buck het ‘Pandinstisch Verblijvingsfront‘ oprichtte, met als doel om de woonfunctie van het klooster te behouden. Er werd strijd geleverd met de politie, die de jeugdige bewoners als krakers beschouwde.  In 1980 werden de tijdelijke bewoners eruit gezet.

Caermersklooster – pic google street view
Caermersklooster – pic inventaris.onroerenderfgoed.be
Caermersklooster – bezet door het ‘Pandinistisch Verblijvingsfront’ – pic Amsab-iSG, gent

De volledige site van het Caermersklooster bestaat uit de kerk, het Oud Huis, het eerste Pandhof, het tweede Pandhof en het Neerhof. In de volksmond wordt het Caermersklooster vaak ‘Het Pand’ genoemd, terwijl dit de officiële benaming is van het voormalige Dominicanenklooster aan Onderbergen, welke bewoners later verhuisden naar de Hoogstraat.

Plotersgracht vandaag – restaurant Amadeus
Plotersgracht in 1982 – pic picasaweb.google.com
Plotersgracht
Plotersgracht en Hertogstraat – Plotershuisje – pic google street view
Corduwaniersstraat – schilderij wijlen José Van Haelst

Plotersgracht

Tussen de Hertogstraat en de Rodekoningstraat ligt de Plotersgracht, een centrale straat in het Patershol. Via de Geldmunt bij het Gravensteen kan je die straat ook bereiken via de Haringsteeg en de Zeugsteeg.

Op de hoek met de Plotersgracht en de Hertogstraat ligt het Plotershuisje, een woning uit de 16e-17e eeuw. Tegenover de achteringang ervan, ligt de Zeugsteeg, waar in de jaren ’80 nog een ‘Cameliaatje‘ ofte een bordeel herrees. Dit weet Guido Deseyn, auteur van de Gids voor Oud Gent, een boekwerk uitgegeven door de Standaard Uitgeverij in 1984, met een tweede druk bij Scriptoria in 1986. Boekwerk van 527 pagina’s, dat grotendeels de leidraad was voor dit artikel.

Ploten is de eerste fase in het productieproces om leder te maken. Lederbewerkers bevolkten dus de oevers van de Plotersgracht. De – in de volksmond – ‘Quade Gracht’ of ‘Leertouwersgracht’ verbond de Leie met de Schipgracht aan de kant van de Gentse Waterwijk. Ze was vier meter breed en had waarschijnlijk een snelle stroming, wat voor redelijk veel diepgang zorgde. Ze werd ingezet voor de bevoorrading van de kloosters. De gracht werd in 1872 gedempt.

Er waren nog lederbewerkers in de buurt van de Plotersgracht. Tussen die straat/waterloop en de Kraanlei, werkten de corduwaniers in de gelijknamige straat. Het waren schoenmakers die er met – uit het Spaanse Cordoba ingevoerde – delicaat schapen- en geitenleder werkten.

Drongenhof

Aan het eind van de Plotersgracht, bij de Rodekoningstraat, gaat het via de Trommelstraat naar het Kaatsspelplein. Op de hoek met het Drongenhof bevindt zich de Drongenhofkapel ofte Norbertijnenkapel.

Het Drongenhof, palende aan de Lange Steenstraat, was de plek voor de refuge van Drongen, incluis de kapel uit 1535 die in 1608 vernieuwd werd. Een refuge was een tijdelijke verblijfplaats voor gevluchte kloosterlingen van buiten de stad ten tijde van oorlogen of rebellie. In vredestijd gebruikten die kloosterlingen de refuge om hun handelsactiviteiten te ontplooien. Zo hier de Abdij van Drongen met haar monniken in de orde van de Norbertijnen

Ook brouwerij ’t Swaentse – waar de Zwaanstraat naar refereert – was hun eigendom. Toen de Beeldenstormers de Abdij in Drongen hadden verwoest, verhuurden de Karmelieten de gebouwen tussen het Drongenhof en het Caermersklooster aan de abdijmonniken uit Drongen. Eind 17e eeuw kwam een einde aan de huur, toen de Abdij heropgebouwd was. Enkel de kapel bleef in gebruik, maar werd gedegradeerd tot opslagplaats. In de Franse Tijd vestigden zich fabriekjes op deze plek. Lees ook op deze blog: Géén geblaf en géén gevoeg

Drongenhof – Norbertijnenkapel
Drongenhof – Norbertijnenkapel – pic expo Possible Beginnings 2017
Kaatsspelplein

Corduwaniersstraat – hoek Rodekoningstraat – restaurant ’t Klokhuys

Aan diezelfde kant van het Patershol lag de grens met de Waterwijk en ook met Oudburg. De laatstgenoemde straat bereik je vanuit het Patershol via de Rodekoningstraat, de Kalversteeg of de Zwaanstraat.

Aan de Kalversteeg bevindt zich keldercafé ’t Velootje. F.D.

Programma Patersholfeesten – vrij 10, za 11, zo 12 augustus 2018

Lees op deze blog ook over: De grensstraten van Het Patershol

 

Naar Facebook

Terug naar hoofdpagina

NAAR ARCHIEVEN

STAD in 2016 - ARTIKELOVERZICHT
STAD in 2016-2017-2018 – ARTIKELOVERZICHT